![]() |
|
24. Radon in woningen Radioactieve straling komt van nature overal voor. Het gas radon is een van de meest voorkomende natuurlijke bronnen van radioactieve straling, en zorgt op zich voor méér straling dan alle andere bronnen samen. In sommige woningen is de concentratie radon erg hoog. Volgens onderzoek zouden per jaar zo'n 800 à 900 mensen overlijden omdat ze door radonstraling longkanker krijgen: samen 15% van het aantal longkankergevallen. Daarmee is radon de tweede oorzaak van longkanker, na het roken. Opgelet: roken én radon samen zijn nog gevaarlijker! Wat is radon? Radon is een radioactief gas dat van nature door de aardbodem wordt afgegeven. Doordat de aarde radongas 'uitzweet' komt het overal in de lucht in lage concentraties voor. Het probleem is dat huizen als een soort stolp werken en het radongas vasthouden. Ook sommige bouwmaterialen geven radon af. Gemiddeld is de concentratie radon in huis ongeveer 10 keer zo hoog als de concentratie in de buitenlucht. Vooral bij hoge concentraties vergroot radon de kans op kanker. Radon in huis Als de radonconcentratie in een eengezinswoning relatief hoog is, komt dit bijna altijd door een hoge radonconcentratie in de kruipruimte. In de kleine kruipruimte hoopt het radongas uit de bodem zich op. In goed geïsoleerde ('luchtdichte') huizen komt relatief veel buitenlucht via de kruipruimte binnen. Deze 'verse' lucht neemt een deel van het radon mee en verspreidt zich daarna in huis, zodat de radonconcentratie binnenshuis aanzienlijk kan oplopen. De radonconcentratie in kruipruimtes wordt voor een groot deel bepaald door de mate waarin de bodem radon afgeeft. De ene grondsoort doet dit meer dan de andere. De radonstraling is hoger in Wallonië dan in Vlaanderen. De rotsachtige bodems van Wallonië produceren immers meer radon dan de Vlaamse klei- en zandbodems. De concentratie in Belgische woningen bedraagt gemiddeld 53 becquerel/m3. De gemiddelde waarde in Vlaanderen ligt rond de 44 Bq/m3, ten zuiden van Samber en Maas is dat gemiddelde 77 Bq/m3. Stralingsniveaus van 400 Bq of meer komen in Wallonië vrij frequent voor. Over de veilige grens lopen de meningen wat uiteen; de cijfers variëren tussen de 150 en de 400 Bq/m3 voor bestaande woningen en tussen de 150 en de 200 Bq/m3 voor nieuwe woningen. Boven deze grenzen worden saneringsmaatregelen aanbevolen. Probleemgebieden zijn er niet echt in Vlaanderen, hoewel de streken dichtbij de grens met Wallonië en ten zuiden van Brussel een overgangsgebied vormen. De straling varieert, maar overschrijdt zelden of nooit 100 Bq/m3. In goed geïsoleerde huizen van na 1969 met een slechte ventilatie is de kans op een hoge radonconcentratie groter. Ook de grondwaterstand heeft invloed op de radonconcentratie in de kruipruimte: een verlaging van de grondwaterstand van 20 cm naar één meter diepte kan de radonconcentratie met een factor drie doen toenemen. Bouwmaterialen Sommige bouwmaterialen ademen radongas uit. Het zogenaamde fosfogips, een gips dat ontstaat uit fosfaaterts dat wordt gebruikt in de kunstmestindustrie, is in opspraak geweest door de hoge afgifte van radongas. Fosfogips werd vroeger toegepast bij de fabricage van gipskartonplaten en gipsblokken. Op dit moment wordt het soms nog gebruikt in pleistergips. De aangebrachte pleisterlaag is echter zo dun dat de radonuitstoot relatief erg laag is. Een laag verf of behang kunnen de straling nog aanzienlijk verminderen. Beton is het bouwmateriaal dat momenteel het meeste radon afgeeft. In kleine flatwoningen is dit de belangrijkste radonbron. Toch is de radonconcentratie hier niet zo hoog dat maatregelen getroffen moeten worden. Wel moet in de toekomst het gebruik van hoogovencement worden vermeden. Welke maatregelen moeten er komen? Het aantal slachtoffers dat radon ieder jaar maakt is niet te verwaarlozen. Toch werden tot nu toe maar weinig maatregelen getroffen om de schade te beperken. De onderstaande aanpak zou de toestand op termijn flink kunnen verbeteren. 1. Een limiet voor de radonconcentratie in nieuwbouwwoningen. De Nederlandse milieuorganisatie Milieudefensie stelt een limiet van maximaal 10 Bequerel/m3 voor. Een zekere hoeveelheid radon blijft onvermijdelijk. 2. Een saneringsprogramma voor bestaande woningen met relatief hoge radonconcentraties (meer dan 100 Bequerel/m3). Deze woningen moeten worden opgespoord en aangepakt. Aanpakken betekent het afsluiten van de vloer op de begane grond om 'lekken' uit de kruipruimte tegen te gaan, eventueel aangevuld met extra ventilatie van de kruipruimte en het dichten van leidinggaten. Deze maatregelen zullen veel geld gaan kosten, maar ze kunnen worden genomen over een periode van enkele jaren. De federale overheid is momenteel bezig met een campagne rond de radonproblematiek. Deze campagne wil vooral informeren en sensibiliseren, het probleem in kaart brengen, onderzoeken hoe sanering het best kan gebeuren en werken aan regelementeringen en bouwvoorschriften. Per provincie komt er een informatiecentrum, waar u met vragen terecht zal kunnen en waar u eventueel metingen zal kunnen aanvragen. Momenteel concentreert de campagne zich vooral op het Waalse landgedeelte, omdat het probleem daar veel acuter is, maar ook Vlaanderen komt aan de beurt. Wat kunt u zelf doen? - Goed ventileren Het enige wat u zelf kunt doen, is goed ventileren. Net zoals het vanwege vocht niet verstandig is altijd alles potdicht te houden, is het ook in verband met radon aan te bevelen het huis regelmatig te ventileren. Zorg ook voor een goede ventilatie van de kruipruimte. Vaak zijn de roosters omwille van de isolatie dichtgestopt of zijn ze helemaal niet aanwezig. - Afdichten van de kruipruimte naar de woning toe Dit heeft alleen effect als het zeer professioneel gebeurt. Is de ruimte voor 95 procent afgedicht, dan heeft dit nauwelijks effect. Het radon spuit dan als het ware door de gaatjes. Het heeft dus weinig zin hier zelf aan te beginnen. - Radonmeting aanvragen Sommige mensen wonen in een zogenaamd risicohuis: er is een kans dat in hun huis hogere radonconcentraties voorkomen dan het gemiddelde, omdat het tot het hiervoor genoemde type behoort (eengezinswoning van na 1969, goed geïsoleerd, slecht geventileerd, veel beton) en in een overgangsgebied ligt. U kan voor info en/of een radonmeting bij verschillende instellingen en organisaties terecht. - Dienst voor de bescherming tegen ioniserende stralingen, Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu, Rijksadministratief Centrum, Vesaliusgebouw, 1010 Brussel, tel. (02) 210 49 66. Eén meting kost ongeveer 1.000 BEF. Bij waarden boven de 400 Bq/m3 worden gratis controlemetingen uitgevoerd (opvolging). Bij waarden boven de 800 Bq/m3 komt een expert langs. - Test-Aankoop, Test-radon, Hollandstraat 13, 1060 Brussel, tel. (02) 542 32 11. Het controletoestel blijft drie maanden in uw huis staan. Kosten: 1.800 BEF + terugsturen toestel. - Studiecentrum voor Kernenergie, Boeretang 200, 2400 België. Radonfoon: 0800-14138. Algemeen telnr. (014) 33 21 11. Kosten: 1.452 BEF voor 1 detector. Meer informatie - Bochure Radongas in woningen en bedrijven. Studiecentrum voor kernenergie, Boeretang 200, 2400 Mol. Radonfoon: 0800 14138, algemeen telnr. (014) 33 21 11. - Radon, een radioactief gas dat voorkomt in woningen,
kan uw gezondheid schaden... Dienst voor Bescherming tegen Ioniserende
Stralingen - Ministerie van Volksgezondheid en Leefmilieu, tel. (02) 210
49 66. Een herziene versie is op komst.
|
![]() |