38. Ongedierte in de tuin

Veel beestjes in de tuin zijn nuttig en kunnen maar beter niet bestreden worden. Voorbeelden hiervan zijn pissebedden en wormen. Maar sommige beestjes kunnen een echte plaag vormen. Om plagen te voorkomen kunt u erop letten dat de natuurlijke vijanden van de plaagdieren niet worden verdreven.
 

Bestrijdingsmiddelen

Om ongedierte, onkruid, bacteriën en schimmels te doden wordt er in België 10 miljoen kilo bestrijdingsmiddelen (uitgedrukt in werkzame stof) ingezet. Een deel hiervan is voor huishoudelijk gebruik. Alle toegelaten bestrijdingsmiddelen hebben een registratienummer. Dit nummer moet samen met de naam en concentratie van de werkzame stof op de verpakking staan. De werkzame stof is het eigenlijke gif. Daarnaast bevat een bestrijdingsmiddel diverse hulpstoffen, zoals vulstoffen en oplosmiddelen. Van de werkzame stoffen zijn pyrethrinen en pyrethroïden over het algemeen de minder schadelijke.
 

Nadelen en bezwaren

Aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen kleven grote milieu- en gezondheidsbezwaren. Slechts een zeer klein deel van het bestrijdingsmiddel bereikt het te bestrijden ongedierte. De rest doodt of beschadigt andere dieren en vervuilt het milieu. De productie van bestrijdingsmiddelen is zeer milieuonvriendelijk en er ontstaat veel chemisch afval. Bij toepassing van bestrijdingsmiddelen is de kans groot dat je er iets van binnen krijgt. En uiteindelijk komt een bestrijdingsmiddel in het milieu terecht en vervuilt dan grond- en oppervlaktewater, bodem en lucht. Verpakkingen en resten van bestrijdingsmiddelen moeten altijd bij het KGA in de milieubox.
 

Mieren

Sommige mieren zijn heel nuttig, omdat ze schadelijke insecten eten. Buitenshuis is het niet nodig om mieren te bestrijden. Stop naden en kieren dicht zodat ze niet binnen kunnen komen. Als ze in huis doordringen kijk dan eerst waar ze op af komen (kruimels, suiker) en ruim dat op. Mieren lopen altijd over een bepaalde route. U kunt ze verdrijven door knoflook, peper of kruidnagel op deze mierenroute te smeren of te strooien. Of gebruik middelen op basis van plantensappen. De middelen zijn te koop bij de meeste dierenspeciaalzaken of tuincentra. Helpen deze middelen onvoldoende, spoor dan het nest op en vernietig het met kokend water.
 

Wespen

Wespen eten andere insecten, maar ze lusten ook graag zoetigheid. Dek etenswaren daarom af en ruim ze op. Een enkele wesp binnenshuis is te vangen onder een glas. Breng het, afgedekt met een stukje karton, naar buiten.
U kunt een wespenval maken van een jampotje met zoetigheid, met daarop een papieren trechter. Ook zijn er wespenvallen te koop waarin u bier als lokstof gebruikt. Een wespennest in of vlakbij huis kan veel overlast veroorzaken. Wilt u niet wachten tot in de herfst de wespen vanzelf dood gaan, dan kunt u het nest weg laten halen. Zit het nest op een onbereikbare plaats, zoals in de spouwmuur, dan zijn bestrijdingsmiddelen de enige oplossing. Laat een nest het liefst verwijderen door professionele bestrijders, zoals de brandweer. Vraag naar poeders op basis van deltamethrin of tetramethrin, bijvoorbeeld K-Othrine of Sprigone Wespenpoeder. Stop nooit de opening van een wespen-nest dicht. De wespen komen er op een andere plek weer uit.
 

Bladluizen

Bladluizen zijn groene of zwarte insectjes die van plantensappen leven. Wanneer ze in grote aantallen voorkomen, kunnen ze de groei van de plant beperken. Gezonde planten hebben minder snel last van bladluis. Geef planten daarom niet teveel mest en zet ze op een goede plaats. Hou daarbij rekening met de behoeften van de plant wat betreft zon en wind. Een luizenplaag (ook binnenshuis) is te bestrijden met een mengsel van zeepsop, spiritus en water (één liter water, één theelepel groene zeep en één eetlepel spiritus). Planten in de tuin kunt u ook bespuiten met een aftreksel van brandnetels. Er zijn ook biologische bestrijdingsmiddelen op basis van vetzuren op de markt.
 

Slakken

Slakken zijn dol op bier en zoetigheid. U kunt ze hiermee lokken en vangen. Vul een jampotje met bier en graaf het in de grond. Laat het ongeveer een centimeter boven de grond uitsteken. De slakken zullen zich in het bier verdrinken. Suikerwater trekt ook vlinders aan, gebruik dit niet. Vaak is vocht oorzaak van een slakken-plaag. Probeer zo mogelijk de vochtafvoer te verbeteren. Ook kunt u zorgen voor voldoende natuurlijke vijanden van de slak in de tuin. Padden, egels, lijsters en spreeuwen kunnen veel slakken verorberen, dus zorg dat deze zich in uw tuin thuis voelen. Ook wil het aanplanten van hysop, salie en tijm nog wel eens helpen om slakken te verjagen. Coniferen in de tuin trekken juist slakken aan. Slakken met een huisje eten bij voorkeur algen, maar het is niet zo dat ze nooit planten aanvreten. Naaktslakken houden juist erg van jonge plantjes. Weer ze uit de zaaibedden door er zaagsel, as of fijngedrukte eierschalen omheen te leggen. Blijven de slakken toch hardnekkig aanwezig, dan rest niets anders dan ze met de hand te verwijderen. Gebruik in ieder geval géén slakkenbestrijdingsmiddelen. Ze bevatten vaak metaldehyde of methiocarb, stoffen die giftig zijn voor onder andere zoogdieren, zoals uw huisdieren.
 

Mollen

Mollen komen voor in een gezonde, humusrijke bodem. Ze eten ongedierte en houden de grond goed los. Mollen in de tuin kunnen echter erg vervelend zijn, omdat ze de plantengroei verstoren. Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen tegen mollen, die zijn vaak erg schadelijk. Het beste kunt u ze proberen te verjagen door lege flessen schuin in de grond te graven, zodat de wind erin blaast. De mollen schrikken van het geluid van de fluitende wind in de fles en komen niet meer in de buurt. Ook omgekeerde plastic flessen over een metalen staaf die in de grond steekt veroorzaakt geluiden  die de mollen afschrikken. Een andere mogelijkheid is het planten van keizerskroon, dat een voor mollen zeer onaangename geur verspreidt. Ook schijnen mollen niet te houden van knoflook- en uienplanten, stinkend nieskruid en wolfsmelk. Als niets helpt kunt u overwegen een mollenklem te plaatsen.
 

Katten

Er zijn nogal wat middelen op de markt waarvan wordt beweerd dat ze de katten uit uw tuin kunnen houden. Uit een test van de Consumentenbond in Nederland bleek echter dat geen van de middelen dat kan waarmaken. Succesvoller is het plaatsen van doornige struiken op strategische plaatsen. De aanwezigheid van doornen op de vaste routes van katten leidt vaak tot verandering van deze routes. Als de struiken op voldoende plaatsen geplant worden, zullen de katten om uw tuin heen trekken. Ook zijn er speciale schrikdraadinstallaties te koop. Voor u deze aanschaft is het verstandig eerst met uw buren te overleggen. Op plaatsen waar katten graag hun behoefte doen, kunt u doornige takken neerleggen, koffiedik storten of peper strooien. Dit moet u regelmatig herhalen. Deze methoden zijn niet altijd afdoende.


Lijst informatiebladenNaar het hoofdmenu