41. Tuinieren

De tuin is voor veel mensen een aanleiding om 's zomers lekker buiten te werken. Tuinieren is niet alleen heel ontspannend, het is ook een manier om de natuur wat dichter bij huis te brengen. Allerlei dieren en (wilde) planten kunt u in uw eigen achtertuin aantreffen. Heeft u een moestuin,  dan kunt u bovendien genieten van uw eigen teelt.
 

De bodem

Voor een gezonde tuin is een gezonde bodem van groot belang. De bodem voorziet uw planten van water en voedingsstoffen en bevat grote hoeveelheden microscopisch kleine organismen. Deze vormen een onmisbare schakel in de voedselkringloop. Om de bodem vruchtbaar te maken en de structuur te verbeteren kunt u compost of organische mest gebruiken. Deze moet u niet onderspitten want dan verstoort u het bodemleven. Ook voedzaam voor de bodem is groenbemesting. Dit doet u door het planten van vlinderbloemige planten zoals klavers.
 
 

Compost en brandnetelgier

Compost is het belangrijkste ingrediënt van de biologische tuin. Het bevat relatief weinig voedingsstoffen, maar meestal wel voldoende voor uw siertuin en gazon. De kwaliteit van de compost die u bij tuincentra kunt kopen is over het algemeen goed. Compost die gemaakt is van het ingezamelde groente-, fruit- en tuinafval uit huishoudens (GFT) is nog beter. Zo krijgt dit afval een nuttige bestemming. Zelf compost maken heeft de voorkeur. Gebruik daarvoor een kant-en-klaar compostvat of zet er zelf één in elkaar. Het compostvat moet op een warme plek staan, uit de wind.
Een middel dat heel nuttig is in de biologische tuin is brandnetelgier. Het bevordert het bodemleven, stimuleert de groei van de planten en verdrijft bladluis en andere schadelijke dieren. Brandnetelgier moet u in het voorjaar bereiden. Doe daarvoor 1 kilo niet-bloeiende brandnetels bij 10 liter water in een open vat. Dit moet tweemaal daags worden omgeroerd. Na twee weken is de brandnetelgier klaar. Als u gaat sproeien, dan moet u het nog eens tien keer verdunnen.
 
 

Mest

Moestuinen en bepaalde sierplanten, zoals rozen, hebben extra bemesting nodig. Gebruik voor bemesting geen kunstmest maar natuurlijke grondstoffen, zoals gedroogde dierlijke mest of samengestelde organische mest (een mengsel van mest en slachtafval). Deze mest is onder andere te koop bij tuincentra. Om er achter te komen wat uw tuin precies nodig heeft kunt u een bodemonderzoek laten uitvoeren.
 
 

Het gazon

Er wordt veel tijd besteed aan het onderhoud van gazons. Bij warm weer worden vaak vele liters water over de gazons gesproeid, maar dat is meestal niet nodig. Als u ervoor zorgt dat het gras niet te veel bemest wordt, zeker niet met kunstmest, groeit het minder hard en heeft het minder water nodig. Maai het gras ook niet te kort. Zeer kort gras heeft korte wortels en houdt het water minder goed vast. Maait u overdag, laat het gras dan liggen. Zo beschermt u het gazon tegen uitdrogen en bemest u natuurlijk. Geef alleen bij langdurige droogte het gras water. Het is beter dit eens in de week iets langer te doen dan elke dag een paar minuten. Sproei na zonsondergang, dan verdampt er minder water en dat is ook beter voor het gras.
Gras is een monocultuur waardoor andere planten zich snel zullen opdringen. Als u van uw gazon geen bloemenweide wilt maken, kunt u het beste regelmatig maaien. Andere planten kunnen zich dan niet handhaven. Paardebloemen, madeliefjes en klavers kunt u uitsteken.
Mos is een gevolg van onvoldoende groei van het gras. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Gras heeft veel licht nodig, een goed doorluchtte bodem en voldoende voedingsstoffen. Een betere doorluchting bereikt u door regelmatig verticuteren. Zorg voor voldoende bemesting door in de natte periode tussen januari en mei organische mest of compost toe te dienen. Gebruik geen mosdoders: ze zijn schadelijk voor planten en dieren. Verwijder mos door het weg te harken.
 
 

Ziektes en plagen

Als uw planten aangetast worden door ziektes, grijp dan niet onmiddellijk naar de gifspuit. Als een plant ziek wordt kan het zijn dat hij op de verkeerde plaats staat. Verplanten kan dan helpen. Ziektes en plagen in de moestuin kunt u al voor een groot deel voorkomen door een goed teeltplan. Planten beïnvloeden elkaar, en daar kunt u van profiteren. Zo helpen Afrikaantjes tegen aaltjes en uien en knoflook tegen de wortelvlieg. Veel meer voorbeelden kunt u vinden in de vele boeken die er over (ecologisch) tuinieren zijn. Ook een gevarieerde tuin en een gezonde bodem verkleinen de kans op ziektes en plagen. Pas daarom in de moestuin vruchtwisseling toe: zet in de loop der jaren op eenzelfde stukje grond steeds een ander gewas. Maak de tuin aantrekkelijk voor natuurlijke vijanden van schadelijke dieren en insecten, bijvoorbeeld door tuinafval te laten liggen. Egels lusten graag slakken. Ook vogels, bijen en lieveheersbeestjes kunt u het best te vriend houden in uw tuin.
 
 

Hout in de tuin

Schuttingen, hekken, pergola's en schuurtjes worden meestal van hout gemaakt. Dat kan afkomstig zijn uit tropische bossen waar roekeloos wordt gekapt. Gebruik daarom liever Europese naaldhoutsoorten als vuren, grenen, lariks of inlands douglas. Let erop dat het hout niet verduurzaamd (geïmpregneerd) is. Dit gebeurt met bestrijdingsmiddelen die slecht zijn voor uw gezondheid en het milieu. Om rotting van hout tegen te gaan moet u contact met de grond vermijden. Palen van naaldhout kunt u op metalen houders zetten. Behandel het hout met verf of beits, bij voorkeur van een milieuverantwoorde soort: natuurverf, een product op waterbasis of high solid verf. Europese hardhoutsoorten, zoals eiken, tamme kastanje en robinia kunnen wel in de grond en hoeft u niet te verven. Een ander alternatief zijn balken of planken van gerecycleerd plastic. Die zijn slijtvast en onderhoudsvrij. De beste tuinafscheiding is een natuurlijke heg. Koop ook geen tuinmeubelen van tropisch of verduurzaamd hout. Kies voor vuren, grenen, lariks, rotan, eiken, robinia of beuken of voor gerecycleerd plastic.
 
 

Tips

- Groene aanslag op uw tegels kunt u verwijderen door te schrobben met het hete aftreksel van gekookte aardappels. U kunt groene aanslag voorkomen door de vochtafvoer te verbeteren.
- Om bollen vorstvrij te houden kunt u oud blad of sparrentakken gebruiken. Neem geen turf: hiervoor worden waardevolle natuurgebieden afgegraven.
- Maak uw tuin beter bestand tegen droogte door geen zwarte grond te laten tussen uw planten. Vul deze ruimte met bodembedekkende planten.
- Bodembedekkende planten, boomschors of houtsnippers gaan ook de groei van onkruid tegen.
- Gebruik geen bestrijdingsmiddelen om het onkruid tussen uw tegels te verwijderen maar een mesje of een speciale onkruidkrabber.
- Gebruik een handmaaier in plaats van een elektrische, hiermee bespaart u een hoop energie.
- Bij aanhoudende droogte is het beter de bodem los te maken dan te sproeien.
 
 

Meer informatie

- Informatiebladen nr. 16 Tropisch hardhout, nr. 19 Verf, nr. 20 Houtverduurzaming, nr. 31 Compost en GFT en nr. 38 Ongedierte in de tuin.
- Stop de plaag, biologische en alternatieve bestrijdingsmethoden voor in de tuin en de woning en voor huisdierenverzorging, OIVO, 1994, 23 pagina's, 100 fr.


Lijst informatiebladenNaar het hoofdmenu