42. Vlees

Voor de vleesliefhebbers onder ons is er  volop keus: van gehakt tot tournedos, van salami tot paté. Helaas heeft de gangbare productie van vlees nogal wat nadelige gevolgen. Kiezen voor verantwoord geproduceerd vlees en wat minder vlees eten is beter voor de dieren, het milieu èn uw gezondheid.
 

Vlees en het milieu

In de voorbije decennia is de veestapel enorm gegroeid. In 1995 telde België 3.125.155 runderen, 161.026 kalveren, 7.268.491 varkens,... Die dieren produceren niet alleen vlees, maar ook mest. Iedere kilo varkensvlees levert maar liefst 16 kilo mest. De grote hoeveelheden mest hebben ervoor gezorgd dat mest veranderde van een nuttige grondstof in een milieuprobleem.
Elk jaar worden 326.000 ton stikstof en 49.000 ton fosfor over de Vlaamse landbouwbodems uitgestort. Van die stikstof is 168.000 ton afkomstig van dierlijke mest. Idem voor 32.000 ton van de fosfor. Niet eens de helft daarvan wordt opgenomen door de gewassen. Veel nitraat uit de mest komt in het grondwater terecht. Dit brengt de drinkwatervoorziening in problemen. Nitraat en fosfaat spoelen uit naar het oppervlaktewater, waardoor de zwemwaterkwaliteit en de visstand achteruitgaan.
De uitstoot van ammoniak uit de mest zorgt voor verzuring en vermesting, wat erg veel schade aanricht in de natuur. Een groot deel van onze bossen, heidevelden en vennen zijn ernstig aangetast.
De vleesproductie draagt ook bij aan een milieuprobleem als het broeikaseffect. Dit komt door de uitstoot van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O).
 

Overschot hier, tekort elders

Om al die varkens, koeien en kippen te voeren, wordt veevoer geïmporteerd. Voor elke kilo vlees is gemiddeld negen kilo plantaardig voer nodig. Onze veestapel legt beslag op zo’n 1.450.000 hectare landbouwgrond in het buitenland. Daarvan ligt een flink deel in ontwikkelingslanden. In die landen leiden de teelt en export van het veevoer tot ontbossing, en tot verarming en erosie van de bodem. Ook in eigen land wordt bij benadering 100.000 hectare gebruikt voor voedergewassen. Hier bij ons zitten we ook met een gigantisch mestoverschot. Niet alleen de mest van de dieren die we zelf eten, ook die van de dieren die uitgevoerd werden als slachtvee of vlees.
 

Groeihormonen en geneesmiddelenresidu's

De dieren in de agro-industrie krijgen regelmatig geneesmiddelen toegediend om te voorkomen dat ze ziek worden, en om ervoor te zorgen dat ze sneller groeien. Met name in kip en kalfsvlees komen vaak resten van diergeneesmiddelen en antibiotica voor.

Groeihormonen en groeibevorderaars zijn in de Europese Unie verboden. Desondanks worden deze middelen op grote schaal gebruikt. Het eten van vlees met hormonen erin kan schadelijk zijn voor de gezondheid, vooral voor kinderen en zwangere vrouwen. Met de illegale handel in hormonen zijn massa’s geld te verdienen. De hormonenmaffia schrok er zelfs niet voor terug om een ‘te’ gewetensvolle vleeskeurder, Karel Van Noppen, uit de weg te ruimen.

Brochure 50 vragen van de consument

Dierenwelzijn

Het meeste vlees dat bij ons koop is, komt uit de agro-industrie. De dieren hebben daar een kort en ellendig leven. Ze blijven hun hele leven binnen, in donkere stallen, met velen op elkaar gepakt. Ruimte om te bewegen hebben de varkens, koeien en kippen nauwelijks. De vloer bestaat uit betonnen of stalen roosters om de mest makkelijk af te kunnen voeren. Door deze onnatuurlijke manier van leven krijgen de dieren gedragsafwijkingen en gaan ze zichzelf en andere dieren verwonden. Daarom worden horens, hoektanden en staarten verwijderd, snavels afgebrand en worden mannetjesbiggen gecastreerd.

Ook het transport van dieren veroorzaakt veel leed. Zo sterft een aanzienlijk aantal varkens tijdens het vervoer naar het slachthuis door stress of door uitputting bij transport naar het buitenland.
 

Beter vlees

Gelukkig is niet al het vlees afkomstig uit de agro-industrie. Er is steeds meer vlees te koop van dieren die wel een waardig leven hebben gehad.

Biologisch vlees, beter voor dier en milieu, herkent u aan het Biogarantiekeurmerk.

Een aantal vleesproducenten geeft zijn vlees een goed klinkende merknaam. Helaas zijn niet al deze merken zo goed als ze doen voorkomen. Sommige zijn zelfs niets meer dan een fraaie naam voor doodgewoon agro-industrievlees.

Een ander betrouwbaar label is het label ‘Hormonenvrij vlees’ van Plattelandsontwikkeling. Dit is wel maar op heel beperkte schaal te vinden.

Tegen 1997 wordt trouwens nieuwe Europese wetgeving terzake verwacht.

Vlees met het biogarantie-keurmerk kunt u kopen bij de natuurslagerijen, sommige natuurvoedingswinkels en bij Delhaize.
 

Minder vlees

Vlees en andere dierlijke producten bevatten veel verzadigde vetten. Als u veel van deze vetten eet, loopt u een groter risico op hart- en vaatziekten. Veel Belgen eten gemakkelijk 200 gram vlees per dag, soms nog meer, terwijl volgens voedingsdeskundigen 75 gram vlees en 15 à 30 gram vleeswaren per dag al ruim voldoende zijn.

Om voldoende eiwitten binnen te krijgen is het niet nodig om elke dag vlees te eten. Als u gevarieerd eet, zult u niet snel essentiële voedingsstoffen tekort komen. Er zijn heel veel goede vegetarische kookboeken, maar ook in 'gewone' kookboeken staan meestal recepten zonder vlees. En, vermits afwisseling  heus geen kwaad kan, waarom proberen we dan niet eens wat meer vis te eten of eieren?

Minder vlees eten is natuurlijk ook beter voor het milieu. Bent u van plan volledig vegetarisch te gaan eten, informeer u dan wel voldoende.
 

Meer informatie

- 50 vragen van de consument over vlees, vis en gevogelte, OIVO/IVK, gratis te verkrijgen.
- Groene gids: geeft adressen van vegetarische restaurants,  natuurvoedingswinkels, organisaties voor bioteelt en dergelijke in sectie 1.
- Voor mij geen vlees - waarop moeten vegetariërs letten? Met een test van vegetarische eetwaren. Test Gezondheid nr. 16, november 1996.


Lijst informatiebladenNaar het hoofdmenu