
Rationeel energiegebruik kan ook thuis
De slogan ‘Meer met minder’ is waarschijnlijk nergens zo goed van toepassing als in het domein van het energiegebruik: meer comfort, meer schone lucht, meer levenskwaliteit... met minder energieverspilling, minder dioxinenuitstoot, minder uitgaven...
Bij het aantreden van de nieuwe regering in 1995 maakte het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) van de gelegenheid gebruik om een uitgebreide eisenbundel samen te stellen. Daarin komt de bekommernis van de consumentenorganisaties voor een beter leefmilieu en een rationeel energiegebruik ruim aan bod.
Bij het innemen van standpunten ten aanzien van het beleid hebben de verbruikersorganisaties steeds een gedurfd en sociaal rationeel energiegebruik verdedigd. Zowel in de controlecomités voor de tarieven van gas en elektriciteit als tijdens hun betrokkenheid bij het uitrustingsplan van de energiesector of de adviezen van de Raad voor het Verbruik laten ze zich van hun meest energiebewuste zijde zien.
Voor de verbruikersorganisaties, vertegenwoordigd in de Raad voor het Verbruik, gaat een duurzame consumptie hand in hand met het recht op welzijn. Een engagement voor een duurzame wereld werkt zowel sociaal als ecologisch. De verbruikersorganisaties willen dan ook hun honderdduizenden leden stimuleren om nog meer energie te besparen en energie over het algemeen rationeel te gebruiken.
Die sensibilisering gebeurt op vele manieren. Zo zijn er de talrijke gespecialiseerde publcaties, de vele bijdragen in de ledenbladen, de talloze vormingen die werden opgezet in de lokale afdelingen, enzovoort.
Trendbreuk
Oktober 1998 was de maand van de energiebesparing en dus hebben de verbruikersorganisaties zich biezonder ingespannen. In diverse consumentenbladen werden de lezers met reeksen concrete tips opnieuw warm gemaakt voor een rationeel energieverbruik.
De lokale afdelingen kregen van het OIVO zelfs een uitgebreid educatief pakket, dat als basis kan dienen voor het opzetten van activiteiten, om hun achterban te sensibiliseren.
De verbruikersorganisaties concentreren zich op drie belangrijke thema’s: het Europees energie-etiket voor koelkasten en wasmachines, het huishoudelijk elektriciteitsgebruik en de warmte-isolatie van woningen.
Eer mensen in hun gewoonten een haakse bocht maken, willen ze eerst grondig geïnformeerd worden. Alleen een echte trendbreuk in het consumptiegedrag creëert een solide draagvlak voor andere noodzakelijke maatregelen, zoals normering, alternatieve productiemethoden, nieuwe energiezuinige technieken, regulerende heffingen en andere financiële en economische hefbomen.
Je kunt de consument een geweten schoppen, maar hij zal alleen met graagte meewerken als ook de andere marktmechanismen, die het consumptiegedrag mee bepalen, worden aangepakt.
Energie-etiket
De rol en de verantwoordelijkheid van de verbruikers is niet te onderschatten. Nagenoeg 40 procent van het elektriciteitsverbruik in ons land kunnen wij bijvoorbeeld op rekening van de huisgezinnen schrijven. De zwarte piet hoeft niet altijd aan de grote bedrijven te worden doorgespeeld.
De huisgezinnen vormen een sector waar op een relatief eenvoudige manier - vanuit technisch oogpunt althans - heel wat resultaten kunnen bereikt worden. Op basis van serieuze informatie over een aangepast gedrag en structurele ingrepen kunnen individuele consumenten effectief optreden en hun steentje bijdragen tot een meer rationeel gebruik van energie. Bovendien krijgen ze niet alleen het aangename gevoel dat ze het milieu sparen, maar ze merken ook dat ze er geld mee winnen.
Omdat huishoudapparatuur steeds complexer wordt, is het wel nodig dat de relevante informatie op een heldere en uniforme manier wordt overgebracht. Daarom zijn de verbruikersorganisaties heel blij met de introductie van het Europees energie-etiket. Een uitbreiding van het systeem naar andere productgroepen, zelfs buiten het domein van de elektrische apparaten, lijkt het overwegen meer dan waard.
Jammer echter dat bij de omzetting van dit soort Europese regelgeving naar Belgisch recht ons land weeral achterstand heeft opgelopen. Dit wordt dan ook gehekeld in de adviezen die de Raad voor het Verbruik terzake in de loop van vorig jaar uitbracht.
Energieheffing
Volgens het OIVO werken de huidige marktstructuren in de energiesector duidelijk remmend om een serieus beleid van rationeel energiegebruik (REG) te kunnen voeren. Een strikte scheiding tussen de energieproductie en de energiedistributie zal nodig zijn om het energiegebruik drastisch terug te dringen.
In de praktijk blijkt dat zo’n scheiding, zoals die bijvoorbeeld bestaat bij de Limburgse intercommunale Interelectra, het winstbejag en de daarmee samenhangende stijging van het energiegebruik kan doorbreken.
De verbruikersorganisaties pleiten voor een tariefbeleid inzake energie dat overconsumptie ontmoedigt en rationeel energiegebruik beloont. In Nederland bestaat al sinds 1996 een energieheffing op elektriciteit en gas. In ons land sleept de discussie over een energie- en dioxinentaks al jaren aan, maar op het terrein is er nog niets van terechtgekomen.
Eerlijke energieprijzen wil echter ook zeggen dat de gewone consument niet benadeeld wordt in vergelijking met de industriële grootgebruikers en dat de zwaksten in onze samenleving niet de klos zijn. Hoe kun je bijvoorbeeld vermijden dat huurders, over het algemeen een economische minder sterke groep, niet bestraft worden met dure energiefacturen, als hun huisbaas niet de nodige isolatiewerken uitvoert?
Objectieve huurprijzen
Bijna 5 procent van het huishoudbudget in Vlaanderen wordt uitgegeven aan verwarming en voor de laagste inkomensklassen ligt dit percentage nog een stuk hoger. We beschikken niet over betrouwbare gegevens over deze problematiek, maar een aantal studies (onder meer van het Centrum voor Sociaal Beleid van de UFSIA) tonen wel aan dat het wooncomfort en de kwaliteit van de huurwoningen van de economisch zwakkere huishoudens beduidend lager ligt dan die van de gezinnen die eigenaar zijn van hun woning.
Er is alweer een Nederlands voorbeeld waar wij iets van kunnen leren. Bij onze noorderburen bestaat een systeem van objectieve huurprijzen. Verhuurders worden daardoor aangemoedigd om verbeteringen aan te brengen in hun panden. De huurprijs wordt immers vastgelegd op basis van een aantal objectieve criteria van kwaliteit en comfort. De isolatie van een huurwoning is een van deze criteria. Voor een goed geïsoleerd huis kan de huur daardoor tot 2.250 frank per maand hoger liggen, maar voor de huurder kan de rekening - huur en lasten samen - beduidend lager liggen.
De invoering van een systeem van objectieve huurprijzen kan een aanzienlijke bijdrage leveren tot een rationeler gebruik van energie.
De verbruikersorganisaties hebben samen met de huurdersverenigingen reeds vorig jaar de invoering van de objectieve huurprijzen geeist. We moeten echter vaststellen dat er tot vandaag in ons land ook op dit vlak bijzonder weinig beweegt.
In de woningen die bewoond worden door hun eigenaars is de warmte-isolatie over het algemeen iets beter, maar toch onvoldoende. Uit controles blijkt dat zelfs in de nieuwbouw de verplichte Vlaamse K55-norm voor de insolatie van woningen in de praktijk amper wordt nageleefd. Sinds de oliecrisis bevelen Test-Aankoop en de andere verbruikersorganisaties hun leden warm aan eerder te investeren in een degelijke isolatie van de woning dan in een zware en brandstofverslindende verwarmingsinstallatie. Zonder aan comfort in te boeten, spaart men zo beduidend meer uit en draagt men nog zijn steentje bij tot een duurzamer wereld.
In samenwerking met het Vlaams Woningfonds voor de Grote Gezinnen zullen het OIVO en de Bond van Grote en van Jonge Gezinnen een specifieke informatiecampagne op touw zetten.
Het Woningfonds is de gedroomde partner, vermits het relatief goedkope hypotheekleningen verstrekt. De kredietvragers zijn gezinnen met minstens twee kinderen en een betrekkelijk laag inkomen. Op het moment dat de (ver)bouwlustigen het Woningfonds aanspreken, zijn ze volop aan het plannen en rekenen. Dat is het ideale moment om hen te informeren over de voordelen - ook de financiële voordelen - van energiebezuinigende ingrepen. Om een kortzichtige berekening te vermijden, moet vooral de nadruk worden gelegd op het uitgestelde effect. Een te kleine investering zou de kadidaat-bouwers later, wanneer de energiefactuur in de bus valt, anders wel eens zuur kunnen opbreken.
Een ding is zeker: we kunnen niet voortboeren zoals we de laatste jaren hebben gedaan. Een duurzame consumptie moet er voor zorgen dat iedereen, hier en elders in de wereld, vandaag en morgen kan genieten van een redelijk hoge welvaart en welzijn. Dit streven impliceert dat iedereen verantwoordelijk is. De verbruikersorganisaties hebben intussen duidelijk bewezen dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en dat beleid zullen ze in de toekomst zeker verder zetten.
Magda De Meyer
Voorzitster van het OIVO
voor de Raad voor het Verbruik.
Dit artikel is een neerslag van de voorstelling op 1 oktober 1998 van de REG-acties van de verbruikersorganisaties naar aanleiding van het tweedaags openingseminarie van de Maand van de Energiebesparing, georganiseerd door het VIREG.
'De Wakkere Consument' is het halfmaandelijs magazine van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties. Het blad bekijkt het verbruik in het licht van de grote vraagstukken van onze tijd. Vanuit die optiek wordt ook heel wat aandacht besteed aan de relatie tussen verbruik en milieu.
Abonnementsvoorwaarden en proefnummers:
OIVO
Riddersstraat 18 -
1050 BRUSSEL
tel: 02/547.06.11 -
fax: 02/547.06.01
email: crioc_oivo@skynet.be
http://www.oivo-crioc.org/nl/service/journal.htm