De Wakkere Consument
 Dit artikel verscheen in 'De Wakkere Consument' nummer 38 (15 februari 1999) 

Zeg mij hoe je je afval sorteert en ik zal zeggen waar je woont

"Milieuvervuilingen en ongemakken worden beter vermeden dan bestreden", blokletterde het eerste milieu-actieprogramma van de Europese Gemeenschap. We waren toen november 1973. Sedertdien zijn tal van reglementeringen en wetten uitgevaardigd om dat principe te ondersteunen en te concretiseren. Maar er is nog altijd werk aan die winkel, vooral inzake de afvalproblematiek, en zowel in preventieve als curatieve zin.

Een enquête van Research International voor rekening van Fost Plus, dat enkel met recyclage en niet met preventie begaan is, is nogal bemoedigend als het gaat over afval sorteren. De verschillen tussen de Gewesten in ons land zijn echter onbetwistbaar. Hoe zit het daar nu precies mee? Hoe kunnen we de afvalberg doelmatig doen afnemen?

De bevoegdheid voor het beheer van het huishoudelijk afval ligt in België bij de Gewesten. Binnen dat kader zijn de gemeenten belast met het toepassen van en toezien op de uitvoering van de regionale reglementaire maatregelen in verband met het afvalstoffenbeheer en de milieuaangelegenheden. Zij moeten dus de ophalingen organiseren. Om de kosten van de ophalingen en van de verwerking van het afval rationeel te spreiden, hebben de meeste gemeenten zich verenigd in Intercommunales, die voor een bepaalde streek de afvalverwerking regelen.

Uit de studie van Research International blijkt dat het gedrag van de burgers inzake afval sorteren van streek tot streek sterk verschilt.

Er wordt meer gesorteerd...

Volgens de genoemde studie wordt er meer gesorteerd. In België is het gehalte mensen die "regelmatig alles sorteren" van 38% in 1997 naar 45% in 1998 gestegen. Bij nader toezien blijkt echter dat er vooral in Vlaanderen en Wallonië vooruitgang wordt geboekt, terwijl een groot aantal Brusselaars "occasioneel" blijven sorteren. In Vlaanderen sorteren 68% van de mensen alles (tegenover 56% in 1997) en in Wallonië gaat het percentage allessorteerders van 29% in 1997 naar 43% in 1998. In Brussel, daarentegen, telt de studie 14% van de bevolking die "regelmatig alles sorteren" en 52% die "bepaalde afvalsoorten sorteren".

Waarom sorteren wij?

Vanzelfsprekend rijst de vraag waarom er zulke opmerkelijke verschillen tussen de Gewesten zijn. Een antwoord kan gezocht worden door bijvoorbeeld uit te zoeken wat het sorteergedrag van mensen stimuleert of remt.

In de eerste plaats blijkt uit de studie dat de hoofdmotivatie voor 49% van de Walen, 51% van de Brusselaars en 54% van de Vlamingen "het leefmilieu" is.

De sorteerverplichting is een motivatie voor 27% van de Vlamingen, terwijl maar 13% van de Walen en maar 4% van de Brusselaars daar motivatie uit putten. We mogen daarbij niet uit het oog verliezen dat het sorteren van afval vaker verplicht is in Vlaamse en Waalse gemeenten, terwijl de Brusselaars vrijwillig mogen meedoen. Als we de cijfers van het aantal sorteerders daarnaast leggen en zien dat de resultaten in Vlaanderen en Wallonië veel beter zijn dan in Brussel, kunnen we de vraag stellen of het verplicht maken geen oplossing is om een betere participatie aan het sorteren van het afval af te dwingen.

Dat idee wordt nog versterkt door de 22% Brusselaars en de 23% Walen die het niet-verplicht karakter als remmende factor opgeven, tegenover maar 10% van de Vlamingen.

Uit de studie blijkt verder dat de Brusselaars veel minder tijd hebben dan de Walen en de Vlamingen, aangezien 52% van de Brusselaars tijdgebrek als reden voor het niet-sorteren opgeven, tegenover 34% van de Walen en maar 9% van de Vlamingen. Zou het kunnen dat de dagen in Vlaanderen meer dan 24 uren tellen?

Er is meer participatie

In 1998 is de participatie aan de selectieve ophalingen sterk toegenomen. De blauwe zakken, bijvoorbeeld, werden in Wallonië in 1997 door 53% en in 1998 door 75% van de bevolking gebruikt. Die vaststelling ligt in dezelfde lijn als de resultaten van de tevredenheidsenquête die Test-Aankoop recent heeft uitgevoerd. "Uit onze enquête blijkt dat de gemeenten die bij Fost Plus zijn aangesloten, vooral in Wallonië beter scoren", zegt Test-Aankoop.

De participatie aan de selectieve ophalingen via de containerparken gaat ook in stijgende lijn, van 28 naar 40% voor de gemeenten die niet met Fost Plus samenwerken.

Het percentage mensen die beweren dat ze nooit aan de selectieve ophalingen van papier en karton meewerken, daalt van 25% in 1997 naar 14% in 1998 voor de projecten waarin Fost Plus aanwezig is. "De mensen die beweren dat ze niet aan de selectieve ophalingen meedoen, nemen overal in aantal af en wijzen op een marginale groep die ongetwijfeld nog moeilijk op andere gedachten te brengen zal zijn", is de conclusie van de studie die Research International voor Fost Plus realiseerde.

Wij delen die mening niet omdat wij vinden dat enerzijds de afname van het aantal personen die nooit aan selectieve ophalingen meewerken in het voorbije jaar veelzeggend is en dat anderzijds 14% van de bevolking niet zo’n marginale groep is als de enquête beweert. Er is dus nog werk aan de winkel. "De selectieve ophalingen zijn nog niet op kruissnelheid. Wallonië en Brussel hebben een aanzienlijke achterstand op Vlaanderen. Wallonië moet kracht (en ideeën) putten uit de goede resultaten van bepaalde containerparken en van de gemeenten die met Fost Plus in zee gegaan zijn."

Sorteren en weten hoe het moet

Naast deelname aan de selectieve ophalingen moet iedereen ook zo goed mogelijk zijn afval sorteren, om te verhinderen dat het gunstige effect van de selectieve ophalingen weer tenietgedaan wordt. Volgens het onderzoek van Research International zijn de tips voor het sorteren van papier en karton zeer goed gekend, vooral in Vlaanderen en Wallonië. Er worden wel nog fouten gemaakt met het gekleurd papier (46%), de plastic zakken van grootwarenhuizen (11%) en de drankkartons (7%), die nog altijd met het papier/karton worden weggegooid, alhoewel ze daar helemaal niet thuishoren.

Daar staat tegenover dat de voorschriften voor het sorteren van papieren en kartonnen verpakkingen in het algemeen in Brussel slechter worden opgevolgd dan in 1997. Bovendien werpen 34% van de Brusselaars nog altijd hun gekleurd papier in de gele zak.

Voor wat de inhoud van de blauwe zak betreft, zijn de Brusselaars dan wel weer beter op de hoogte dan de Walen en de Vlamingen. Maar toch gebruiken ze die blauwe zak nog verkeerdelijk voor de plastic zakken van grootwarenhuizen (37%), voor batterijen (17%) en voor gebruikte injectienaalden en verzorgingsmateriaal (15%). De Walen en de Vlamingen van hun kant stoppen nog met 41% hun yoghurtpotjes en botervlootjes in de blauwe zak, wat geen goede score is, maar toch al een heel stuk beter is dan in 1997, toen nog 64% zich daarin vergisten.

Het is duidelijk dat voorlichting een uitstekend wapen is om de consumenten tot een optimaal sorteergedrag te bewegen, maar het is even goed duidelijk dat er nog een lange weg af te leggen is.

Het is beter te voorkomen...

Sorteren is niet de ultieme oplossing want zelfs in Vlaanderen, waar het selectieve ophalingssysteem goed wordt nagevolgd, stelt men vast dat de afvalberg nog toeneemt. Daar komt nog bij dat er "ondanks alle inspanningen nog geen oplossing is voor een kleine helft van de afvalstoffen", wat door de enquête van Test-Aankoop wordt bevestigd. De meest veelbelovende manier om de hoeveelheid afval te doen afnemen, lijkt preventie te zijn.

Die moet aangemoedigd en op alle niveaus ingevoerd worden: zowel door de politieke verantwoordelijken die wetten en reglementen uitvaardigen, als door de gemeenten, die de burgers moeten voorlichten en sensibiliseren. De industrie van haar kant kan een rol spelen door bijvoorbeeld de hoeveelheid verpakking te verminderen en door minder schadelijke verpakkingsmaterialen te ontwikkelen. De verenigingen kunnen aan afvalpreventie doen via de consumentenvoorlichting en -sensibilisering.

En last but not least zijn er de consumenten zelf, die een absolute hoofdrol spelen omdat zij op verschillende momenten in de consumptiecyclus aan de afbouw van de afvalberg kunnen bijdragen op een manier die tegelijkertijd het leefmilieu en hun portemonnee ten goede komt.

Twee voorbeelden: Dilbeek en Oupeye

De gemeenten spelen een sleutelrol in het preventiebeleid want doordat ze dicht bij de burger staan, kunnen zij hem voorlichten en tot handelen aanzetten .

In de tevredenheidsenquête van Test-Aankoop scoort de gemeente Dilbeek bijvoorbeeld "ver boven het gemiddelde". Dankzij een lange voorlichtingscampagne en drie jaar streven naar vrijwillige omschakelingen bij de burgers, de scholen en de handelaars, is die gemeente erin geslaagd om de afvalproductie van 380 kg naar 115 kg per inwoner en per jaar, ofwel met 71% , terug te schroeven. De bewoners van die gemeente worden tot thuiscomposteren aangezet met de hulp van compostmeesters, mensen die speciaal daarvoor opgeleid zijn.

De gemeente Oupeye heeft beslist om in de sporen van Dilbeek te treden door een gelijkaardig beleid te voeren inzake het verminderen van de hoeveelheid huishoudelijk afval. De gemeentepolitiek van Oupeye is gericht op afvalpreventie, omdat volgens een van de grote ecoconsumptieprincipes het minst vervuilende en goedkoopst te verwerken afval het afval is dat niet bestaat. Vanaf mei 1997 zijn vier werkgroepen in het leven geroepen om de bevolking te sensibiliseren voor het probleem van de afvalpreventie .

Tot op heden steunden de maatregelen van de gemeente Oupeye dus op het principe van de positieve prikkel en de goede wil van de bevolking. De resultaten zijn echter minder goed dan verhoopt. De gemeente gaat daarom in het tweede kwartaal van dit jaar het systeem invoeren van de vuilnisbakken met ingebouwde microchip, dat reeds in Wommelgem en in Gembloers toegepast wordt en waarmee de gemeente de bewoners kan belasten in functie van de hoeveelheid afval die ze produceren .
 
 

Dossier op het OIVO opgevolgd door de dienst ecoconsumptie.

Redactie: D. SELLE

Vertaling: Stefaan Cosaert


De Wakkere Consument

'De Wakkere Consument' is het halfmaandelijs magazine van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties. Het blad bekijkt het verbruik in het licht van de grote vraagstukken van onze tijd. Vanuit die optiek wordt ook heel wat aandacht besteed aan de relatie tussen verbruik en milieu.

Abonnementsvoorwaarden en proefnummers:

OIVO
Riddersstraat 18   -   1050 BRUSSEL
tel: 02/547.06.11   -   fax: 02/547.06.01
email: crioc_oivo@skynet.be
http://www.oivo-crioc.org/nl/service/journal.htm