De Wakkere Consument
 Dit artikel verscheen in 'De Wakkere Consument' nummer 26 (26 augustus 1998) in de rubriek 'Milieu'

Consumptie en milieu

In december 1989 stelde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor om een wereldconferentie bijeen te roepen. Ze wilde strategieën uitwerken om de verloedering van het milieu een halt toe te roepen. In alle landen moet een duurzame en ecologisch rationele ontwikkeling aangemoedigd worden.

In juni 1992 keurde de Conferentie van Rio over milieu en ontwikkeling ACTIE 21 (voor de 21ste eeuw) goed. Dit globale actieplan bestrijkt alle domeinen waar het menselijk (economisch) handelen invloed heeft op het milieu. Het vraagt een politiek engagement, maar ook de inzet van industriëlen en consumenten.

De bescherming van het milieu, onze eerste bekommernis, wordt voortaan geïntegreerd in een groter project, dat van de duurzame ontwikkeling. Dat vraagt natuurlijk een ingrijpende wijziging van onze productiemethoden en consumptiegewoonten. Daarom zet ACTIE 21 de regeringen aan om op volgende grote objectieven te mikken:

Hoe kunnen regeringen hun nationale productiemethoden en consumptiegewoonten milieuvriendelijk maken en ze meer op duurzame ontwikkeling richten? Het strijdperk is dus afgebakend. Maar de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. Tussen droom en daad ligt een lange, moeilijke weg. Laat ons eerst eens bekijken waar het bij de milieuproblemen om gaat.

Eerst en vooral moeten we ons realiseren dat het niet veel zin heeft om onze consumptiegewoonten te scheiden van hun impact op het milieu. Het complete economische apparaat is er op gericht om de eindconsumptie van de gezinnen te voeden. Met huishoudelijke eindconsumptie bedoelen de economisten de privé-consumptie (voeding, verwarming, huisvesting, ...) en de openbare consumptie (gerechtelijk apparaat, scholing, ...). Elke vervuiling aan het einde van een lange industriële weg komt uiteindelijk op rekening van de eindgebruiker, hier of elders. Limonadeflessen vormen een goed voorbeeld van de wereldwijde omvang van de vervuiling. Je kunt de problematiek van de wegwerpflessen niet reduceren tot het welomschreven probleem van het afval dat rechtstreeks door de consument wordt geproduceerd. Het hele productieproces veroorzaakt afval, van het ontginnen van de grondstoffen over de distributie tot het uitdrinken van de fles. Zo koopt de consument zelf niet de energie die nodig is om de fles te maken. Je kunt zeggen dat de flessenfabrikant en de vervoermaatschappij het in zijn plaats hebben gedaan.

Hoe kan de consument de consumptie, en dus de productie, wereldwijd minder vervuilend maken? Concreet, wat frisdranken betreft: kraantjeswater drinken of tenminste een minder schadelijke verpakking kiezen. In werkelijkheid worden de consument de wapens met alle middelen uit de handen geslagen. Hij wordt onder druk gezet door de reclame (het "welzijn" van de kinderen!), de sociale verplichtingen (je kunt je gasten toch geen kraantjeswater voorzetten!), het funeste effect van de ruzies tussen experts (die je geweten paaien) en de technologische keuzes die meestal in het belang van de producent uitvallen. Maar indien zij gesteund worden door de wetgeving en een behoorlijke culturele inspanning, vertegenwoordigen de consumenten een slagkracht die zich maar al te graag voor het milieu wil inzetten.

Goede producten kiezen en meer recycleren volstaat helaas niet om het probleem van de vervuiling inherent aan onze levenswijze op te lossen. Niet alleen omdat zelfs de beste producten vervuilen, maar ook omdat het vooral de intensiteit van het gebruik is die op het milieu weegt. Om maar twee voorbeelden te geven:

In 1980 verbruikte elke inwoner 113 liter mineraal water en limonade per jaar; in 1995 was dat 203 liter.

De aarde telt zes miljard bewoners. Elke verschuiving in het persoonlijke gedrag, hoe licht ook, kan enorme gevolgen hebben op wereldniveau.

Er bestaan grote verschillen in consumptie en dus vervuiling tussen de zogenaamde ontwikkelde landen en de derde wereld, maar ook tussen de rijke landen onderling. Het werkt heel verhelderend om de Verenigde Staten en Europa te vergelijken, vertrekkend van parameters die invloed hebben op het milieu. Even kijken wat dat geeft.

Europa / Verenigde Staten: Enkele milieuwijzers
 
Indicator 
Europa
Verenigde Staten
Europa in % van VS
Jaarverbruik drinkwater per inwoner in m3 (1980-89)
863
1.952
44
Gasuitstoot met serre-effect per inwoner (wereldmediaan = 1) (1991)
4,30
8,95
48
Verbruik van commerciële energie (=1kg aardolie per persoon) 
3.588
7.918
45
Papierverbruik (tonnen per 1.000 inw.)
53.1
86.6
61
Uitstoot zwavel- en stikstofoxide (kg/j/inw.’89)
74
160
46
Gemeentelijk afval (kg per jaar/inwoner ‘92)
400
730
55
Aantal autokm per jaar per inwoner (‘93)
5.430
10.280
53
Bevolking blootgesteld aan +60 dB verkeerslawaai (in % van de totale bevolking) (‘80-’90)
33
18
183
Ter herinnering: binnenlands brutoproduct per hoofd in US $ (1993)
17.914
25.512
70

Bronnen: PNUD en OESO

Eén van de economische objectieven van de Europese Unie is het stimuleren van het verbruik van de gezinnen. Men wil dus eigenlijk de Amerikanen "inhalen". Zullen wij dan ook evenveel vervuilen als de Amerikanen? Het antwoord is zeker bevestigend wat de vervuiling betreft die samenhangt met het autorijden, bijvoorbeeld. Wat huishoudelijk afval betreft, is dat iets minder het geval. Toch is er vooruitgang mogelijk. Het Europees verbruik van meststoffen en pesticiden daalt, hoewel de moderne pesticiden waarschijnlijk giftiger zijn en het de drinkwaterleveranciers dus meer geld kost om ze te verwijderen.

Deze enkele overwegingen leiden tot een drievoudig besluit:

Het wordt tijd om ons gedrag te herzien. Het volstaat echter niet om de - rechtstreekse en onrechtstreekse - milieugevolgen van elke consumptiedaad, van productie tot verdeling, te beperken. Deze beperkingen moeten voldoende ingrijpend zijn om niet te worden ontkracht door een toename van het totale verbruik. De realisatie van de technologische vooruitgang vraagt een gedragsverandering (bijvoorbeeld de overbodige verplaatsingen met de auto verminderen en meer het openbaar vervoer gebruiken). Maar iedereen, zowel de minder begoede mensen van het noorden als de mensen van het zuiden, moeten dezelfde kansen krijgen om een levensniveau te bereiken dat hen tot wereldburgers maakt.

Zulke kenteringen hoeven geen achteruitgang te betekenen. Een studie van het Nederlandse Planbureau, op aanvraag van de Vrienden van de Aarde, bevestigt dat de veranderingen ten bate van een duurzame ontwikkeling niet angstaanjagend zijn, als alle Europese landen het proces tezelfdertijd in gang zetten. Op de lange duur wordt er amper aan het verbruik van de gezinnen geraakt en er worden meer banen gecreëerd. De technische vooruitgang, wat energie betreft bijvoorbeeld, is ongelooflijk. Het succes van de biologische landbouw gaat in stijgende lijn. De positieve respons van de verbruiker op de selectieve vuilophalingen is een hoopvol teken. Nu moeten we met ons allen naar een hogere versnelling overschakelen. Minder vervuiling betekent minder gezondheidsproblemen, minder herstellingskosten, minder indirecte kosten (bijvoorbeeld goedkoper water), kortom, een waarlijk hoger welzijnsniveau.

Auteur: Philippe Defeyt, Voorzitter van het Instituut voor Duurzame Ontwikkeling


De Wakkere Consument

'De Wakkere Consument' is het halfmaandelijs magazine van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties. Het blad bekijkt het verbruik in het licht van de grote vraagstukken van onze tijd. Vanuit die optiek wordt ook heel wat aandacht besteed aan de relatie tussen verbruik en milieu.

Abonnementsvoorwaarden en proefnummers:

OIVO
Riddersstraat 18   -   1050 BRUSSEL
tel: 02/547.06.11   -   fax: 02/547.06.01
email: crioc_oivo@skynet.be
http://www.oivo-crioc.org/nl/service/journal.htm