
Wasmiddelen voor een proper milieu
Samen met partners uit de milieubeweging in Vlaanderen en Wallonië spoort het OIVO sinds enkele jaren de consumenten aan om een meer milieuvriendelijk consumptiegedrag aan de dag te leggen.
Aanvankelijk werd de nadruk gelegd op de keuze van producten die minder vervuilend zijn. Daartoe werd aan de consumenten informatie verstrekt over producten zoals elektrische huishoudtoestellen, bestrijdingsmiddelen, schoonmaakproducten, kantoorartikelen, doe-het-zelfproducten enz…, om ze tot een aanpassing van hun koopgedrag te bewegen. Gaandeweg is het project geëvolueerd en heeft het zich uitgebreid naar het consumptieproces in zijn geheel : niet alleen de productkeuze, maar ook het rationeel en economisch gebruik van producten, van water en van energie, evenals het beperken van het huishoudelijk afval, kregen meer aandacht.
Voor dit artikel kozen we wasmiddelen als thema, omdat nagenoeg ieder gezin ze regelmatig gebruikt en omdat ze een goed voorbeeld zijn van de invloed die een alledaagse huishoudelijke activiteit op het leefmilieu kan hebben.
De 3,5 miljoen gezinnen in België verbruiken per jaar gemiddeld zo'n 27,5 kg wasmiddel, 21 000 liter water en 235 kWh elektriciteit om hun kleren netjes te houden. Dat moet op een of andere manier uiteindelijk allemaal door het milieu aan de ene kant opgehoest en aan de andere kant geslikt worden.
Daarbij is de invloed van de wasmiddelen op het milieu zelf een zware last, vermits ze na gebruik via lozing in het afvalwater terechtkomen. Daarnaast zijn er evenwel ook de verpakkingen die via storting, verbranding of dumping het milieu kunnen verpesten. Daar bovenop komt dan nog dat onze wasmachines niet weinig water en energie verbruiken.
De eerste bewustwordingscampagnes
De sensibiliseringsacties van het interregionaal samenwerkingsverband inzake eco-consumptie in het begin van de jaren '90 hadden voornamelijk tot doel de consumenten attent te maken op wasproducten die minder vervuilend zijn en ze ertoe te bewegen eerder deze producten te gebruiken. Men dacht toen nog dat het gebruik van alternatieve producten volstond om de milieu-impact terug te dringen.
Deze zogenaamd "groene" producten bevatten effectief veel minder agressieve stoffen dan de traditionele wasmiddelen. Jammer genoeg zijn ze daardoor minder doeltreffend voor een kraaknette was1, waardoor het begrijpelijk is dat de consumenten ze na enige tijd opnieuw links hebben laten liggen.
De sensibiliseringsacties hadden aldus niet de verhoopte resultaten.
In de eerste plaats is er veel weerstand bij huisvrouwen. Veel van hen weigeren immers te aanvaarden dat een wasproduct dat kleren schoonmaakt, na het gebruik de rivieren vervuilt. Properheid is bovendien niet alleen een relatief begrip, maar voor heel wat mensen ook 'geladen'. Het volstaat niet dat de was alleen maar proper is, hij moet ook witter dan wit zijn, zacht en soepel aanvoelen en lekker ruiken.
Als men de meer milieuvriendelijke producten dan toch gebruikt, maar op een slechte manier (meer wasmiddel, hogere wastemperatuur, langere wasprogramma's, meer voorwas,…), wordt het gunstig milieu-effect bovendien grotendeels tenietgedaan. Een Nederlandse studie2 wees zelfs uit dat het al bij al meer milieubelastend is om de was te doen met de ecologische producten als men op deze wijze 'compenseert'.
Een meer aangepast gedrag
Het werd voor de partners van het eco-consumptienetwerk al snel duidelijk dat er meer globaal opgetreden moest worden en dat er niet alleen op de te gebruiken producten gehamerd moest worden om gunstige milieueffecten te bekomen. Het rationeel gebruik van de wasmachine is blijkbaar ook een heel belangrijk punt. De properheid van het wasgoed en de invloed op het milieu hangen hiervan veel meer af dan van het wasproduct op zich.
Daarom is het netwerk overgegaan tot een herwerking van de boodschap naar de consumenten toe en werd de klemtoon meer gelegd op het gedrag en de wastechniek dan op de wasmiddelen.
Vanaf dat moment hadden de aanbevelingen meer betrekking op het gebruik van de wasmachine, het voor-ontvlekken en het sorteren van de kleren en het doseren van het product, dan op het product als dusdanig.
Gelukkig staat het eco-consumptienetwerk niet alleen in zijn strijd voor een betere milieuvoorlichting van de consument.
Zo werden in september 1995 de criteria gepubliceerd voor de toekenning van het Europees milieukeurmerk aan textieldetergenten3. En, ook voor geconcentreerde, fosfaatvrije producten werden criteria uitgewerkt. Die producten bleken een aanvaardbaar compromis te zijn tussen de gewenste waskracht en een beperkte milieu-impact : het afvoerwater was minder vervuilend en er werd minder verpakkingsmateriaal gebruikt, waardoor ook het transport en de hoeveelheid afval verminderden. Bovendien blijkt de prijs van de producten ongeveer overeen te komen met die van de niet-geconcentreerde wasmiddelen.
Test-Aankoop bevestigde trouwens dat de gecon-centreerde fosfaatvrije was-middelen even doeltreffend, minder duur en minder milieubelastend zijn, uiteraard op voorwaarde dat de aanbevolen doseringen gerespecteerd worden. Daarnaast is er voor de consument nog het voordeel dat men minder gewicht en volume moet versleuren, vervoeren en thuis opslaan.
Terugloop van de geconcentreerde producten
Ondanks al die voordelen blijken de geconcentreerde wasmiddelen niet het commerciële succes te kennen dat ervan verwacht werd. Men stelt integendeel vast dat consumenten teruggrijpen naar de niet-geconcentreerde waspoeders.
Zonder een grondige analyse te maken, kunnen we toch enkele verklaringen naar voren schuiven voor deze vaststelling.
In maart 1996 schreef "Distributie Vandaag", het maandblad van de distributiesector het volgende : "Sommigen wijten deze verhoogde belangstelling voor normale poeders aan het feit dat Belgen eerder traditioneel ingesteld zijn en 'pas langzaam openstaan voor' vernieuwing, anderen staan bekend als 'kopers van volume'; nog anderen zeggen dat ze de instructies voor de dosering niet goed of zelfs helemaal niet lezen, vandaar de neiging om teveel compact poeder te gebruiken waardoor het economische aspect verloren gaat.".
De marketingsector heeft echter ook nog andere verklaringen : de consumenten zijn bevooroordeeld, ze zien de geconcentreerde poeders als hoogtechnologische en bijgevolg zeer dure producten, waardoor ze ze a priori links laten liggen.
De terugloop wordt bovendien nog aangewakkerd door de agressieve publiciteit voor niet-geconcentreerde poeders en de invoering van grote verpakkingen voor deze poeders.
Voor een beter leefmilieu
Om deze negatieve tendens om te keren moet men echter zowel de consumenten als de producenten kunnen overtuigen van de voordelen van de geconcentreerde wasmiddelen. Hier is uiteraard nog heel wat werk voor de boeg voor de eco-consumptiepartners.
Consumenten moeten in de eerste plaats raad krijgen over het correct gebruik van de wasmiddelen: het naleven van de dosering, het gebruik van waterontharders i.p.v. het verhogen van de dosis als men met hard water wast enz…
Ook de producenten moeten aangezet worden tot medewerking aan de voorlichting over het gebruik en de voordelen van de geconcentreerde wasmiddelen. De producenten moeten de consumenten begeleiden bij de overschakeling naar meer ecologisch verantwoorde wasgewoonten.: ze kunnen het doseren vergemakkelijken door bijvoorbeeld systematisch een maatbekertje in de verpakkingen te stoppen, ze kunnen duidelijker instructies geven etc.
Dit voorbeeld over wasmiddelen illustreert heel goed dat het niet eenvoudig is om een merkbaar milieuvoordeel te bewerkstelligen.
Men mag vooral niet uit het oog verliezen dat elk stadium van het product belangrijk is, of het nu de productie, het gebruik of de eliminatie betreft. De resultaten zal men dan ook globaal over de hele levenscyclus moeten beoordelen.
Het staat alleszins vast dat een significante vermindering van de milieu-impact van huishoudelijke activiteiten enkel verwezenlijkt kan worden als men een goede kennis heeft van het gedrag van de consumenten. En, men zal in praktisch alle gevallen de betrokken economische en politieke actoren moeten inschakelen om volwaardige voorlichtingscampagnes naar de consumenten toe te organiseren.
(1) Test Aankoop, n° 385, februari '96 ; "60 millions de consommateurs", n° 299, oktober '96.
(2) SWOKA, Instituut voor consumentenonderzoek, Den Haag, 1992.
(3) Besluit van 25 juli 1995, 95/365/CEE; Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen n°L217; 13/09/95.
(4) Test Aankoop, n°398, april 1997.
'De Wakkere Consument' is het halfmaandelijs magazine van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties. Het blad bekijkt het verbruik in het licht van de grote vraagstukken van onze tijd. Vanuit die optiek wordt ook heel wat aandacht besteed aan de relatie tussen verbruik en milieu.
Abonnementsvoorwaarden en proefnummers:
OIVO
Riddersstraat 18 -
1050 BRUSSEL
tel: 02/547.06.11 -
fax: 02/547.06.01
email: crioc_oivo@skynet.be
http://www.oivo-crioc.org/nl/service/journal.htm