50 VRAGEN

 
een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,...


 
 
4

 
 
Het ene stuk vlees is het andere niet.
Vanwaar komen de verschillen?

 


 

Traditioneel wordt vlees in categorieën ingedeeld afhankelijk van de anatomische ligging van het bewuste stuk, met andere woorden van zijn textuur (gehalte aan bindweefsel). Hoe minder bindweefsel en hoe jonger het dier, hoe malser het vlees. Het bindweefsel verhardt met de leeftijd (het vlees wordt taaier). 

Het bindweefselgehalte is ook bepalend voor de bereidingswijze. Stukken met een hoog bindweefselgehalte vereisen een langere bereidingsduur. 

Vlees wordt in de handel in drie categorieën ingedeeld: 

Vlees van 1ste categorie: stukken om te braden of te roosteren, die nagenoeg volledig uit fijne spiervezels bestaan. Ze worden klaargemaakt als steak, gebraad, schnitzel, koteletten, ... 

Vlees van 2de categorie: stukken om te stoven. Ze hebben een hoger bindweefselgehalte. Soms maakt men van die stukken gebraad van tweede keus (schouderstuk). 

Vlees van 3de categorie: vlees om te koken. In die stukken zit soms ook been, kraakbeen en vaak ook een grote hoeveelheid vet. 

 


 

vorige vraagvolledige inhoudstafelvolgende vraag

andere publicatieshome pagina ecolijn


Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreks el uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De brochure is een realisatie van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties, op vraag van de Minister van Volksgezondheid en in samenwerking met het Instituut voor Veterinaire Keuring. (1996) 
 



 
 

De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het

Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO)
Riddersstraat 18
1050 Brussel
Tel: 02/547.06.11
Fax: 02/547.06.01

of bij het 

Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK)
Wetstraat 56 
1040 Brussel 
Tel.: 02/287.02.67 

 

naar boven