| |
| | |
| |

| In principe wordt elk dier geslacht om in het vleescircuit terecht te komen, ongeacht het geslacht of de functie (bijv. melkkoe). Toch hebben de zoötechnische factoren, zoals het ras, het geslacht en de leeftijd, een invloed op de kwaliteit van het vlees. Het ras Genetische factoren bepalen het gehalte aan bindweefsel en spiervezels. De malsheid van vlees wordt onder andere bepaald door het ras. Vlees dat afkomstig is van runderen die vooral voor de vleesproductie (vleesrassen) ingezet worden, zal malser zijn dan vlees van traditionele melkrassen. De dikbilrunderen behoren veelal tot het Belgische Witblauwe ras en staan bekend voor hun mals vlees, maar er zijn ook vele kruisingen met andere rassen. Het geslacht Vlees afkomstig van mannelijke dieren bevat meer bindweefsel dan vlees van vrouwelijke dieren van dezelfde leeftijd en is daarom taaier. De leeftijd De malsheid van het vlees neemt af met de leeftijd van het dier.
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |