| |
| | |
| |

| Veetelers gebruiken groeibevorderaars voor verschillende winstgevende doeleinden. Ten eerste zet het behandelde vee het voeder beter om in vlees. Met andere woorden, een behandeld dier heeft minder kilo's voeder nodig om een kilogram lichaamsgewicht aan te komen dan een dier dat niet is behandeld. De landbouwer realiseert op die manier rechtstreeks een aanzienlijke besparing op voederkosten. Ten tweede nemen behandelde dieren vlugger in gewicht toe dan niet behandelde dieren. Dit betekent dat het behandelde vee minder tijd nodig heeft om zijn slachtgewicht te bereiken zodat de landbouwer ook kan bezuinigen op arbeid, leningen en vaste kosten. In dat geval bereikt het op dezelfde tijd een hoger gewicht dan onbehandeld vee, waardoor het hogere marktprijzen haalt. In beide gevallen dragen hormonen in grote mate bij tot het verhogen van de opbrengsten van vee op de markt. Tenslotte hebben sommige groeibevorderaars tot gevolg dat het veevoeder in vlees wordt omgezet en niet in vet. Dit vetverminderend effect is niet alleen belangrijk in de ogen van de consument. Het verhoogt de verhandelbaarheid en de waarde van het karkas. De gezondheidsbewuste consument vraagt immers meer naar vetarm vlees. Men kan stellen dat er in theorie bij elke diersoort een behandeling met groeibevorderaars mogelijk is. De doeltreffendheid van een stof als groeistimulator blijkt wel min of meer gebonden aan de diersoort.
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |