| |
| | |
| |

| Sommige groeibevorderaars blijken de zintuiglijk waarneembare kwaliteit van het vlees weinig of niet te beïnvloeden. Dit is echter maar waar indien ze onder optimale voorwaarden toegediend worden (dosis, tijdstip, leeftijd van het dier, oplosmiddel, wachttijd voor het slachten, weefsel waarin het toegediend wordt, ...). Van sommige stoffen zijn nadelige effecten gekend. Zo zullen de herverdelers, zoals clenbuterol, de neiging hebben om de zachtheid van het bereide vlees te verminderen. Het betreft hier mager vlees door minder vet- en meer eiwitaanzet. De malsheid van het vlees wordt voornamelijk bepaald door de verhouding vlees(spieren)-bindweefsel, terwijl de smaak bepaald wordt door het vetgehalte. Schildklierremmers en corticosteroïden veroorzaken een verhoogde opstapeling van vocht in het weefsel. De kwaliteit van het vlees is duidelijk verminderd: het vlees is bleek en verliest veel water bij het bakken.
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |