| |
| | |
| |

![]() De bovenstaande figuur laat ons zien dat het percentage afgekeurde dieren het grootst is bij pluimvee (1,39 %), gevolgd door het wild (1,28 %, maar slechts 1 dier van de 78) en de eenhoevigen (0,78 %). De redenen voor afkeuring zijn divers: ziekten (zoals geelzucht), bederf, natuurlijke dood, onvoldoende uitbloeding, laattijdige verwijdering van de ingewanden, afwijkend uitzicht, aanwezigheid van residuen (3 % van het totaal aantal afkeuringen),... Het hogere afkeuringspercentage in de pluimveesector is te wijten aan het groot sterftecijfer bij de aanvoer in het slachthuis (± 46 % van het totaal afgekeurd). Andere redenen zijn algemene verontreinigingen, letsels, abnormaal uitzicht, fysiologische stoornissen en besmettelijke ziekten, kwaadaardige gezwellen en vergiftigingen. Vlees, vet en afval die ongeschikt zijn verklaard voor menselijke consumptie, worden door de keurder in beslag genomen. Daarna wordt het afgekeurd vlees afgeleverd aan een vilbeluik.
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |