| |
| | |
| |

| Bij het slachten van een dier treden er grote veranderingen in de spieren op. Bij het daaropvolgende rijpingsproces, het "besterven", veranderen de spieren in malser vlees. De biochemie van de spier en verscheidene externe factoren spelen daarbij een belangrijke rol. De malsheid neemt toe gedurende de opslag. Anderzijds dient het karkas van een geslacht dier zo snel mogelijk door te koelen, zodat ziekte- en bederfverwekkende bacteriën geen kans krijgen om zich te vermenigvuldigen. De bewaaromstandigheden zijn vastgelegd in de reglementering:
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |