| |
| | |
| |

| De gekke-koeienziekte of BSE (Boviene Spongiforme Encephalopathie) is een ziekte bij runderen die voor het eerst in Engeland vastgesteld werd in 1986. De daaropvolgende jaren heeft deze ziekte zich als een duidelijke epidemie voorgedaan in het Verenigd Koninkrijk. Het aantal gevallen steeg van 130 in 1987 tot ongeveer 100.000 einde 1993. BSE werd in kleine aantallen gerapporteerd in andere landen, zoals Ierland, Zwitserland, Frankrijk, Denemarken, Portugal en Italië. In België en Nederland werden nog maar enkele gevallen aangetoond. BSE komt voor bij volwassen runderen van beide geslachten, meestal ouder dan 4-5 jaar. Het wordt gekenmerkt door een langzame degeneratie van het centraal zenuwstelsel. Door holtevorming gaan de hersenen onder de microscoop lijken op een spons. Dit gaat gepaard met gedragsveranderingen en bewegingsstoornissen, uiteindelijk gevolgd door de dood. De ziekte duurt weken tot maanden.
De wijze van ziekteoverdracht is nog niet volledig opgeklaard. De grootste bron van de verspreiding van de besmetting is waarschijnlijk veevoeder klaargemaakt op basis van besmette runderen. De eerste gevallen van BSE z ijn vermoedelijk ontstaan door spontane mutatie bij enkele runderen. De theorie dat BSE afkomstig zou zijn van schapen die aan de analoge hersenziekte scrapie lijden, wordt door de meeste wetenschappers niet langer waarschijnlijk geacht. Directe overdracht van BSE van het ene volwassen rund naar het andere doet zich niet voor.
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |