| |
| | |
| Is "visvet" beter dan "vleesvet"? |

| Vis is een zeer aan te bevelen eetwaar. Geregeld een vismaaltijd nuttigen (minstens eenmaal per week) biedt alleen maar voordelen. Schaaldieren behoren (volgens de wet) tot de categorie van de vissen. Vis is bijna altijd minder vet dan vlees en bijgevolg minder calorierijk. Bovendien is het aanwezige vet rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren, die een gunstige invloed hebben op het cholesterolgehalte van het bloed, de bloeddruk verlagen, de vloeibaarheid van het bloed verhogen, de vorming van bloedklonters tegengaan en de hartslag stabiliseren. Vette vissoorten (haring, forel, zalm, makreel, hondshaai of zeepaling, sardine, tonijn, paling enz.) zijn rijk aan vitaminen A en D. Aangezien vitamine D overwegend in de zomer van nature aanwezig is in boter, terwijl het aan margarine wordt toegevoegd, hebben personen die een vetarm dieet volgen, er alle belang bij regelmatig dergelijke vissoorten te verbruiken, die hoe dan ook magerder zijn dan vlees. Vis is rijk aan jodium, een belangrijk bestanddeel voor een goede werking van de schildklier, en selenium, dat de verdedigingsmechanismen van het lichaam tegen verschillende vormen van kanker versterkt. Fosfor, tenslotte, is in grote mate aanwezig in vis en speelt een belangrijke rol bij de beendervorming. Vis is zeer licht verteerbaar. Dat geeft bijv. een beter rendement in het werk of een betere nachtrust na het avondmaal. In tegenstelling tot wat een algemeen verspreid gezegde beweert, wordt men niet slimmer van het eten van vis. Vis is wel gevoeliger voor bederf dan vlees. Naarmate de tijd verstrijkt, grijpen omzettingen plaats (o.a. aminozuren die worden omgezet in aminen) die in uitzonderlijke gevallen aanleiding kunnen geven tot uiteenlopende symptomen en misselijkheidsverschijnselen: hoofdpijn, duizeligheid, netelroos, problemen met de bloeddruk en braken. De hygiëne bij de verhandeling, de bewaring en z. moeten onberispelijk zijn om de vorming van dit bestanddeel te voorkomen. Deze verschijnselen zullen zich bijna nooit voordoen, daar visbederf, gekenmerkt door een onaangename geur, reeds in het beginstadium opgemerkt wordt door de consument.
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |