| |
| | |
| |

| In België bedraagt de consumptie van vis niet meer dan 8,5 kg, waarmee de Belg tot de "kleine" viseters behoort. Men onderscheidt zeevis en zoetwatervis. De belangrijkste zoetwatervissen die bij ons worden verkocht, zijn de forel en de snoek. Voeg daar nog enkele exotische vissoorten aan toe, zoals de nijl- of victoriabaars, die uit Afrika wordt ingevoerd, en de tilapia, eveneens een Afrikaanse vis, maar die nu bij ons in warmwaterkwekerijen wordt voortgebracht. De grote meerderheid van de vis in de winkels is evenwel zeevis. Op te merken valt dat de herkomst uit zee of uit zoet water geen invloed heeft op het zoutgehalte van vis. Heel wat vissoorten worden onder de verkeerde benaming verkocht. "Doradefilet" is in werkelijkheid roodbaars, en "zeepaling" is eigenlijk honds- of doornhaai. Dit zijn algemeen verspreide benamingen die, alhoewel verkeerd, toch niet echt bedrog kunnen worden genoemd. Echter, heilbot als Groenlandse tarbot of koolvis als witte zalm verkopen is ronduit misleidend en er alleen maar op gericht om goedkopere vis te verkopen voor vis met een hogere commerciële waarde. De dagelijkse consumptie van vis wordt vaak aanzien als eentonig, toch is er op de markt een ruim aanbod aan verschillende vissoorten. In het Belgisch assortiment vis vindt men o.m.: paling, rog (waarvan meestal de vleugels verkocht worden), haring (ook gemarineerd in azijn en gekend als rolmops), makreel, kabeljauw, wijting, schelvis, griet (kwaliteit vergelijkbaar met tarbot maar goedkoper), tongschar (of steenschol), melktong (smaak lijkt op die van gewone tong maar goedkoper), tong, pladijs, schol, plaat, rode poon (of knorhaan), zeewolf, zeeduivel (of staartvis).
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |