| |
| | |
| |

| De weefselstructuur van gekweekte vissen is dikwijls minder strak dan deze van vissen gevangen in hun natuurlijk milieu, omdat deze laatste meer inspanningen moeten doen. De gekweekte vis verbruikt zijn voedsel naar believen, terwijl in het natuurlijk milieu de vis zijn prooi moet vangen. Dit verklaart eveneens waarom gekweekte vissen meer vet kunnen bevatten. Om de organoleptische kwaliteit (smaak, weefselstructuur en geur) van gekweekte vissen te verbeteren, bestaat er een methode waarbij de vissen gekweekt worden in een waterstroom van dezelfde sterkte als deze in het natuurlijk milieu. In deze omstandigheden kan de vis spieren ontwikkelen doordat hij verplicht is in tegenstroom te zwemmen. De nutritionele waarde van gekweekte vissen is niet lager dan deze van vissen gevangen in de zee. De kweektechnieken hebben geen invloed op het eiwitgehalte van de vis. Het vetgehalte van vis, gevangen in zijn natuurlijk milieu, is in het algemeen laag en varieert lichtjes naargelang van het seizoen en de voeding van de vis. De gekweekte vis, daarentegen, is rijker aan vetzuren. De gebruikte voeding in de aquaculturen leveren doorgaans meer vette vis op. Het betreft hier meervoudige onverzadigde vetzuren die meer aanbevelingswaardig zijn dan de verzadigde vetzuren van vlees. Het probleem van residuen kan zich zowel bij gekweekte vissen als bij vissen in hun natuurlijk milieu voordoen. Bij deze laatste kunnen residuen van zware metalen en van pesticiden voorkomen, terwijl het bij de gekweekte vissen vooral om residuen van geneesmiddelen (antibiotica) gaat (zie ook vraag 45). Het IVK controleert of de residugehalten beneden een aanvaardbare grens blijven.
|
| Deze vraag/antwoord-fiche is een uittreksel uit de brochure "50 vragen van de consument: een antwoord op al uw vragen over vlees, vis, gevogelte, wild, konijnen,..."
De volledige brochure is gratis te verkrijgen bij het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) of bij het Instituut voor Veterinaire Keuring (IVK) |