COFACE


DUURZAME CONSUMPTIE:

WATER, 
ENERGIE 

EN VERVOER
 INHOUDSTAFEL

INLEIDING: EEN DUURZAME WERELD

WATERVERBRUIK EN -VERVUILING
     Een dam tegen verspilling 
     Proper water en een zuiver geweten 

RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK
     Er warmpjes in zitten (verwarming) 
     Warm water 
     Elektrische toestellen 
     Er gaat een lichtje branden (spaarlampen) 

VERVOER
     Rationeel autogebruik 
     Alternatieven voor woon-werkvervoer 

     Vrijetijds- en vakantieverplaatsingen

INFO EN BESTELLINGEN
 

 

EEN DUURZAME WERELD
Dat het met het milieu niet bijster goed gaat, weet ondertussen nagenoeg iedereen. We zien het niet alleen in onze eigen omgeving, maar ook de wereldleiders hebben zich de laatste jaren in Rio (Brazilië) en Kyoto (Japan) over de wereldwijde milieuproblemen gebogen.

Om de aarde ook voor de toekomstige generaties leefbaar te houden, is een duurzamere leefwijze noodzakelijk. We moeten de vervuiling van het leefmilieu terugschroeven en mogen niet langer de uitputbare voorraden grondstoffen zoals water, energie en mineralen aan het huidige tempo opsouperen.

Als individuele consument kunnen we daartoe zeker ons steentje bijdragen, zelfs zonder dat onze levenskwaliteit daarbij moet inboeten. Het komt erop neer onze consumptiedrang in te ruilen voor een duurzame en kwaliteitsvolle consumptie.
Nieuw ontwikkelde technologieën helpen ons de beschikbare grondstoffen doeltreffender te gebruiken. En, als wij bovendien iets doordachter handelen en een paar totaal overbodige of onzinnige dingen laten vallen, dan staan we al heel wat verder.

COFACE, de Confederatie van de Gezinsorganisaties in de Europese Unie, heeft twee jaar geleden al een brochure uitgegeven over duurzame consumptie in het domein van verpakkingen, schoonmaakproducten en wasmiddelen.
Met de brochure die nu voor u ligt willen wij de gezinnen opnieuw een leidraad geven om hun steentje bij te dragen tot een beter leefmilieu. Bovendien kan dat een aanzienlijke besparing op het gezinsbudget met zich meebrengen, zonder aan comfort in te boeten.

Deze brochure zet de gezinnen op weg om meer ecologisch verantwoord om te springen met water, energie en vervoer. Een paar technische ingrepen en een aanpassing van het gedrag doen al heel wat.

Lees dit document, hou het bij de hand en denk creatief na hoe u de richtlijnen op uw eigen situatie kunt toepassen. Het kan bovendien ook nooit kwaad om zelf verder op zoek te gaan naar bijkomende informatie. Vakmensen, de overheid en consumenten- en milieuverenigingen kunnen u bijstaan om een gepaste oplossing voor uw problemen aan te dragen.

 

WATERVERBRUIK EN VERVUILING
Een gezin in Europa verbruikt gemiddeld zo'n 300 liter leidingwater per dag. Dat is al gauw meer dan 100 kubieke meter (m³) drinkwater per jaar. Nochtans is nog geen 10 procent daarvan bestemd voor drank- en voedselbereiding. Het grootste gedeelte eindigt als afvalwater in de riolering.

Vaak doen we dat nogal onbezonnen. Omdat de prijs van de waterrekening nogal meevalt in vergelijking met de elektriciteits- of gasrekening baart ons waterverbruik ons over het algemeen weinig zorgen. Onterecht, want de voorraden drinkbaar water zijn niet onbeperkt en door de toenemende vervuiling moeten de waterzuiveringsbedrijven steeds zwaardere inspanningen doen om kwaliteitsvol leidingwater te leveren.

Op sommige plaatsen brengt het oppompen van te grote hoeveelheden grondwater het plaatselijke ecosysteem in onevenwicht. Ook de vervuiling van het grondwater en van onze oppervlaktewaters bedreigt almaar meer de drinkwaterreserves.
De watervoorraden in Europa zijn trouwens zeer ongelijk verdeeld. Vooral in het Middellandse-Zeegebied zorgen droge zomers soms voor ernstige watertekorten die zelfs rantsoeneringen noodzakelijk maken.

Het is dus hoog tijd dat we ernstig beginnen na te denken over ons waterverbruik. Het is geen overbodige luxe de verspilling tegen te gaan en de vervuiling die we veroorzaken te verminderen. Niet alleen onze portefeuille vaart daar wel bij, maar ook het leefmilieu is er op langere termijn mee gediend.
 

Een dam tegen verspilling

Een van de grootste slokoppen in het huishoudelijke waterverbruik is het toilet. Een vierde van het water wordt langs die weg doorgespoeld.
Het toilet kan uitgerust worden met een spoelbak met spaarknop, waarmee het spoelen kan worden onderbroken. Daardoor kunnen we heel wat water sparen. Het is ook mogelijk een dubbele spoelknop te installeren: een voor de grote boodschap en een voor een beperkte spoeling voor de kleine boodschap. Tenslotte kan men ook een of twee bakstenen in de spoelbak plaatsen om het volume spoelwater te beperken.

Ook voor onze persoonlijke hygiëne verbruiken we veel water. Door regelmatig een douche te nemen in plaats van een bad verbruiken we drie keer minder water. En, omdat het warm water is, merken we dit ook op onze energiefactuur.
Wie een speciale spaardouchekop gebruikt die het water vernevelt en aangenaam doet bruisen, halveert zijn verbruik nog eens. Bovendien moet het water tijdens het inzepen niet blijven lopen.
Wie zich aan de wastafel opfrist, doet er dan weer goed aan de stop te gebruiken in plaats van het water te laten stromen, en ook bij het poetsen van de tanden hoeft de waterkraan niet de hele tijd open te staan.

Wasmachines en afwasmachines gebruiken ook vrij veel water, of ze nu vol zijn of niet. Gebruik ze daarom liever niet halfvol, zelfs niet met de spaarknop op. Kies voor water- en energiezuinige programma's (lage temperatuur, geen voorwas enz.), en let er bij de aankoop van een nieuwe machine op een zuinig model te kiezen. Het prijsverschil verdien je gauw terug. Het verbruik van een machine ken je dankzij het verplichte Europese energielabel: machines met een A-label zijn het zuinigst. Ook machines met een officieel milieukeurmerk of eco-label verbruiken minder water en elektriciteit.

Voor het besproeien van de tuin in de zomer is het beter - zowel voor de planten als voor het beperken van het waterverbruik - dat slechts een of twee keer per week goed te doen, dan om de haverklap de tuinslang boven te halen. 
Om de kamerplanten te begieten kan dan weer het spoelwater uit de keuken of afgekoeld kookwater dienen. 

Het gebruik van leidingwater voor tuin en kamerplanten is trouwens pure verspilling. Wie daarvoor regenwater kan opvangen, doet een goede zaak. Wie daarnaast ook zijn wagen met regenwater wast, het huis poetst, of de toiletspoeling aansluit op een regenwatercircuit, kan enkele duizenden liters kostbaar leidingwater per jaar uitsparen. De installatie van een apart circuit en een circulatiepomp lonen.

Lopende toiletten en druppelende kranen herstel je het liefst zo snel mogelijk. Ze kunnen verantwoordelijk zijn voor het wegsijpelen van tientallen kubieke meters water.

Huurders en mede-eigenaars in appartementsgebouwen dringen er het best op aan om voor iedereen een afzonderlijke watermeter te laten installeren als dit nog niet het geval is. Op die manier is iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn verbruik en wordt een onverantwoorde verspilling tegengegaan.

Wie regelmatig zijn verbruik op de meter nagaat, zal er in de praktijk ook meer op toezien dat hij minder verbruikt of verspilt. Een registratie geeft je trouwens het voordeel dat je de evolutie van je verbruik in de tijd kan volgen en de resultaten van je inspanningen ook ziet.
 

Proper water en een zuiver geweten

Samen met het afvalwater dat we dagelijks door de gootsteen naar de riool versassen, spoelen we heel wat schadelijke stoffen mee.

Een aantal producten, zoals oplosmiddelen, verven, olie, petroleum, resten van pesticiden enz. mogen helemaal niet door de gootsteen gegoten worden, maar moeten met het klein chemisch of gevaarlijk afval selectief opgehaald worden of naar het containerpark gebracht worden.

Naast deze boosdoeners zijn er nog heel wat meer gewone, zij het niet minder schadelijke stoffen, die we dagelijks naar de riool afvoeren.

Voor het reinigen van het huis, de was en de vaat gebruiken we grote hoeveelheden detergenten die uiteindelijk allemaal in het milieu terechtkomen. Niet alleen beperken we het best het gebruik van die producten door ze goed te doseren, maar beter kijken we uit naar minder schadelijke alternatieven: volledig afbreekbare of natuurlijke middelen zonder fosfaten, bleekmiddelen, optische witmakers, parfums enz.

Ook allerlei zuren en ontsmettingsmiddelen zijn vaak overbodig en schadelijk. Het ontkalken van koffiezetapparaten kan bijvoorbeeld met wat azijn. Hetzelfde geldt voor het verwijderen van kalkvlekken op sanitair, zeker als je er daarna nog eens met een sopje over gaat.

Ook voor het reinigen van het toilet is zo'n eenvoudige behandeling voldoende, waardoor schadelijke wc-reinigers, bleekwater en wc-blokjes nagenoeg overbodig worden.

Voor de persoonlijke hygiëne is dan weer gewone zeep aan te raden. Geparfumeerde producten, badolie en badschuim zijn niet alleen duurder, maar dragen ook aanzienlijk meer bij tot de vervuiling van het water en het leefmilieu.

 

RATIONEEL ENERGIEGEBRUIK
Het huishoudelijk energiegebruik in Europa is goed voor zo'n 40 procent van het totale verbruik in de Unie. De huishoudens gebruiken de energie voornamelijk om te verwarmen, te koken, te verlichten en allerlei elektrische apparaten te laten draaien.

Voor het merendeel halen wij onze energie uit de verbranding van fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool. Deze natuurlijke energiereserves raken door de steeds toenemende vraag echter langzaam uitgeput. Tegelijk draagt de uitstoot van de verbrandingsgassen bij tot het ontstaan van zure regen en het broeikaseffect waardoor de aarde opwarmt.

Om deze desastreuze tendens te doorbreken hebben de Europese landen zich naar aanleiding van de klimaatconferenties in het Braziliaanse Rio en het Japanse Kyoto geëngageerd om de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 tegen 2010 terug te dringen tot een niveau dat zes procent lager ligt dan in 1990.

Nucleaire energie vormt evenwel geen volwaardig alternatief: de risico's en milieuproblemen verbonden met de opwerkingsfabrieken, de kerncentrales en het radioactief afval zijn daarvoor veel te groot.
Hernieuwbare energiebronnen zoals wind- en waterkracht of zonne-energie worden in Europa daarentegen nog op veel te kleine schaal benut.

Spaarzaam omspringen met energie is dus het devies. Wij kunnen er trouwens allemaal ons steentje toe bijdragen. Meestal schrikken wij pas van ons energieverbruik als de rekening in de brievenbus valt, maar zijn wij tenslotte niet zelf verantwoordelijk voor die kosten? Was het wel allemaal nodig? En zouden wij er niets aan kunnen doen?

Oktober '98: maand van de energiebesparing


Er warmpjes in zitten

Voor de verwarming van huizen worden voornamelijk olie, gas, steenkool, hout en elektriciteit gebruikt. Allemaal zijn ze in min of meerdere mate milieubelastend, maar voor verwarming is elektriciteit in ieder geval niet zo'n goede keuze. Bij de productie gaat er immers heel wat energie verloren en de rekening voor de eindgebruiker kan tot drie keer hoger liggen. Je gebruikt een elektrische verwarming dan ook het best alleen nu en dan als bijverwarming.

Om de warmteverliezen zoveel mogelijk te beperken, moet je vooral voor een goede isolatie zorgen, je verwarmingstoestellen goed afstellen en optimaal gebruik maken van zonnewarmte.

De beste keuze zijn aparte efficiënte gaswandkacheltjes in elke ruimte. Die bieden het voordeel dat het verbruik snel aangepast kan worden aan de noden, wat vooral voordelig is bij een onregelmatig gebruik.

Een centrale verwarming moet goed afgesteld zijn en uitgerust met de nieuwste technieken zoals een hoogrendementscondensatieketel, een automatische pompschakelaar, thermostatische kranen op elke radiator, een kamerthermostaat met tijdinstelling en buitenvoelers om de temperatuur van de ketel automatisch aan te passen aan de weersomstandigheden. Ook worden blootliggende leidingen in bijvoorbeeld de kelder het best voorzien van een aaneengesloten buisisolatie. Die investering wordt zeer snel terugverdiend.

Een goede isolatie is trouwens overal waar grote warmteverliezen optreden noodzakelijk. Men kan een huis niet overisoleren. Niet alleen muur- en dakisolatie zijn belangrijk. Ook het dichtstoppen van spleten en tochtkieren rond ramen en deuren, nauw aansluitende gordijnen en een goede vloerisolatie spelen een niet te onderschatten rol.

Met een goede isolatie van het huis kun je tot bijna de helft besparen op verwarmingskosten, zodat de meerprijs van de isolatie in de kortste keren terugverdiend is. Naast rots- of glaswol bestaan er ook gemodificeerde papier- of celluloseplaten, geëxpandeerde kleikorrels en isolatie op basis van vlas.

Isoleren is deskundigenwerk, laat je dus adviseren. Goed geïsoleerde huizen vergen trouwens een gecontroleerde ventilatie met bijvoorbeeld afsluitbare roostertjes in de ramen.

Kies bij nieuwbouw, of bij de inrichting van je huis ook voor een strategische oriëntatie. Veel gebruikte ruimtes zoals de leefkamer richt je het best met grotere ramen naar de zuidkant, terwijl het washok en de garage beter uitgeven op de noordkant van het huis. Ook zo spaar je al heel wat verwarming uit.

Zorg er wel voor dat je huis geen serre wordt: met zonneweringen heb je in de zomer geen airconditioning nodig en hoogrendementsisolatieglas houdt het geluid en de warmte tegen.

De meest doeltreffende besparing blijft natuurlijk het naar beneden draaien van de verwarmingsknop en een iets warmere trui aantrekken. Het kan echter ook comfortabeler, door bijvoorbeeld alleen de hoofdvertrekken in huis te verwarmen en de installatie 's nachts en op momenten dat er niemand thuis is wat lager te zetten.
 
 

Warm water

De verwarming van water kost heel wat energie, of je daarvoor nu een elektrische boiler gebruikt of een toestel op gas of stookolie. Spaarzaam omspringen met warm water en gewoon koud water gebruiken waar mogelijk, dat is dan ook geen overbodige luxe.

Door de boiler niet te warm af te stellen (50 a 60°C volstaat ruimschoots), beperken we de warmteverliezen in de leidingen tussen de boiler en de warmwaterkranen. Bij het gebruik moeten we het warm water trouwens meestal toch mengen met koud water.

De warmteverliezen onderweg beperken we ook door de leidingen voldoende te isoleren en de afstand tussen de boiler en de aftappunten zo kort mogelijk te houden.

De installatie van een gasgeiser met zelfontstekende elektronische waakvlam is interessant.
Nog een stap verder is de keuze voor een zonneboiler. Met panelen op het dak wordt het water in een opslagvat opgewarmd. Zonlicht is daarvoor voldoende, de zon hoeft zelfs niet te schijnen. In zonarme streken is een bijverwarming op gas of elektriciteit wel aan te raden. Maar ook in noordelijk Europa draagt een zonneboiler bij tot een aanzienlijke reductie van de energiekosten.

Om het gebruik ervan aan te moedigen keert de overheid op sommige plaatsen trouwens fikse premies uit.
 

Elektrische toestellen

Elk gezin heeft thuis een hele reeks kleine en grote elektrische toestellen staan: een wasmachine, een droogkast, een vaatwasmachine, een koelkast, een diepvriezer, een broodrooster, een fornuis, een afzuigkap, een koffiezetapparaat, een mixer, een microgolfoven, een waterkoker, een kruimeldief, een keukenrobot, een eierkoker, een televisietoestel, een hifi-keten, een stofzuiger, elektrisch doe-het-zelf-gereedschap, een scheerapparaat, een telefoonbeantwoorder, een faxtoestel, een computer, een ventilator, allerlei speelgoed, enz. De lijst is bijna eindeloos.

Sommige van die toestellen zijn uiterst nuttig, maar voor andere vergt het soms meer moeite om ze te installeren en te onderhouden dan dat ze werkelijk tijdwinst en gebruiksgemak opleveren. 

Uiteindelijk zijn ze allemaal samen verantwoordelijk voor meer dan de helft van ons huishoudelijk elektriciteitsverbruik. 

Voor de productie van warm water verbruiken wasmachines en vaatwasmachines relatief grote hoeveelheden elektriciteit. Het is dan ook raadzaam zuinige programma's te gebruiken en steeds met volle machines te werken. 
Bij de aankoop van een nieuwe machine is het zinvol een model te kiezen met een Europees energielabel A, dat zijn de zuinigste. Energielabels zijn tegenwoordig verplicht op alle nieuwe toestellen. Meestal betaal je de zuinige modellen iets duurder, maar het prijsverschil verdien je al snel terug op je elektriciteitsrekening.

Afwassen met de hand is natuurlijk nog zuiniger, net zoals textiel drogen aan een klassieke waslijn zuiniger is dan het gebruik van een droogcentrifuge en zeker in vergelijking met een droogkast met warme lucht.

Koelapparaten zoals koelkasten en diepvriezers verbruiken dan weer minder als ze zelf op een koele plaats staan, dus liefst niet vlak naast een warmtebron of in volle zon.  Bovendien hebben ze achteraan een goede luchtcirculatie nodig en is het wenselijk ze geregeld te ontdooien. Wist je dat een ijslaagje van 2 mm het energieverbruik 10 procent de hoogte injaagt?
De temperatuur in de toestellen moet trouwens ook niet lager liggen dan echt nodig is.
Ook hier geldt dat je bij de aankoop uitkijkt naar een toestel dat niet groter is dan wat je nodig hebt en dat het liefst in de A-categorie van het Europees energielabel valt.
 

Er gaat een lichtje branden

Zo'n 10 procent van het huishoudelijk elektriciteitsverbruik in Europa dient voor verlichting.

Een klassieke gloeilamp verbruikt ongeveer 60 Watt. En aangezien die lamp een duizendtal uren per jaar brandt, is het totale verbruik goed voor 60 kWh per jaar. Een spaarlamp van 12 Watt geeft echter evenveel licht, maar verbruikt vijf keer minder. Een spaarlamp is eigenlijk een compacte TL-lamp met een gloeilampvoet en is momenteel nog steeds de zuinigheidskampioen. Wie in huis dus de meest gebruikte lampen (woonkamer, eetkamer, keuken, leeslampen, enz.) vervangt door spaarlampen bespaart al snel enkele honderden kWh op zijn elektriciteitsrekening.

Spaarlampen zijn wel zo'n drie keer duurder dan klassieke gloeilampen, maar omdat ze tien keer langer meegaan, doe je ook op dit vlak een goede zaak.

Wie daarenboven rekening houdt met een aantal praktische tips kan nog heel wat meer sparen.

De eerste stap is het gebruik van aangepaste armaturen. Een basisverlichting vergt een brede verspreiding in de verlichte ruimte, terwijl je een aangename sfeerverlichting krijgt door weerkaatsing van het licht op een wand of een plafond. Om te werken heb je dan weer direct licht op het werkvlak (keukenaanrecht, schrijftafel, enz.) nodig.

Bleke en heldere plafonds, wanden en meubelen weerkaatsen het licht meer dan donkere en sombere kleuren, waardoor een helderder effect wordt verkregen en je minder sterke lampen nodig hebt.

Ook het regelmatig afstoffen van de verlichtingspunten en een doordacht gebruik van binnenvallend buitenlicht (het aanrecht en de schrijftafel zo dicht mogelijk bij een raam plaatsen) zorgen ervoor dat je ook minder moet verlichten.

En ten slotte, hoeft het nog gezegd te worden, er is niemand die wat heeft aan lampen die nutteloos branden. Ook TL- en spaarlampen kun je beter uitdoen als men een vertrek langer dan enkele tientallen seconden verlaat.
 


Oktober '98: maand van de energiebesparing


 

VERVOER
Voor een groot deel van de gezinnen in Europa is de auto het meest populaire en gemakkelijke vervoermiddel. Eer je het beseft leg je er zelfs trajecten mee af die je eigenlijk gemakkelijker te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer zou kunnen overbruggen.

De opmars van het autoverkeer brengt zoals bekend ook heel wat problemen met zich mee: aantasting van de leefbaarheid van de steden, luchtvervuiling, geluidsoverlast, verkeersopstoppingen, parkeerproblemen, verkeersstress en wereldwijd elk jaar niet minder dan een half miljoen verkeersslachtoffers.

De tijd dat Koning Auto vrij spel kreeg, is dan ook allang voorbij. De meeste overheden nemen steeds meer maatregelen om het onverantwoord gebruik van de wagen in te dijken: allerlei heffingen, mobiliteitsplannen, repressief optreden tegen overtredingen enz.

De uitlaatgassen van auto's bevatten veel schadelijke stoffen en een katalysator lost dit probleem slechts gedeeltelijk op. Niet voor niets leggen de Europese instanties strikte beperkingen op aan wagens die in de toekomst nog op de markt komen.

Daar komt nog bij dat een wagen niet goedkoop is. Wie al zijn uitgaven nauwgezet bijhoudt (de aankoop, alle tankbeurten, het onderhoud, de accessoires, de reparaties, de verzekeringspremies, de belastingen en accijnzen, de verkeersboetes, het parkeergeld, de tolheffingen op sommige wegen, enz.) merkt al gauw dat ons populaire vervoermiddel een grote hap uit het gezinsbudget opslorpt.

Wie zijn auto geregeld aan de kant laat staan en kiest voor alternatieve vervoermiddelen, kan heel wat besparen. Door onze levensstijl is het wel niet altijd even vanzelfsprekend daar een gewoonte van te maken. Nochtans kunnen ook fervente autogebruikers en gezinnen voor wie de wagen onmisbaar is hun steentje bijdragen.
 

Rationeel autogebruik

De eerste stap is de keuze van een wagen. Het ligt voor de hand dat een zuinige wagen te verkiezen is boven een slokop die niet kijkt op een litertje meer of minder. Kleine wagens gebruiken bijna per definitie minder dan grote. Kies dus een auto die niet groter is dan je echt nodig hebt voor je dagelijks gebruik.

De minst vervuilende auto's zijn die op benzine of LPG, uitgerust met een geregelde driewegkatalysator. Dieselwagens verbruiken wel minder, maar hun uitlaatgassen bevatten veel meer kankerverwekkende stoffen.

Verder is het belangrijk de auto goed te (laten) onderhouden en hem goed af te stellen om het verbruik en de schadelijke uitlaatgassen zoveel mogelijk te beperken. De katalysator dient elke 35.000 km zeker gecontroleerd te worden.
Ook goed opgepompte banden en het niet nodeloos rondtoeren met bagagehouders of zware lasten verminderen het brandstofverbruik aanzienlijk.

Comfort is een mooie zaak, maar allerlei elektrische snufjes zoals een muziekinstallatie, air-conditioning, centrale vergrendeling of het automatisch openen en sluiten van ramen betrekken hun energie uit de autobatterij, die op haar beurt  opgeladen wordt door... de motor.

Ten slotte speelt het rijgedrag van de bestuurder een belangrijke rol. Hoe sneller hij rijdt en optrekt, hoe vervuilender de uitlaatgassen en hoe groter het verbruik.
Een beheerst en defensief rijgedrag, aangepast aan de zachte weggebruikers komt trouwens ook de verkeersveiligheid en je eigen bloeddruk ten goede.

Het is voorts niet onbelangrijk de autoverplaatsingen te combineren. Als je in een rit verschillende boodschappen doet beperk je niet alleen het aantal kilometers, maar is de motor ook meer opgewarmd. Een koude motor verbruikt meer en stoot meer schadelijke stoffen uit.
Uit onderzoek blijkt dat de helft van de autoritten amper 5 kilometer bedraagt en een tiende zelfs maar 1 kilometer of minder. Dat zijn dure en zeer vervuilende verplaatsingen, die je nochtans gemakkelijk met de fiets of zelfs te voet kan afleggen.

Je kan een auto ook delen met andere gezinnen. Een auto is immers te duur om het grootste gedeelte van de dag langs de weg te staan. In verschillende steden in Europa is het systeem een succes omdat het de deelnemers verlost van heel wat vaste kosten en het rationeel gebruik van de gemeenschappelijke auto('s) financieel stimuleert. Je doet er wel goed aan de afspraken contractueel vast te leggen.
 

Alternatieven voor woon-werkvervoer

Te voet gaan, fietsen of met het openbaar vervoer naar het werk gaan heeft zijn voor- en nadelen. Het vraagt vooral een andere organisatie in vergelijking met het gebruik van de auto.

Maar wie zijn dagelijkse traject, of toch een deel ervan, met een ander vervoermiddel dan de auto aflegt, rijdt zich niet vast in ergerlijke piekuurfiles, heeft geen parkeerproblemen en kan gedurende de verplaatsing rustig lezen of zich op een andere manier nuttig ontspannen. 

Het openbaar vervoer is weliswaar niet op alle plaatsen en momenten even goed georganiseerd. Zeker op late uren, gedurende weekends en op meer afgelegen plaatsen zijn de verbindingen niet altijd even schitterend. 
Wie de stap naar het openbaar vervoer gezet heeft, zal al gauw merken dat deze kleine ongemakken vooral een kwestie van gewoonte en planning zijn. 

Als je beslist om per fiets naar het werk te gaan, kies je het best een degelijk model. Er is tegenwoordig keuze te over, dus zeker voor ieder wat wils.
Let bij de aankoop in elk geval op een aantal attributen zoals de lichten, het zadel, de remmen en het onderhoudswerk. Een degelijk fietsslot, extra reflectoren, aangepaste regenkleding, eventueel een diefstal- en ongevallenverzekering, en een bagagerek voor het vervoer van kleine vrachten, het is veelal geen overbodige luxe. Er zijn bovendien zeer mooie en handige fietsaanhangwagentjes en kinderzitjes op de markt. Zorg er zeker ook altijd voor dat je tweewieler goed onderhouden wordt.

Stippel voor je woon-werktraject een zo aangenaam en veilig mogelijk parcours uit en spreek eventueel af met andere fietsers om gezamenlijk op de baan te gaan.

Een ander alternatief is het gemeenschappelijk transport per auto. Je kunt carpoolen of kostendelend liften met een of meerdere collega's en wijkbewoners.
Het vergt wel wat organisatie en duidelijke afspraken, en misschien is het nodig om een ommetje te maken of af en toe eens een paar minuten te wachten, maar de voordelen zijn aanzienlijk: minder vervuiling, minder files, minder parkeerproblemen, meer contact met anderen en, voor wie nog niet overtuigd zou zijn, veel goedkoper!

De ultieme oplossing om tijd en geld te sparen en het milieu te ontzien is ervoor zorgen dat je woon- en werkplaats zo dicht mogelijk bij elkaar liggen.
Het grootste gedeelte van de piekuurfiles wordt immers veroorzaakt door pendelaars die in de stad werken, maar vanwege de onleefbaarheid van het centrum weggevlucht zijn om buiten de stad te gaan wonen. Een van de gevolgen van die evolutie is dat de steden uiteraard nog onleefbaarder zijn geworden. Een vicieuze cirkel die alleen maar doorbroken kan worden door de woonfunctie van de binnenstad opnieuw te herwaarderen.
 

Vrijetijds- en vakantieverplaatsingen

Het verband tussen onze vrije tijd en het milieu wordt niet zo vaak gelegd. Voor heel wat mensen betekent vakantie of ontspanning nu eenmaal doen waar je zin in hebt, uitbreken uit de dagelijkse sleur. Al te vlug breken we dan ook met ons milieubewustzijn.

Na de aanpak van de milieuproblemen in de productie- en dienstensector, in het openbaar leven en het dagelijks huishouden wordt ook het domein van de vrijetijdsbesteding meer en meer een arena waar de milieuproblematiek zich laat voelen.

De doorbraak van het massatoerisme en de toenemende vrije tijd de laatste decennia zijn daar zeker niet vreemd aan. Naast de milieu-impact van de infrastructuur, het energieverbruik, de watervervuiling, de afvalberg enz. is de invloed van de verplaatsingen voor vakantie- en ontspanningsdoeleinden niet te onderschatten.
Recent onderzoek heeft aangetoond dat meer dan de helft van de verplaatsingen tegenwoordig gebeurt voor vrijetijdsactiviteiten.

De groei van het internationaal vliegverkeer ten behoeve van reislustigen is waarschijnlijk het opvallendst. Niet alleen gaan we alsmaar met meer op vakantie, ook de bestemmingen liggen verder en het aantal afgelegde kilometers neemt nog toe doordat we steeds vaker verschillende korte in plaats van één langdurige reis ondernemen.

Vliegtuigreizen zorgen voor een enorme milieubelasting: aantasting van de ozonlaag, zware geluidsoverlast, grote luchthavens en per persoon en per kilometer het hoogste energieverbruik. Een enkele vlucht Brussel-Athene verbruikt per passagier bijvoorbeeld evenveel energie als de verwarming van een gemiddelde eengezinswoning gedurende een heel jaar.

Duurzamere vormen van vrijetijdsbesteding en reizen hoeven nochtans niet uit te lopen op minder vakantieplezier. Ook hier kunnen de fiets en het openbaar vervoer immers een volwaardig alternatief vormen voor de auto en het vliegtuig. 

De fiets is ideaal voor korte afstanden, of voor langere uitstapjes. Er worden tegenwoordig ook gecombineerde bus- en fietsreizen aangeboden en de fiets kan meestal ook mee op de trein. 
Om van stad tot stad te reizen is de trein een comfortabel en snel vervoermiddel. Voor afstanden tot 1000 kilometer zijn treinen zelfs niet trager dan vliegtuigen als je alles meetelt: verplaatsing van en naar de luchthaven, in-checktijd, oppikken van de bagage, controles, enz.

In de meeste landen gelden voor grote gezinnen, jongeren en senioren bovendien reducties voor het openbaar vervoer. De meeste maatschappijen hebben daarbovenop nog een heleboel kortingen en voordeelformules. Het is echt de moeite om eens na te gaan of je er geen gebruik van kan maken.

Hou bij het plannen van je vakanties of van je vrijetijdsverplaatsingen ook rekening met de afstand. Hoe minder ver de bestemming, hoe minder belastend voor het milieu. Kies daarenboven voor reizen buiten het hoogseizoen en verplaatsingen buiten de piekmomenten als het kan. Zo voorkom je toch ook al heel wat overlast en tijdverlies.

Steeds meer mensen kiezen vanwege de toenemende drukte trouwens voor kwaliteitsvolle en rustige vrijetijdsbestedingen boven de jachtige consumptie van een snelle reis.
 

BESTELLINGEN EN INFORMATIE
Bestelling van de brochure:COFACE, Londenstraat 17, 1050 Brussel, tel 02/511.41.79

Samenstelling: Paul Van Cappellen, COFACE 1998
Met dank aan het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties, Mens- en Milieuvriendelijk Ondernemen vzw, de Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen vzw, de Bond van Grote en van Jonge Gezinnen en de Coöperatieve Verbruikersbeweging voor hun deskundig advies.

Illustraties: Passe-Partout vzw 

Een uitgave van COFACE 
Londenstraat 17, 1050 Brussel, België, tel: 02/511.41.79, fax : 02/514.47.73 

Financiële steun: Europese Commissie, DG XXIV 'Consumentenbeleid'

 

COFACE