| TUINIEREN
EEN NATUURLIJKE TUIN
|
![]()
| INHOUDSTAFEL
EEN KWALITEITSBODEM VOOR DE TUIN Een gezonde bodem
Luizen en rupsen
|
![]()
De tuin is voor veel mensen een stukje groen waar ze ongestoord kunnen vertoeven. Maar vele liefhebbers van het private brokje natuur handelen in hun tuin heel onnatuurlijk.
Tuinafval waarmee goede compost kan gemaakt worden gaat de vuilnisemmer
in. Onkruid, luizen en slakken worden bespoten met chemische bestrijdingsmiddelen.
Een grote waaier aan fauna en flora vermindert de invasie van onkruid in
de tuin. Het basisprincipe van een natuurlijke tuin is de verscheidenheid
aan dieren en planten.
EEN GEZONDE BODEM
![]()
De bodem is een levend organisme. In een vruchtbare bodem waarin planten goed gedijen zitten bacteriën, wormen, paddestoelen, ...
Een arme bodem kan je met mest verrijken. Gebruik hiervoor organische bemesting en liefst eigen compost die de belangrijkste bestanddelen bezitten voor de voeding die de planten nodig hebben.
MEST
![]()
Overmatig gebruik van meststoffen kan de planten schaden en vervuilt
bodem en grondwater. Het gebruik van stikstofhoudende meststoffen is een
bron van vervuiling door nitraten. Die verstikken de waterlopen en al het
leven erin. Ze oververrijken en tasten de zuurstoforganismen aan.
Sommige chemische meststoffen bevatten ook cadmium, kwik en zink. Die zware metalen komen in de bodem en vervolgens in plant, mens en dier terecht. De neiging om naar synthetische meststoffen te grijpen en veel minder naar compost zorgt voor een degradatie van de bodem.
COMPOSTERING
![]()
De helft van het huishoudelijk afval is organisch materiaal : keuken-
en tuinafval. Door compostering van deze fractie kan je het milieu twee
diensten bewijzen. Dit afval moet dan niet meer gestort of verbrand worden
en er wordt dan ook ruimte, energie en geld mee bespaard. Bovendien is
de compost een humusrijk product dat nuttig kan worden ingezet in de groenten-
en siertuin of in bloembakken.
Compost is voeding voor de bodem. Het verbetert de structuur van de
bodem en het verhoogt tevens de vochtigheid en de biologische activiteit
en resistentie.
Composteren kan je thuis. Een composthoop, compostbak of compostvat neemt weinig ruimte in beslag, vraagt weinig werk, stinkt niet en trekt ook geen ratten aan.
De eerste voorwaarde om goede compost te krijgen is een goede scheiding van het composteerbare en niet-composteerbare huishoudelijk afval.
Wel composteerbaar zijn : aardappelschillen, schillen van citrus- of andere vruchten, groenteresten, eierschalen, doppen van noten, theebladeren en zakjes, gebruikte koffiefilters, papier van de keukenrol, kleine hoeveelheden etensresten, verwelkte snijbloemen en kamerplanten, versnipperd snoeihout, haagscheersel, zaagmeel en schaafkrullen, gemaaid gras, bladeren, onkruid, resten uit groenten- en siertuin, mest van katten, honden, vogels en cavia (dierlijk afval, brood en gekookte groenten kunnen wel ratten aantrekken).
Niet-composteerbaar zijn: timmerhout en grof ongesnipperd snoeihout, beenderen, wegwerpluiers, aarde en zand, saus, vet en olie, stof uit de stofzuiger, as van de open haard, houtskool, kunststof, ijzer, metaal en blik, kattenbakvulling.
Composteren is een biologisch proces, waarbij organisch materiaal door micro-organismen en regenwormen wordt omgezet in een stabiel humusachtig product. Om dit proces op een redelijk korte tijd te verwezenlijken moet de temperatuur in de composthoop voldoende hoog kunnen oplopen (tot 50 à 60 graden). Daarom wordt het organisch materiaal best compact gehouden.
Iemand met een grotere tuin die snel één of meerdere kubieke meters organisch materiaal bij mekaar spaart, kiest voor een composthoop, een compostbak of silo. Je installeert die, uit de wind, op een beschaduwde plaats waar toch een beetje zon komt.
Bij kleine tuinen van 100 tot 200 vierkante meter of bij gebruik van bladeren, gemaaid gras en versnipperde takjes als bodembedekker volstaat een compostvat van 200 tot 500 liter. Hierin kan je kleine hoeveelheden keuken- en tuinafval composteren. Het vat plaats je best op een zonnige plek in de tuin, zodat een optimale temperatuur kan worden bereikt.
Om reukhinder te vermijden moet je een optimale beluchting verzekeren en ervoor zorgen dat het overtollige regenwater kan wegdraineren. Voor de onderste laag van de composthoop gebruik je dan ook grof materiaal, zoals versnipperde stengels. Een composthoop wordt na enkele weken omgezet en duchtig door mekaar gemengd. Een compostvat wordt één of twee keer per week opgeschud met een beluchtingstok.
Bij vriesweer komt het composteringsproces niet op gang. Een composthoop wordt best opgezet in het voorjaar of in de zomer. Afhankelijk van de buitentemperatuur duurt het drie tot zes maanden vooraleer de compost gebruiksklaar is. De compost ruikt dan naar bosgrond.
In het najaar kan men de compost gebruiken als bodembedekker, zowel voor bloemperken, voor struiken als voor de groententuin: een beschermende laag voor de winter en een bron van humus voor het voorjaar. In de groenten- of fruittuin wordt compost liefst vroeg in het voorjaar oppervlakkig ingewerkt.
Bij de aanplant van bomen of struiken kan je tot 20 procent compost rechtstreeks in het plantgat mengen. In bloembakken kan je de oude grond nieuw leven inblazen door er 20 procent compost onder te mengen.

Voor een compostvat kan je terecht bij de gemeente of in een tuincentrum . In elke goede handleiding over ecologisch tuinieren wordt er een hoofdstuk aan composteren gewijd. Deze boeken vind je in elke openbare bibliotheek. Ook de boeken en video's van de Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze (VELT) besteden aandacht aan de composthoop. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) publiceerde 'Het ABC van het thuiscomposteren', een geïllustreerde praktijkgids.
BODEMONDERHOUD
![]()
De bodem moet niet heel diep worden omgespit. Het is eigenlijk in de 10-15 eerste centimeters van de grond dat de micro-organismen zich bevinden. Door het vermengen van de grondlagen is er een vermindering van kostbare organische stoffen en wordt de structuur van de bodem aangetast.
Een bodem ligt best niet bloot. Een bedekte bodem doet leven. De micro-organismen
en regenwormen blijven op die manier heel de winter actief. Dit intens
leven in de bodem zorgt voor de voedingsmiddelen van planten. Het is namelijk
zo dat de regenwormen de ontbinding van de organische materie versnellen
en actief deelnemen aan het vormen van humus. Een bedekking van de bodem
gans het jaar door is daarnaast goed voor het wegwerken van onkruid en
voor de vochtigheid.
Inlandse haagsoorten hebben jaren onze tuinen gesierd. Pas de laatste jaren verkiezen we uitheemse planten. Onze dieren zijn hier niet dikwijls aan gewoon: ze vinden geen plaats meer om hun nest te bouwen, anderen vinden geen eetbare bessen meer.
Een haag van inlandse sierheesters is een belangrijk element in een natuurlijke tuin. En haag herbergt namelijk verschillende fauna en flora. Exotische sierheesters beletten deze groei. Dichte hagen hebben een functie: ze scheiden verschillende stukken van de tuin, beschermen voor de wind of voor nieuwsgierigen.
De meest voorkomende soorten zijn de berk, de lijsterbes, de wilg, de
witte abeel, de esdoorn, de ratelpopulier, de es, de haagbeuk, de linde,
de hazelaar, ...
Biociden vernietigen onkruid en bestrijden allerlei insectenplagen. Vertaald betekent het letterlijk : doders van leven. Naargelang de soorten die ze vernietigen, worden de biociden als volgt genoemd : insecticiden (insecten), fungiciden (paddestoelen), herbiciden (planten), rodenticiden (knaagdieren), slakkendodendmiddel (slakken) of nematociden (aaltjes).
De producten zijn gevaarlijk en kunnen onbedoeld andere slachtoffers maken onder de dieren. Insecten kunnen ook resistent worden voor biociden. In dat geval is de algemene tendens het opvoeren van de behandelingen, een neerwaartse spiraal.
Biociden horen niet thuis in een natuurlijke tuin. Ze kunnen vermeden worden door preventief te werk te gaan. Een verscheidenheid aan plantensoorten kan ervoor zorgen dat elke verwoester een plant in de buurt heeft die er tegen werkzaam is. Vele planten hebben een natuurlijk afweermiddel tegen andere vernietigende soorten en ziekten.
Er zijn ook bepaalde planten die kunnen gebruikt worden om parasieten af te leiden van andere planten. Dit is het geval bij stinkertjes. Zij trekken wormen aan die veel schade berokkenen aan de wortels van de andere planten. Het zijn eigenlijk 'planten met een val'.
Daarnaast zijn er nog enkele eenvoudige meer milieuvriendelijke bestrijdingsmiddeltjes.
LUIZEN EN RUPSEN
![]()
Luizenplagen kan je bestrijden met zelfgemaakte brandnetelgier, een behandeling die dan wel om de paar dagen moet worden herhaald. Laat een flinke portie fijngehakte brandnetels één tot twee weken staan in een emmer water (dit gaat stinken !) en voeg een eetlepel groene zeep toe. Voor gebruik moet je dit mengsel zeker tien keer verdunnen. Deze gier zou ook goed zijn als middel tegen rupsen. Luizen kan je ook bestrijden met kant-en-klare oplossingen op basis van organische vetzuren.
Men kan de luizen ook lokken met luisgevoelige planten zoals de Oost-Indische kers of tuinboon (een zogenaamde vangplant voor luizen). Als op deze plant luizen zitten, worden de natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes naar de tuin gelokt en deze luizeneters zorgen er dan voor dat de luizen op andere planten geen kans krijgen.
Chemische bestrijding van luizen en rupsen is zeker niet aan te raden. Eigenlijk moet je met deze beestjes leren leven. Als je echt geen luizen wil zien dan moet je geen luisgevoelige planten kiezen.
GROENE AANSLAG OP TEGELS
![]()
Groene aanslag op stenen, glas of hout bestaat nagenoeg altijd uit algen, plantjes die in een vochtige omgeving groeien.
Algendodende middelen bevatten schadelijke stoffen die niet alleen giftig zijn voor algen maar ook voor andere micro-organismen die een nuttige functie verrichten in de bodem. Vaak zijn de bestrijdingsmiddelen slecht afbreekbaar en leiden ze tot onaanvaardbare vervuiling van bodem en grondwater.
Een milieuvriendelijk alternatief is schuren. In geval van glas of hout met een borstel of pannenspons, in geval van stenen met bezem en zand of heet afgietsel van gekookte aardappelen.
Als je dan toch geld wil besteden aan een speciaal product tegen algen, gebruik dan een middel op basis van organische vetzuren.
Je kan groene aanslag voorkomen door de vochtafvoer te verbeteren. Een
tuinpad met tegels legt men best iets verhoogd aan, op een ondergrond van
puin met daarop scherp zand tegen het verzakken.
MOS EN ONKRUID
![]()
Mos groeit op plaatsen waar de meeste andere planten het laten afweten: vooral vochtige en beschaduwde plaatsen.
Als mos
zich uitbreidt in het gazon is dat een teken dat het gras het er niet meer
uithoudt. In plaats van bespuiten kan je beter zorgen dat de grond weer
geschikt wordt voor grasgroei. Een gazon moet voldoende licht krijgen.
Op plaatsen met weinig zon leg je beter geen grasveld aan, of je snoeit
overhangende takken.
Het grasperk moet regelmatig verlucht worden met een verticuteerhark.
Een goede beluchting zorgt er ook voor dat het water weg kan. Als het grasperk
overwoekerd wordt door witte klaver, dan moet er dringend gewerkt worden
aan de verluchting van de grond.
Anti-mosmiddelen uit de winkel bevatten in de regels ijzersulfaat. Deze middelen vervuilen niet alleen het grondwater maar zijn bovendien ook heel giftig en moeten buiten het bereik van kinderen gehouden worden.
Een grasperk vraagt een bodem die niet te zuur en voldoende bemest is. Als je na elke maaibeurt het gras laat liggen is bijkomende bemesting overbodig. Daarom is het beter om 's zomers regelmatig een klein stukje van het gras te maaien, zodat geen grote massa's maaisel op de mat achterblijven. Bovendien kan je dan gemakkelijk met een handmaaier werken. Hou de messen goed scherp.
Enkel grasvelden op zandige grond hebben soms wat extra mest nodig. Gebruik bij voorkeur gedroogde koemest, gewone fijne compost of wormencompost. Gebruik geen snelwerkende mest (kunstmest) of meststoffen met bestrijdingsmiddelen (mosdoder). Een woekering van paardebloemen en madeliefjes betekent een overdreven bemesting.
Het gras mag overigens niet te kort gemaaid worden. Zeer kort gras neemt weinig water op en houdt ook de wortels kort. De ideale graslengte is vijf tot acht centimeter. Met deze lengte en het achtergebleven maaisel wordt het grasperk minder dorstig en kan men het besproeien beperken. In de zomer sproeit men best 's morgens of 's avonds laat. Overdag gaat door verdamping immers veel water verloren.
Als er in het gazon, op paden of tussen de tegels van terrassen ongewenste planten opduiken - sommigen noemen dat 'onkruid' - dan verwijder je die met een schoffel of aardappelmesje. Chemische bestrijding is onverantwoord. In een bloemenperk streef je best naar beplanting die de bodem geheel bedekt. Dat verhindert niet alleen de groei van 'onkruid' maar bovendien voorkomt dat ongewenste uitdroging.
MOLLEN, SLAKKEN EN MIEREN
![]()
Kort grasmaaisel droogt vlug en na enkele dagen vind je er niets meer
van terug. Daar zorgen de pieren voor die het droge grasmaaisel snel verwerken
en bovendien een netwerk van gangen achterlaten, meteen een goede verluchting
voor de bodem.
De vele pieren kunnen wel een uitnodiging zijn voor mollen. Ook de
mollen verluchten de bodem en dat is een voordeel. Sommigen vinden de molshopen
storend. Nochtans, het enige dat men moet doen is de molshoop openharken
en de kuil dichten met zand, zodat de graszode snel dichtgroeit. De molshopen
kunnen overigens gebruikt worden als vruchtbare korrelige potgrond.
Gebruik zeker geen mollengif zoals zwavelrook en fosforwaterstof. Deze
stoffen zijn ook schadelijk voor andere dieren en voor de gezondheid van
de mens. Klemmen zijn niet bepaald diervriendelijk.
Slakken kan je vangen met ingegraven jampotjes, half gevuld met bier
of suikerwater. Ze komen er 's avonds op af en verdrinken. Je kan de slakken
uit zaaibedden houden door er as, dennennaalden, gemalen schelp of fijngedrukte
eierschalen omheen te leggen. Over deze scherpe materialen kruipen ze niet.
Sommige tuincentra verkopen richels om ze tegen te houden.
Niet alle slakken zijn schadelijk. Huisjesslakken leven vooral van
verwelkte bladeren en algen. Laat die dus leven. De wijngaardslak kan wel
schade aanrichten maar verdient een tolerante houding, vermits het een
zeldzame diersoort is. Enkel de strijd tegen de naaktslak is te verantwoorden.
Gebruik geen chemische middelen. Die producten zijn giftig voor
vogels en zoogdieren. Folter de slakken ook niet met zout. Je kan de slakken
tegen de schemering verzamelen en snel doden in kokend water.
Mieren zijn buitengewoon nuttige diertjes in de tuin. Wanneer ze geen
overlast veroorzaken, laat je ze met rust. Een mierennest kan wel op een
vervelende plaats zitten. Bijvoorbeeld vlakbij de keukendeur of vlakbij
het stukje gazon waar je wil zonnebaden.
De meest doortastende methode om een mierennest kwijt te raken is overgieten
met kokend water (een paar dagen later herhalen). Chemische middelen zijn
niet nodig. Je kan de mieren ook in leven laten en ze trachten weg te pesten
met knoflookteentjes of waspoeder. Men kan het nest ook opscheppen met
een spade en elders deponeren. Mieren hebben een hekel aan goudsbloemen
en lavendel. Een plek die je mierenvrij wil houden, kan je omzomen met
deze planten. Als mieren een vaste route volgen, dan kan je ze een andere
kant opsturen met witte peper.
EGELS, VOGELS, KIKKERS EN VLINDERS
![]()
Er zijn ook potentiële bondgenoten in de strijd tegen hierboven genoemde 'plagen'.
Egels eten slakken, wormen en insecten, zelfs bladluizen. Als je egels naar de tuin wil lokken, dan moeten ze beschutting kunnen vinden in een hoop bladeren, bijvoorbeeld naast de composthoop of een stapel hout. Tijdens de winterslaap van de egel moet je de composthoop dan wel met rust laten. Haal een egel nooit in huis, want dan gaat hij dood. Een egel lust wel melk, maar krijgt er snel diarree van. Als je het dier wil vertroetelen, dan doe je dat best met een gekneusd rauw ei.
Net als egels overwinteren ook padden graag in een hoop bladeren.
Voor het overwinteren van kikkers is een vijver met een minstens zeventig centimeter diep gedeelte nodig. Als je een vijver aanlegt mogen de kanten niet te stijl zijn, want anders is de plas levensgevaarlijk voor kinderen en kleine dieren. Maak de hellingen in trapvorm met brede treden. De vijver wordt best waterdicht gemaakt met een dikke vijverfolie. Een ondiepe trede is een aantrekkelijke plaats voor moerasplanten, dorstige vogels, kleine visjes en kikkervisjes.
Als er te veel algen in de vijver groeien, dan is er wellicht een overmaat
aan voedingsstoffen in het water. Misschien moet je de vissen iets minder
voederen, regelmatiger bladeren verwijderen die van de bomen vallen of
(in de winter) het slib van de bodem verwijderen. Chemische middelen tegen
algen helpen niet zolang je die oorzaken niet wegneemt.
Algengroei wordt ook bevorderd door zonneschijn. Schaduwgevende planten
rond de vijver, of ook waterplanten in de vijver (hoornblad, waterpest,
waterlelies) kunnen helpen.
Vogels komen voor in de tuinen als zij daar voedsel, beschutting of
broedgelegenheid vinden. Voor vogels die graag op de grond scharrelen en
hun nest laag bij de grond maken, voorziet men best een rustig hoekje in
de tuin met lage struiken (een combinatie van bladverliezende struiken,
coniferen en besdragende struiken) en omgeven door een voor katten ondoordringbare
heg van braam of meidoorn. Alles groeit goed dicht als je flink snoeit.
Om de laatste gaten te dichten gebruikt men kippengaas. Veel vogels nestelen
in de betrekkelijke veiligheid van een boom. Je kan de kat ook hier weghouden
door een prikkeldraad of braamtak rond de stam te winden.
Voor elke soort vogel is er een apart type nestkast. In de stadstuin
kies je best een koolmezenkast of pimpelmezenkast. Hang de nestkast bij
voorkeur zo'n drie meter hoog op, met het vlieggat op het noordwesten of
noordoosten (anders wordt het binnenin te warm). Ook klimop biedt een goede
nestgelegenheid.
Plant een paar struiken met bessen in de tuin (hulst, vuurdoorn, zuurbes,
kardinaalsmuts, krentenboompje, meidoorn, lijsterbes, ...).
In de winter voed je vogels met zonnebloempitten, ongezouten keukenafval,
broodkruimels, (rot) fruit, vet, gehakt, ... . Leg het voer 's ochtends
neer, zowel op een voedertafel als op de grond, en zorg ervoor dat het
droog blijft.
Vlinders lok je naar de tuin met planten die veel honing geven (vlinderstruik
of Buddleia, zuurbes, mahoniestruik of Berberis, de valeriaanplant, leverkruid,
wilde marjolein, aster, lavendel, judaspenning, duizendschoon, afrikaantje,...).
Leg naast die bloemen een paar grote platte stenen, waarop de vlinders
's ochtends kunnen zonnen.
Vlinders hebben een hekel aan wind en verkiezen dus een beschutte tuin.
Als je vlinders wil, dan moet je eerst de rupsen in de tuin halen. Die
lok je met gastplanten. Met de koolplant, look zonder look, pinksterbloem,
schapezuring, rolklaver, hulst, klimop en brandnetel haal je een mooie
collectie rupsen in de tuin.
Water is een hoogwaardige natuurlijke bron waarmee zo zuinig mogelijk wordt omgesprongen. Het drinkwater is een bron waarop we moeten besparen.
Gebruik om te sproeien regenwater dat je in een vergaarbak verzamelt.
Sproei op het einde van de dag, als er geen zon meer is. Dat is vrij belangrijk omdat het water anders direct verdampt. Geef geen water bij volle zon: elke druppel op de bladeren kan door de zon de planten echt 'verbranden'.
Geef ook niet te veel water, zodat de bovenlaag niet te hard wordt.
Het is beter minder te gieten, maar langer, zodat het water tijd heeft
om in de bodem tot bij de wortels te dringen.
· Vereniging Ecologische Leef- en Teeltwijze vzw (VELT), Uitbreidingsstraat
392c, 2600 Berchem, tel 03/281.74.75, fax 03/281.74.76
Wil je weten hoe je gezonde groenten kweekt zonder pesticiden ? Hoe
je een siertuin aanlegt in harmonie met landschap en natuur ? Dan ben je
bij VELT aan het goede adres. Een team van 10 vaste medewerkers en honderden
plaatselijke bestuursleden staat ter beschikking. VELT publiceert boeken
en maakt video's over de ecologische groenten- en siertuin. Als lid ontvang
je het ledenblad "Seizoenen", waarin alle activiteiten worden aangekondigd.
VELT telt ruim 15.000 leden in Vlaanderen en Nederland.
· Mens en Milieuvriendelijk Ondernemen (MeMO), Erasmusstraat
17, 2140 Borgerhout, tel 03/271.04.00, fax 03/271.07.48
MeMO is de uitgever van "De Groene Gids", een telefoongids voor de
milieuvriendelijke consument. Bij de meer dan 3.000 adressen die in deze
gids staan gerangschikt, vindt men ook de bedrijven die kunnen helpen bij
het aanleggen van een ecologische tuin. Je zoekt natuurverf, een boomchirurg,
een compostvat, een tuinontwerp... Het juiste adres staat in De Groene
Gids, die overigens een veel ruimer aanbod heeft. Een groene greep : afvalverwerking,
alternatieve energie, boerderijtoerisme, derde-wereldhandel, ethisch bankieren,
geschenken, hormonenvrij vlees, industriële archeologie, collectief
wonen, meubels, papier, milieu-educatie, tweedehandsgoederen,... De Groene
Gids is verkrijgbaar in de boekhandel, natuurvoedingswinkels en de Wereldwinkels.
![]()
Deze brochure is gerealiseerd met de steun van de Europese Commissie,
DG XXIV, Consumentenbeleid, van het Vlaamse Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest en het Waalse Gewest.
Auteur: Inter-Environnement Wallonie en de Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen
|
![]()