|
|
| DEEL 2 WEET WAT JE EET |
| DE POSITIE VAN DE VOEDSELCONSUMENT | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Gewijzigde voedingsgewoonten in een veranderende samenleving Een van de belangrijkste kenmerken van onze samenleving is dat de consument zelf nauwelijks of niet meer betrokken is bij de voedselvoorziening.
Is de klant nog koning ? De positie van de consument is er ogenschijnlijk op vooruit gegaan. We vinden steeds meer producten op de markt en dit in grotere variaties. Nochtans blijft deze evolutie twijfels oproepen omtrent de positie van de consument.
Een algemeen voedingsbeleid dringt zich op. Een beleid dat aan de ene zijde meer ruimte inlast voor vorming en voorlichting van de verbruiker, maar aan de andere zijde evenzeer aandacht besteedt aan de controle op de stroom van commerciële informatie en reclame die veelal een aansporing tot verbruik inhoudt. Nochtans bestaat er een wettelijke basis waarop de consument kan terugvallen. Het recht op informatie, reeds lang erkend als een van de fundamentele verbruikersrechten, werd vertaald in verschillende richtlijnen, reglementeringen en wetten op Europees en federaal niveau.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 1. ONVERPAKT IS ONBEMIND | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Als u de bakker binnen stapt hebt u keuze te over. Rond, of rechthoekig, galet of huishoudbrood, groot of klein, met verschillende granenselecties, versierd met zaadjes naar keuze, met zemelen, zonnebloempitten of rozijnen enz.. Alhoewel benaming en soorten brood bij wet gereglementeerd zijn is het voor een consument een haast onmogelijke zaak er nog wijs uit te raken. De bakker heeft alvast een informatieverplichting. Als verbruiker hebt u bij dit niet-voorverpakt product evenzeer het recht om te weten wat u koopt: met andere woorden de benaming, om welke categorie het gaat en de prijs moeten aangeduid staan en dit alles duidelijk en leesbaar. GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD Gedurende eeuwen vormde brood de kern van de dagelijkse voeding. Brood is vanuit voedingsoogpunt trouwens een prima voedingsmiddel. VERSCHEIDENHEID TROEF U merkt dit ook als u de bakker binnenstapt. Met de bestelling van "een" brood moet u tegenwoordig niet meer aankomen. Dat is minstens een zesgranenbrood, een melkbrood, ... of noem maar op. Het aantal benamingen lijkt onze fantasie te boven te gaan. Volgens de wet bestaan er echter slechts twee categorieën brood: brood zonder meer en speciaal brood. Voor brood en speciaal brood mogen verschillende soorten meel worden gebruikt. Wanneer ander dan tarwemeel wordt gebruikt dan moeten de benamingen worden aangevuld met de namen van de gebruikte granen in dalende volgorde. BROOD, DAAR ZIT WAT IN Brood is in oorsprong een eenvoudig product; het werd eertijds simpelweg gemaakt van tarwemeel, water, en zout eventueel nadat het met zuurdesem gerezen was. Sinds zowat een eeuw werd zuurdesem vervangen door bakkersgist. Niet alle meel heeft dezelfde bakeigenschappen. Meestal gaat het bij de teelt trouwens in de eerste plaats om een hoog rendement wat maakt dat voor het bakken heel wat meel met een hoeveelheid toevoegsels (overwegend vetstoffen, emulgeermiddelen en suiker) worden verkocht. Deze additieven hebben tot doel het meel te verbeteren, de bereiding van brood sneller te laten verlopen, het uitdrogen te vertragen of het deeg te doen rijzen. Sommige van deze toevoegsels worden door de maalderijen aan het meel toegevoegd. MAG HET IETS MINDER ZIJN ? Het gewicht van brood en speciaal brood is vastgelegd bij wet. De wet bepaalt maximumprijzen voor brood. Als brood versierd is met zaadjes, of als het korrels dan wel meel bevat van diverse graangewassen (maïs, rijst, gierst, enz.) of nog als het rozijnen, kaas, knoflook, uien, enz. bevat, ook dan is de broodprijs vrij. WETEN WAT U KOOPT Ook bakkers hebben een informatieverplichting zelfs al is hun product niet voorverpakt. Hun verplichting bestaat erin de benaming met bijzonderheden, de categorie, de prijs en het gewicht aan te duiden. Uit vergelijkend warenonderzoek blijkt dat de winkelinformatie vaak te wensen overlaat. Meerderen beperken zich tot het verschaffen van slechts enkele gegevens op de rekken of op een soms onleesbare lijst aan de muur of op een papiertje. EEN BROOD IN EEN ZAK GEKOCHT ? De broodzakken waarin u uw gesneden brood ontvangt laten aan de fantasie niets te wensen over: molens, wuivende korenaren, landelijke taferelen, een oude bakkersoven... De suggestie van natuurlijk, ambachtelijk product wordt veelvuldig nagestreefd. Ook de verpakking zelf heeft een zekerheid meegekregen vanuit milieu-optiek: "niet schadelijk voor de omgeving: aangenomen door de milieu-organisaties". Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig? Dat we het hier nalieten te praten over Samsonbrood of panda-brood heeft te maken met het feit dat het hierbij overduidelijk ging om een verkoopsstrategie met het doel voor ogen het broodverbruik bij kinderen te verhogen. Met productinformatie heeft dit uiteraard weinig te maken.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 2. GEZWICHT VOOR LICHT | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| SPOTS AAN: LIGHT IN ! De light-story begint in feite reeds jaren geleden. Als voorlopers vinden we vanaf de jaren zestig de "magere" zuivelproducten terug: yoghurt op basis van afgeroomde melk, enz.. Nochtans is light geen synoniem voor mager. Het betreft in feite een zeer verwarrend fenomeen. De light-rage sloeg in de jaren tachtig fel aan. Toch werd de term light niet eenduidig gebruikt. Light geeft in het algemeen aan dat er sprake is van een energie-reductie. Het zegt echter niets over de aard of de omvang van de lagere energie-inhoud. Light is evenmin altijd zo licht als men zou verwachten zo blijkt uit de onderzoek naar de samenstelling van light-producten. Bovendien zijn de verschillen tussen het light-product en het gewone product voor de consument moeilijk te achterhalen omdat de voedingswaarde zelden op beide varianten vermeld staat. De wetgever verplicht de fabrikant trouwens enkel om de feitelijke voedingswaarde aan te duiden als hij in de etikettering of de reclame van zijn product door beweringen hieromtrent de aandacht daarop vestigt. (zie verder onder voedingswaarde-etikettering) LICHT OP LIGHT Alhoewel een light-product voor de verbruiker in de eerste plaats een product betekende met minder calorieën kon het light-gamma opgesplits worden in een viertal groepen:
In de eerste categorieën ging het weliswaar om minder calorieën maar bij een verminderd gehalte aan alcohol of cafeïne had dit weinig of niets hiermee te zien. Bij de producten met beperkt vetgehalte vinden we minarines, light slasauzen, light kazen, light chips,... terug. Het vetgehalte werd verlaagd door ofwel het vet te verwijderen zoals bij zuivelproducten ofwel door het gebruik van vetarme ingrediënten of vetvervangers zoals in vleeswaren. In de producten met beperkt suikergehalte vormen de frisdranken de koplopers, gevolgd door vruchtendranken, confituur, ijs, ... De zoete smaak van deze waren werd bekomen door de suiker te vervangen door kunstmatige of natuurlijke zoetstoffen. Door kunstmatige zoetstoffen te gebruiken verlaagde de energiewaarde automatisch. Maar voor deze stoffen is een maximum aanvaardbare dagelijkse dosis vastgesteld. Vooral voor kinderen werd deze vrij snel bereikt. Bij de producten met beperkt energiegehalte springen de light-gerechten die gewoonlijk slechts 300 kcal bevatten in het oog. De commentaar die daarbij geuit werd was dat ze, alhoewel handig om te vermageren, zo'n kleine porties betekenden en de verzadigingswaarde zo laag was dat velen zich lieten verleiden tot het verorberen van een tweede portie of van een andere energierijke snack. De oorspronkelijke intentie om minder energie op te nemen werd aldus volstrekt mislopen. De light producten omvatten een hele rits van producten waarbij het erop aan komt zorgvuldig de etiketten te bestuderen. Sommige light-producten mogen dan al in te schakelen zijn in een doordachte voeding gericht op minder energie-inname maar op te letten blijft voor het teveel aan additieven, de smaak (waarover niet te redetwisten valt), de kleine porties, én de prijs! Voor heel wat light-versies moet de verbruiker immers dieper in zijn portemonnee tasten. Wat men vooral moet vermijden is dat verbruikers om gezond te eten gaan grijpen naar speciale producten. Die bijzondere producten kunnen bij zieken een hulp zijn. In een standaard eetpatroon zijn ze niet nodig. Vergeet evenmin dat een ideale gewicht niet gelijk is aan een ideaal figuur! Anno 1994 blijkt de light-rage duidelijk over haar hoogtepunt heen. Zowel de verwarring als de nieuwe reglementering inzake voedingswaarde-etikettering zullen hier niet vreemd aan zijn.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 3. HET ETIKET IN ZIJN BLOOTJE | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| INFORMATIEVE ETIKETTERING Sinds 1 januari 1983 moest volgens de EEG- en de Belgische reglementering op vrijwel alle voorverpakte voedingsmiddelen een uitgebreide etikettering worden aangebracht. Volgens dit besluit moet op het etiket aangeduid staan: 1. om welk product het gaat; Bovendien moet volgens de Belgische wet, het etiket opgesteld zijn in de taal (talen) van de streek waar het product verkocht wordt. In principe geldt deze reglementering voor alle voorverpakte voedingswaren. Maar we moeten opmerken dat volgende producten ervan uitgesloten zijn: melkconserven, eieren en eiproducten, honing, suiker, cacao en chocolade, primeur- en bewaaraardappelen, wijn en druivenmost. 1. Productbenaming De wettelijke benaming of verkoopsbenaming moet worden vermeld. Het gaat dus niet om de merknaam. Bijvoorbeeld wel koffie en niet Rombouts of Douwe Egberts; wel limonade met vruchtenextracten en niet Spa citroen of Chaudfontaine; wel bier en niet Jupiler of Stella Artois; wel spaghetti (op zijn italiaans) en niet Miracoli. Nu zijn niet alle benamingen voor elke verbruiker even duidelijk. Wat zijn vruchtenlimonades en wat zijn vruchtensappen? Of wat is het verschil tussen mayonaise en salad dressing? Maar er bestaat niet altijd een wettelijke benaming. Dan moet de "gebruikelijke" benaming vermeld worden. De bedoeling volgens de wet is dat het zonder meer duidelijk moet zijn om welk product het gaat bijvoorbeeld: halfvolle melk, speciaal brood, yoghurt of gefermenteerde melk, fruitcocktail in eigen nat. Indien nodig moet het product met een omschrijving nader bepaald worden. De behandeling die het product ondergaan heeft moet eveneens vermeld worden bij de verkoopsbenaming. Bijvoorbeeld: poeder, gevriesdroogd, gerookt, concentraat, enz.. Een voedingsmiddel dat met ioniserende straling is behandeld moet één van de onderstaande vermeldingen bevatten:
Let op voor fantasienamen. Deze mogen niet in de plaats van de wettelijke benaming gebruikt worden. 2. De lijst van ingrediënten De gebruikte ingrediënten moeten worden opgesomd in dalende volgorde van hoeveelheid. Deze opsomming moet worden voorafgegaan door een vermelding die het woord 'ingrediënten' bevat. Wanneer een hoofdingrediënt is samengesteld uit verschillende ingrediënten en voor minstens 25 % in het eindproduct aanwezig is dan moeten de bestanddelen van dit hoofdingrediënt worden vermeld (eventueel tussen haakjes). De ingrediënten worden aangeduid met hun specifieke naam. Op ketchup kunnen we bijvoorbeeld vinden: Op melkchocolade kunnen we bijvoorbeeld lezen: Op een mengsel van oploskoffie en chocorei vinden we: Additieven Ook additieven worden als ingrediënten beschouwd. (tenzij zij enkel gebruikt worden als technische hulpstof of als additief van één van de ingrediënten van het voedingsmiddel.) De wikkel van een doos roomijs vermeldt bijvoorbeeld:
Uitzonderingen De opsomming van ingrediënten is niet altijd verplicht. Bijvoorbeeld:
3. De minimale houdbaarheid De datum van houdbaarheid moet een waarborg inhouden voor de consument dat het product zijn oorspronkelijke kwaliteiten maximaal (qua geur, smaak, kleur, voedingswaarde) tot een bepaalde tijd zal bewaren op voorwaarde dat het op de geschikte wijze wordt bewaard (en de verpakking niet geschonden werd). Zo nodig moet de datum van minimale houdbaarheid worden aangevuld met de bewaarvoorschriften aan de hand waarvan de aangegeven houdbaarheid kan worden gewaarborgd.
Op "ten minste houdbaar tot" volgt de datum exact tot op een dag (D) af. Soms worden deze vermeldingen echter niet direct gevolgd door de datum maar door de vermelding van de plaats in de etikettering waar deze voorkomt. De datering mag niet in codevorm gebeuren. Ingekerfde aanduidingen worden als ongecodeerd beschouwd.
Soms is de uiterste houdbaarheidsdatum moeilijk te beoordelen. Bijvoorbeeld, stel dat u een diepvriesproduct koopt op 1 april 1994. (1) Afhandelijk van de bewaartemperatuur
Elders op de verpakking vindt u ook: (2) In functie van de maximale houdbaarheid
Beide gegevens zijn elk op zich logisch. Het eerste gaat uit van de bewaartemperatuur in een huishoudelijk koeltoestel en het tweede van de maximale houdbaarheid van het product in een commerciële diepvriezer. De bewaartijd van een diepvriesproduct wordt duidelijk benvloed door de bewaartemperatuur. Bijvoorbeeld temperatuurschommelingen tijdens de bewaarperiode zullen niet enkel de kwaliteit van een diepvriesproduct beïnvloeden maar ook de bewaartijd inkorten . Ondanks de mogelijke onduidelijkheden blijft de uiterste houdbaarheidsdatum een kostbare informatie. Weliswaar moet de betekenis naar juiste waarde geschat worden: eens de uiterste bewaardatum voorbij zal de eetwaar aan kwaliteit verliezen, ook al kan ze dan nog eetbaar zijn. Uitzonderingen Ook voor de verplichting inzake aanduiding van de datum van minimale houdbaarheid gelden weer heel wat uitzonderingen. Zo is de aanduiding bijvoorbeeld niet verplicht voor
Let op : 4. Bewaarvoorschriften Zoals uit vorig onderdeel kan worden afgeleid is het bewaarvoorschrift van groot belang onder meer omdat de wijze van bewaren de uiterste houdbaarheidsdatum kan beïnvloeden. Maar voor de consument spelen ook de optimale kwaliteiten van het product belang. Voor rijst zouden bijvoorbeeld de wenken "koel, luchtig, droog en niet in contact met sterk geurende producten bewaren" wenselijk zijn. Volgens testen blijkt deze informatie echter achterwege gelaten. Opmerkingen:
5. Gebruiksaanwijzing De gebruiksaanwijzing is wettelijk verplicht wanneer de consument bij gebrek aan uitleg niet precies kan weten hoe het voedsel te eten. Bijvoorbeeld:
Voor sommige producten is zelfs een zeer omstandige gebruiksaanwijzing nodig. Denk aan puddingpoeder, mix voor nasi of bami, aardappelpuree. Op originele japanse noodlesoep lezen we bijvoorbeeld: 6. Naam en adres van de fabrikant Verplicht zijn ook de naam en het adres van de producent of verpakker of van de verkoper gevestigd binnen de EG. 7. Herkomst De plaats van herkomst of oorsprong moet vermeld worden indien het weglaten daarvan de verbruiker zou kunnen misleiden in verband met de werkelijke plaats van herkomst of oorsprong van het voedingsmiddel. Een blik "Italiaanse ravioli" (met de Italiaanse kleuren en al) dat echter in België werd geproduceerd, moet dat ook duidelijk maken. Het is trouwens verboden in de etikettering gebruik te maken van aanduidingen of andere vormen van presentatie die de koper kunnen misleiden t.a.v. de oorsprong of de herkomst van de waar. 8. De nettohoeveelheid De nettohoeveelheden (dus zonder verpakking) moeten volgens de wet uitgedrukt worden in volume (liter, cl of ml) of in gewicht/massa (kg of g). Er zijn weer specificaties en heel wat uitzonderingen op deze verplichting. Enkele uitzonderingen:
Wanneer een opgietvloeistof wordt gebruikt moet men zowel het totale gewicht als het uitgelekt gewicht kunnen aflezen. Bijvoorbeeld: "Champignons totaal gewicht 225 g, netto uitgelekt 165 g"; of "rolmops totaal 500 g, uitgelekt 375g". Een weetje: Eieren worden ingedeeld volgens kwaliteit maar ook naar gewicht. Zo wegen bijvoorbeeld eieren uit categorie 3 tussen 60 en 65 g. Bijkomende informatie die op de verpakking kan voorkomen na het gewicht of de inhoud van de verpakking is het symbool "e". De betekenis hiervan vinden we terug in de wet. Gemiddeld mag de werkelijke inhoud van voorverpakkingen niet kleiner zijn dan de nominale (dit is de aangegeven) hoeveelheid. In de praktijk kan echter voor een individueel specimen van de voedingswaar de werkelijke inhoud toch minder zijn. De afwijking moet binnen beperkte marges blijven. Deze marges zijn vastgelegd bij dezelfde wet in 1979. 9. Alcoholgehalte in volume % Voor dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumepercent moeten het alcoholvolumegehalte aangeduid worden. 10. Niet-misleidende informatie In de etikettering of in de nabijheid van de voedingsmiddelen, in handelsdocumenten of in prospectussen die betrekking hebben op voedingswaren is het verboden gebruik te maken van benamingen, aanduidingen, afbeeldingen, tekens of andere vormen van presentatie die de koper kunnen misleiden t.a.v. de oorsprong, de herkomst of de hoeveelheid van de waar. DE ETIQUETTE VAN ETIKETTEN Het etiket mag voor de consument dan al een belangrijke bron van informatie zijn, de inspanningen die hij moet ondernemen om die informatie te ontdekken en te ontcijferen tussen alle andere gegevens zijn niet gering. Uit talrijke consumententesten blijkt dat de fabrikant zijn etiket overduidelijk beschouwt als een verkoopselement. De wettelijk verplichte vermeldingen verzinken soms in het niets naast reclameslogans en afbeeldingen, naast allerhande beweringen en worden alvast minder opvallend afgebeeld dan bijvoorbeeld officiële en andere keurmerken. In de onderzoeken van Test Aankoop in de winkelrekken vinden we talrijke voorbeelden. Vaak vinden we op het etiket mooie beelden en kleurrijke verwijzingen naar de samenstelling terwijl uit de lijst van ingrediënten een andere indruk zou kunnen onstaan. Ontbijtgranen die in het groot uitsmeren dat ze vitamines en/of mineralen bevatten maar nauwelijks of verdoken spreken van de vaak aanzienlijke hoeveelheid enkelvoudige suikers rekenen we meer tot de verleidelijke etiketten dan tot een informatieve voorstelling. We kunnen ons trouwens de vraag stellen naar het nut van extra-vitamines wanneer kinderen een gevarieerde voeding opnemen. De tekenfiguren spreken de doelgroep van kinderen uiteraard sterk aan. Van hen kunnen we ook niet verwachten dat ze de wettelijke informatie bestuderen. Chocolademelk scoort een goede notering voor de etikettering maar sommige poederproducten durven wel eens nalaten de vermelding "cacaofantasie" op te geven. Te weinig merken wijzen echter op het feit dat hun gesteriliseerde producten eenmaal geopend slechts beperkt houdbaar is in de koelkast. De etiketten van kalkoen"gebraad" beantwoorden in grote lijnen aan de wettelijke voorschriften maar schieten wel eens tekort als het aankomt op identificatie van fabrikant of importeur alsook inzake bereidingswijze. Op porto-etiketten staat vaak te veel wervende tekst (bijvoorbeeld "fine"... "imperator"... "old fine"...) waaraan men best niet teveel geloof hecht, en soms uit de lucht gegrepen aanbevelingen inzake het bewaren en serveren. De veelal engelstalige terminologie is weinig nuttig door zijn onverstaanbaarheid. Vooral vervelend is dat in veel gevallen nog steeds een adres ontbreekt of de naam van de invoerder, de verdeler of de plaatselijke bottelaar. De etiketten van koffie verschaffen de wettelijk verplichte informatie maar die is ook minimaal. De gemiddelde houdbaarheidstermijn die volgens sommige etiketten oplopen tot negen maanden lijken ruim gemeten. Men gaat er immers van uit dat gemalen koffie in vacuümverpakking best niet langer dan zes maanden bewaard wordt. Bij voorverpakte salades spreekt Test Aankoop ronduit van een slechte etikettering. Krabsalades waarop de verhouding tussen echte krab en surimi (een visproduct) vaak niet te achterhalen is; vleessalades waar het gehalte aan en de aard van het vlees niet opgegeven wordt; enz... De visuele voorstelling is anders verleidelijk genoeg. Ook bewaarvoorschriften ontbreken soms. Bij garnalen heb je vaak het raden naar de soort en de herkomst. Het gebruik van bewaarmiddelen bij diepgevroren grijze garnalen is niet te achterhalen. En de roze verpakking van roze garnalen maakt het onmogelijk om de garnalen echt te beoordelen. De vermelding van een contactadres van producent of importeur wordt eveneens in een aantal gevallen nagelaten. ... In welhaast elke vergelijkende warentest, die u ook zelf kan doen door het bekijken van de etiketten, komt naar voor dat fabrikanten de wetgeving op hun manier interpreteren. Ze treden ze misschien niet altijd met de voeten maar handelen zelden naar de geest van de wet en nog minder lijken ze het recht van de consument op informatie op een objectieve manier in te vullen. KWALITEITS- EN ANDERE LABELS Informatieve etikettering en een kwaliteitslabel zijn twee van elkaar te onderscheiden dingen.
Om tot een klasse te behoren moeten een aantal voorwaarden voldaan zijn. Daarnaast bestaan er ook van overheidswege opgelegde kwaliteitsmerken onder meer voor melk, voor ingedikte melk, melkpoeder, harde kaas en boter, alsook voor pluimvee. In België bestaat het quality control-label. Dit wordt afgeleverd door het bedrijf "Instituut voor Kwaliteitscontrole en Informatieve Etikettering - Quality Control - Kwaliteit België SV". Het Instituut werd ook aangesteld als officieel erkenningsorganisme voor de wettelijk beschermde benamingen van oorsprong: "Ardense Ham" en "Ardense boter". Een kwaliteitsmerk, voor zover het op betrouwbare wijze werd toegekend, biedt door zijn eenvoud het voordeel aan de consument onmiddelijke informatie over de kwaliteit van het product te verschaffen. Maar dan ook enkel over de kwaliteit. De kwaliteit/prijs verhouding blijft buiten beschouwing. Een ander voorbeeld van een kwaliteitsmerk is deze van de vereniging Biogarantie opgericht door alle partners van de biologische landbouw. In 1988 werd een label ingevoerd om de consument een houvast te geven. Twee wettelijk erkende organismen voeren controles uit in de hele voedselketen. Het gebruik van de term 'biologisch' is trouwens sinds kort op basis van een EG-verordening uitvoerig gereglementeerd bij wet. Producten die voldoen aan de Europese normen mogen de vermelding "Biologische landbouw - EEG-controle-systeem" dragen. De vzw plattelandsontwikkeling heeft een circuit van hormonenvrij vlees uitgeboud. Ook dit wil de verbruiker op een bepaald punt een zekere waarborg geven. Sinds 1986 oefent de vzw zelf, samen met experten controle uit op de naleving van het engagement om hormonenvrij vlees te leveren. Ook de Dienst voor Afzet van Land- en Tuinbouwproducten lanceerde verscheidene kwaliteitslabels.Voor ham reikt zij een label "Meesterlijck" uit als deze voldoet aan strengere normen dan de wettelijke. Voor streng gecontroleerd mals Belgisch rundsvlees van een bepaalde kwaliteit voorzag zij tot voor kort het "Medaille d'Or"; sinds kort is dit keurmerk vervangen door de vermelding "Europees Kwaliteitsrundsvlees". Verder wordt het veelal aan de verbruiker overgelaten om te vertrouwen op zijn eigen smaak, en keuze. Verbruikersorganisaties geven voorlichting over hoe we juist moeten eten. Maar om analyses betreffende de kwaliteit van de aangeboden producten door te voeren ontbreekt het de meeste aan middelen.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 4. VERGEELD MAAR NIET VERGETEN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| HISTORISCHE ETIKETTEN Het aanprijzen van producten heeft altijd een plaats gevonden op etiketten. De kunstzinnige vormgeving van de etiketten is vooral de technische evolutie gevolgd. Eerst kwam de foto daarna de kleurendruk om de aandacht te trekken. En de opmaak,stijl en teksten veranderen zoals de spreektaal en de samenleving veranderden. In het begin van de eeuw, net zoals in de reclameadvertenties overigens, werden voornamelijk feiten over het product vermeld. De merknaam die (naast de verpakking zelf) het herkenningspunt vormt voor de potentiële consument, wordt reuzegroot op de verpakking geschreven en is overigens ook veelvuldig terug te vinden op geëmailleerde uithangborden. In het begin van de voorverpakking was deze merknaam vaak de naam van de producent zelf en moest hij overduidelijk als een soort waarborg dienen om de verbruiker een vertrouwen te bieden in het product en om de namaak te bemoeilijken. De goede kwaliteit kreeg ook toen al stempels mee. "Waarborg van hoedanigheid" afgeleverd door een zogeheten "Wereldinstituut voor de bescherming der hoge hoedanigheid van de voeding". Later ziet men dat sociale aspecten sterker worden benadrukt. Het product wordt gesitueerd aansluitend op de belevingswereld van de consument. "Suiker ... die koemelk gelijkaardig moet maken aan moedermelk". Superlatieven zijn altijd een constante geweest. De voortdurende vernieuwing wordt ondersteund door "Nieuw !". Steeds meer komt de nadruk te liggen op het ceëren van een bepaalde sfeer rond een product. Het promotionele aspect op etiketten krijgt ook meer kans juist door de technische vernieuwingen op druk- en verpakkingsvlak.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 5. SCHONE SCHIJN | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| VOEDINGSCLAIMS Bij de meeste voedingsaankopen gaat de verbruiker routinematig te werk. Hij weet meestal welk type product hij zoekt alsook het merk en zelden gaat hij op dat moment nog naar extra informatie op zoek. Veel fabrikanten zijn er zich van bewust dat ze hun producten aanprijzen bij een publiek dat steeds meer in gezondheid en voeding geïnteresseerd is. Dit uit zich enerzijds in het feit dat meer en meer etiketten informatie vermelden over de voedingswaarde (energie, voedingsstoffen en andere voedingsaspecten) en anderzijds meer en meer getooid worden met zogenaamde "claims". Dit zijn beweringen die het bijzondere voedingskarakter van een bepaald product moeten beklemtonen. Als we de etiketten en de reclame mogen geloven zouden we door meer te eten gezonder, fitter, magerder,... worden! Een verkoper tracht zijn product zo verleidelijk mogelijk uit te stallen. Hij wordt hierbij slechts een weinig ingetoomd door de wetgever. Op Europees vlak werkte men oorspronkelijk aan de inpassing van een reglementering in de etiketteringsrichtlijn. Uiteindelijk resulteerden de discussies in een afzonderlijke wetgeving inzake voedingswaarde-etikettering. DE VOEDINGSWAARDE-ETIKETTERING Op heel wat voedingsmiddelen vindt u de voedingswaarde van het product. Op een doos "tarwebiscuits" leest u bijvoorbeeld het volgende tabelletje:
Het idee van de etikettering van de nutritionele waarde van een product waaide over uit de Verenigde Staten waar het gebruik gegroeid is vanuit de slechte eetgewoonten van de Amerikanen die te veel vet, suikers en zout en weinig groenten en fruit aten. Wanneer dus in de etikettering, in de aanbiedingsvorm of in de reclame een bewering voorkomt over de voedingswaarde dan moeten een aantal gegevens verstrekt worden op het etiket. De aanduidingen moeten gebeuren per 100 gram of per 100 ml. Daarnaast mogen (maar moeten niet) de gehaltes per product of per portie worden vermeld. Het principe van de voedingswaarde-etikettering klinkt mooi, maar de moeilijkheden voor zowel het vermelden als het interpreteren van de voedingswaarde zijn velerlei.
Een degelijke kennis van de voedingswaarde is echter wel een vereiste om verantwoord te kunnen eten. GEZONDE VOEDINGSGEWOONTEN Ter herinnering willen we even enkele basisprincipes van voedingsleer aanhalen. De kwantitatieve behoefte van ons lichaam wordt uitgedrukt in joules (vroeger in calorieën: 1 cal = 4,18 J). Het dagelijks rantsoen van een mens mag men gemiddeld schatten op 9600 KJ. De feitelijke behoefte varieert volgens gewicht, grootte, leeftijd en geslacht. Daarenboven is, afhankelijk van de (beroeps)activiteiten, nog extra energie nodig. Bijvoorbeeld een handarbeider aan de kade verbruikt meer energie dan een bediende aan een bureau. Maar ook wat betreft de kwaliteit van ons voedsel moeten eisen gesteld worden. Het allereerste probleem is de noodzaak aan proteïnen. Per dag heeft een mens 1 g proteïnen nodig per kilogram lichaamsgewicht.
Om ons te voeden moeten wij voldoende van deze voedingsstoffen, en dit in de juiste verhouding, tot ons nemen. (Om ons behulpzaam te zijn bij de samenstelling van onze maaltijden werden de voedingsmiddelen ingedeeld in groepen: het klavertje 4/voedingsschijf). De principes van de voedingsleer zouden voor elke consument duidelijk moeten zijn:
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De bovenstaande tekst is slechts één hoofdstuk uit een veel uitgebreidere brochure. De andere hoofdstukken zijn toegankelijk via de volledige inhoudstafel. Bovendien beschikken wij nog over een hele reeks andere interessante publicaties. Via onze site bieden wij trouwens nog een boel andere informatie en diensten aan.
| TOP PAGINA | INHOUD BROCHURE | ANDERE PUBLICATIES | HOME ECOLIJN |
| |
|
|
| |
| m.m.v. Lut VERSCHINGEL, Paul VAN CAPPELLEN en Luk JOOSSENS
|
| |
|
|
| |
| Riddersstraat 18, 1050 Brussel tel. 02/547.06.11, fax. 02/547.06.01,
|
| |
| D-1994-2492-19 Reproductie voor niet-commerciële doeleinden vrij mits duidelijke bronvermelding. |
