|
|
| DEEL 3 BABYLONISCHE SPRAAKVERWARRING |
| 1. SORRY, QU'EST-CE-QUE JIJ SAY ? | ||||||
| TAALGEBRUIK De wettelijk verplichte gegevens op een etiket moeten in België vermeld staan in de taal/talen van de regio waar het product verkocht wordt. In Vlaanderen en Brussel betekent dit o.m. het Nederlands. EUROPA BEDREIGT HET NEDERLANDS ALS CONSUMENTENTAAL Europa erkent het recht tot voldoende informatie over de karakteristieken van een product reeds lang. De Europese richtlijn preciseert dat de verplichte vermeldingen begrijpelijk moeten worden geformuleerd op een zichtbare plaats en dat deze in duidelijk leesbare en onuitwisbare letters moeten worden aangebracht. Het artikel 14 van de richtlijn uit 79 draagt de lidstaten op te waken over de naleving en meer bepaald er zorg voor te dragen dat de verplichte vermeldingen voorkomen in een voor de koper gemakkelijk te begrijpen taal, tenzij de koper door andere maatregelen wordt ingelicht. Deze bepaling verhindert niet dat de vermeldingen in méér dan één taal kunnen voorkomen. BELGIË HOUDT AAN EIGEN TAAL In België reglementeert het Koninklijk Besluit van 13 november 1986 de etikettering van voorverpakte voedingsmiddelen. Dit artikel in combinatie met artikel 14 van de Europese richtlijn vormde de discussie voor het Europese Hof van Justitie die op 18 juni 1991 een opmerkelijke uitspraak deed. Door deze uitspraak van het Europese Hof van Justitie werd de ons inziens evidente eis, namelijk dat etiketten van ingevoerde producten in de streektaal moeten zijn gesteld, beschouwd als een belemmering van het vrije verkeer en dus duidelijk in vraag gesteld. Het Hof meende dat "een voor de koper gemakkelijke taal " volstond. Door dergelijk subjectief begrip ontstond heel wat onzekerheid. Op 14 juli 1991 werd de nieuwe Wet op de handelspraktijken in België gestemd. Onze Noorderburen hebben onlangs hun Warenwetbesluit gewijzigd op basis van de Europese Etiketteringsrichtlijn. De Warenwet staat niet langer borg voor het gebruik van de Nederlandse taal op etiketten van levensmiddelen. Het toestaan van andere talen op het etiket kan verwarring scheppen bij de consument. De rechter zal geval per geval moeten oordelen of de buitenlandse taal "begrijpelijk" is voor de consument. Wil men het Nederlands op etiketten van eetwaren bewaren dan zou de Europese richtlijn van 1978 moeten gewijzigd worden. De bepaling "in een gemakkelijk te begrijpen taal" moet vervangen worden door de bepaling "in de officiële taal of talen van de lidstaat". Een communautair probleem inzake consumentenbescherming!! Op 10 november 1993 werd een mededeling van de Commissie (COM 93, 456 def) aan de Raad en het Europees Parlement overgemaakt over het taalgebruik ter voorlichting van de consumenten in de Gemeenschap. De Commissie legt de klemtoon op de bevordering van "meertaligheid van etiketten".
| ||||||
| 2. ZET JE BESTE STREEPJE VOOR | ||||||
| STREEPJESCODE De streepjescode of "scanning bar" wordt aangetroffen op heel wat producten. De code werd niet ingevoerd voor de consument maar is bedoeld voor de producent en verdeler. Onder meer om zijn voorraadbeheer vlotter te doen verlopen. De streepjescode is niet verplicht maar wordt meer en meer toegepast. In 1981 waren in België ongeveer 2000 levensmiddelen voorzien van de EAN-code (dit is 20 % van het totale assortiment) Toen waren slechts 9 winkels uitgerust met scanners. Sindsdien liep dit op tot 41 winkels in 1983, 55 winkels (overwegend Nopri en Unic) in 1984 en 506 winkels einde mei 1988. België stond in de wereldranglijst mee aan de kop wat betreft het aantal producten met streepjescode. In een doorsnee supermarkt waren ruim 72 % van alle producten met een code bedrukt. Sindsdien is de codering in een stroomversnelling terecht gekomen. Niet enkel de voedingssector waar de codering voor kwasi 100 % is doorgevoerd maar ook in meer en meer andere sectoren wordt de code aangebracht. Daar situeert het niveau zich iets lager op 60 à 70 %. De bij ons meest gebruikte code is de EAN-code. Dit staat voor European Article Number .
Elk product is aldus identificeerbaar op grond van één enkele code. Geen codenummer kan twee producten aanduiden en geen enkel product kan twee codenummers dragen. Er bestaat ook een verkorte vorm: de EAN-8 code. a) Scanning zou pas rendabel worden wanneer 80 % van de producten die de kassa voorbijkomen gecodeerd zijn.
Bij interne codering hoeft de verdeler dus geen nummer van aansluiting te vragen bij het ICODIF. b) Vroeger werd door distributieondernemingen reeds een code PLU (price look up) gebruikt voor eigen producten. Dit was gebaseerd op hetzelfde principe van een cijfercode - door de verdeler bepaald - die op de kassa werd ingetikt een waarbij de computer zelf de prijs, die in zijn geheugen was opgeslagen, opzocht.
Voor- en nadelen van het gebruik van deze code : a) Voor de consument Allereerst willen we uitdrukkelijk stellen dat het gebruik van deze code ingevoerd werd voor de producent en verdeler en niet voor de consument. Pro: Te vermijden is echter dat het systeem nadelig zou uitdraaien voor de verbruiker. Tegen de codering kunnen meerdere argumenten worden aangevoerd. Contra : Het is de consument aangeraden waakzaam te blijven tegenover dit coderingssysteem. Scanning mag bijvoorbeeld niet de prijs vervangen. b) Voor de handelaar biedt de code heel wat voordelen De code wordt gelezen door een elektronisch oog. Het is evident dat hierdoor niet zozeer de kleinhandelaar dan wel de warenhuisketens vaak sterk kunnen rationaliseren.
De veralgemeende invoering van de code kan echter invloed uitoefenen op de tewerkstelling! c) Voor de producent Voor de fabrikant wordt het pas echt interessant als alle verdelers, groot en klein, in het circuit worden ingeschakeld. Dan zal de producent op een vrij eenvoudige manier snel geïnformeerd worden over het goederenverkeer: wie verkoopt wat en waar ? (Eventueel aangevuld met gegevens over hoeveelheden en dergelijke). DE PRIJSAANDUIDING De consument is evenzeer een economisch denkend wezen dat zich afvraagt hoeveel hij moet betalen voor wat hij krijgt. In de aankoopbeslissing speelt de prijs vaak een rol als één van de doorslaggevende argumenten. In de Wet op de Handelspraktijken van 14 juli 1991 bepaalt de wetgever dat de prijs van producten schriftelijk en ondubbelzinnig moet gebeuren. Deze aangeduide prijs moet de totale som zijn die de consument zal moeten neertellen. Met andere woorden BTW en alle andere taksen alsook de kosten verbonden aan de aanschaf dienen inbegrepen te zijn. De prijzen en tarieven moeten overigens minstens in Belgische frank worden aangeduid. De verkoper is wettelijk verplicht de prijs bij zijn producten aan te duiden. De prijsaanduiding - dit is alles inbegrepen - moet schriftelijk, ondubbelzinnig en goed zichtbaar zijn. Wanneer u als verbruiker verantwoord aankopen wil doen, dan moet u ook de prijzen van producten kunnen vergelijken. De wet heeft daarom de prijsaanduiding gereglementeerd. (K.B. van 10 juli 1972). De prijs van los verkochte producten (groenten, fruit, vis, ...) moet worden aangeduid per kilogram, liter, meter of vierkante meter.
Worden op eenzelfde product verschillende prijzen aangeduid, dan is de door de verbruiker te betalen prijs de laagste prijs. Laat u hieromtrent niet van de wijs brengen door een verkoper. Worden in eenzelfde winkel of grootwarenhuis dezelfde producten tegen verschillende prijzen verkocht, dan moet op het rek waar de duurste producten zijn uitgestald een zichtbare en leesbare affiche de aandacht van de verbruikers vestigen op het bestaan van het verschillende aanbod en de plaats aanwijzen waar dit aanbod wordt gedaan. Ondank alle belang dat de consument erbij heeft is hij op het vlak van de prijsaanduiding minimaal beschermd. Prijsvermindering Elke verkoper mag op elk moment van het jaar zijn prijzen verlagen, zolang hij niet met verlies verkoopt. Zo moet de verminderde prijs aangeduid worden met de verwijzing naar de oude prijs, die effectief gedurende een periode moet toegepast geweest zijn. (zie kader)
De duur van de prijsvermindering is geregeld. Prijsverminderingen moeten, uitgezonderd voor snel bederfbare producten, minstens één dag duren.
| ||||||
| 3. VERSTAANBAARHEID: EEN UNIVERSEEL PROBLEEM | ||||||
| PICTOGRAMMEN DE OPLOSSING? Symbolen of pictogrammen worden in vele domeinen meer en meer gebruikt. In het verkeer worden we dagelijks geconfronteerd met gebods- en verbodsborden met een internationaal afgesproken symbolische waarde. Vanaf het lager onderwijs wordt bijgevolg aandacht besteed aan het leren interpreteren van deze pictogrammen en willen we ons met de wagen in het verkeer mengen dan moeten we ook bewijzen deze te kennen. In de dagdagelijkse omgang ontmoeten we pictogrammen op vele plaatsen, onder meer om ons wegwijs te maken bijvoorbeeld naar (nood)uitgang of toiletten, enz.. Meer en meer komen we ook in Europese reglementeringen de visie tegen dat consumenten niet noodzakelijk verbaal, dus tekstueel, moeten geïnformeerd worden maar dat dit evenzeer op andere manieren mogelijk moet zijn. Weliswaar is het eenvoudiger met behulp van beelden bepaalde boodschappen over te dragen maar de vraag rest of dergelijke afgesproken symbolen voldoende bekend zijn en juist worden geïnterpreteerd. Op basis van de literatuur over pictogrammen, kunnen wij onder meer de volgende stellingen poneren:
Zeker waar de onbekendheid met de symbolen risico's inhouden met betrekking tot de eigen en andermans veiligheid als ze niet worden nageleefd kan het gebruik van pictogrammen ernstig in vraag gesteld worden. Voorzichtigheid blijft bijgevolg geboden bij het op deze manier waarborgen van het recht op informatie. De internationale organisatie voor standaardisering (I.S.O.) stelt bij het gebruik van symbolen het criterium voorop dat ze door 67 % moeten worden begrepen worden. Er bestaan gedetailleerde procedures om pictogrammen te doen accepteren. Het is evident dat het gebruik van pictogrammen moet geharmoniseerd worden op Europees en/of internationaal vlak. LABELING TE KUST EN TE KEUR Beeldmerken vinden we in alle soorten en maten op kwasi alle consumentengoederen. LABELTJE LABELTJE AAN DE WAND Al deze beeldmerken strijden om de gunst van de consument. Door het stempelfenomeen geven dergelijke labels al te gemakkelijk de indruk van officiële goedkeuring. Dit werkt de verwarring in de hand. Uit alle milieu-aanduidingen de echte zinvolle keurmerken halen vereist heel wat deskundigheid. Om niet voort te gaan op veiligheidsargumenten zou je al gek moeten zijn, al is zelden de juiste garantie ingebouwd. Om je niet laten verleiden door zogenaamde kwaliteitslabels moet je sterk in je schoenen staan. |
De bovenstaande tekst is slechts één hoofdstuk uit een veel uitgebreidere brochure. De andere hoofdstukken zijn toegankelijk via de volledige inhoudstafel. Bovendien beschikken wij nog over een hele reeks andere interessante publicaties. Via onze site bieden wij trouwens nog een boel andere informatie en diensten aan.
| TOP PAGINA | INHOUD BROCHURE | ANDERE PUBLICATIES | HOME ECOLIJN |
| |
|
|
| |
| m.m.v. Lut VERSCHINGEL, Paul VAN CAPPELLEN en Luk JOOSSENS
|
| |
|
|
| |
| Riddersstraat 18, 1050 Brussel tel. 02/547.06.11, fax. 02/547.06.01
|
| |
| D-1994-2492-19 Reproductie voor niet-commerciële doeleinden vrij mits duidelijke bronvermelding. |
