OIVO


STOP DE PLAAG !

BIOLOGISCHE EN ALTERNATIEVE
BESTRIJDINGSMETHODEN
VOOR IN DE TUIN EN IN HUIS

 


 

INLEIDING
Het onderscheid tussen "nuttige" en "schadelijke" organismen is door de mens gemaakt. In de natuur zijn alle planten en dieren nuttig en wordt de gezondheid van de natuur precies gemeten aan de hand van de biodiversiteit. Voor het welzijn van de mens zelf zijn echter een aantal organismen 'ongewenst' omdat ze schadelijk zijn of overlast veroorzaken en die soorten worden bijgevolg bestreden. Andere planten en dieren veroorzaken daarentegen amper overlast of schade, integendeel, sommige dragen zelfs bij tot de beperking van ongewenste soorten. 

Aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen kleven een heleboel bezwaren. Voor veel plagen zijn er echter alternatieve bestrijdingsmethoden. De biologische bestrijding werd uitgewerkt om te vermijden dat er nog langer teveel bestrijdingsmiddelen gebruikt zouden worden en om de milieuvervuiling en de gezondheidsgevaren die daaruit voortvloeien, in te dijken. 

Directe en preventieve bestrijding

Dat houdt in dat de biologische bestrijdingsmethode scheikundige producten vermijdt en ze vervangt door methoden en organismen (insecten, mijten, bacteriën) die de hoeveelheid ongewenste organismen tot een draaglijke hoeveelheid herleiden. 

Dit kan gebeuren door een preventieve aanpak, waardoor men tracht te vermijden dat er zich een teveel aan ongewenste organismen kan ontwikkelen. Dit is echter een werk van lange adem, waarbij men met heel veel factoren dient rekening te houden. Een grote biodiversiteit en een gezonde leefomstandigheden bieden echter de beste bescherming 

Men kan echter ook aan directe bestrijding doen, waarbij men de in te grote getale aanwezige ongewenste organismen gaat reduceren. Als men echter de oorzaken van de problemen niet wegneemt zal directe bestrijding (zowel de biologische als de chemische) niet of slechts gedurende een korte periode resultaten afwerpen. 

De bestrijding kan op verschillende manieren aangepakt worden: ofwel verhoogt men het sterftecijfer van de volwassen organismen, ofwel beperkt men de reproductiemogelijkheden (verlaging van het geboortecijfer), ofwel werkt men op de twee niveaus tegelijk. 

Het sterftecijfer verhogen

De voorgestelde methodes gaan uit van de werking van de natuurlijke vijanden van ongewenste organismen: 

Verslinders en parasieten

Het gebruik van verslindende of parasiterende insecten en andere organismen levert spectaculaire resultaten op. Maar voordat die methode in de praktijk kan worden gebruikt, moet men over de nodige technische kennis beschikken om de massale vermenigvuldiging van deze organismen en het verloop van de operatie "te velde" in de hand te kunnen houden. 

Micro-organismen

Het inzetten van ziekteverwekkende micro-organismen (zoals virussen, bacteriën en schimmels) tegen ongewenste soorten, noemt men "de microbiologische oorlogsvoering". 

Die aanpak is heel aanlokkelijk als men zonder al te veel moeite ongewenste organismen wil uitroeien. Het typische aan een epidemie is immers dat ze zich op eigen kracht, door middel van een soort kettingreactie, verspreidt. 

Het enige nadeel is de vraag hoe de mens, als hij eenmaal zo'n epidemie op gang heeft gebracht, ze onder controle kan houden of weer kan stopzetten. 

De voortplanting afremmen

Eén van de methoden om de voortplantingscoëfficiënt van ongewenste soorten terug te dringen, is de zelfvernietigingsinductie. Bij die aanpak introduceert men steriele mannetjes in de populatie, die zich aan een vruchtbare partner koppelen en zodoende die partner beletten zich voort te planten. 

Het welslagen van die methode berust op de ontwikkeling van een massakweek en van bestralingsmethoden die de mannetjes steriliseren zonder hun natuurlijk instinct, en in het bijzonder hun geslachtsdrift, aan te tasten. 

Men kan ook het biotoop van de ongewenste organismen zo veel mogelijk trachten uit te schakelen of te verstoren. Afwisseling van teelten, of een verandering in vochtigheid, licht of temperatuur behoren daarbij, evenals het regelmatig kuisen van de woning of het secuur opbergen van voedingswaren en -resten. Men schept voor de ongewenste organismen een ongunstige omgeving. 

De inzet van levende biociden

Er zijn twee soorten levende biociden : de dierlijke verslinden de belagers gewoonweg, de plantaardige verdrijven ongewenste organismen of trekken ze juist aan, zodat ze de andere planten met rust laten of bij de lokplant kunnen uitgeschakeld worden. 

Het betreft meestal parasieten, micro-organismen, insecten, wormen of vogels, aromatische planten enz... Nuttige dieren zijn bijvoorbeeld egels, spitsmuizen, wezels en andere kleine roofdieren, mollen, vleermuizen, vogels, amfibieën, reptielen, allerlei insecten, spinnen,... Bij de planten gaat het meestal om sterk ruikende kruiden en bloemen zoals lavendel, afrikaantjes, look, ui, tijm, rozemarijn, enz... 

Planten hebben hoe dan ook wederzijds een invloed op elkaar. We weten dat de blootgestelde delen en de wortels van planten onder gegeven omstandigheden welbepaalde stoffen produceren, die variëren naargelang klimaat, bodemsoort, blootstelling aan de zon, bemesting, vochtigheid, verscheidenheid aan planten en aantallenverhouding. Mogelijks spelen nog andere factoren daarbij een rol. Eenmaal verteerd, hebben die stoffen een rechtstreekse (en al dan niet gunstige) invloed op de omgeving. Een deel van die invloeden is wetenschappelijk bewezen, andere worden door de volkse traditie als advies overgeleverd. Ze zijn daarom echter niet minder interessant voor de amateur-tuinier die de dynamiek van de natuur boven giftige stoffen verkiest. 

Biociden overbodig maken

Bemesting

Om biociden overbodig te maken, wordt aanbevolen om de bodem preventief te verrijken met natuurlijke meststoffen (zoals compost, bijvoorbeeld). Een overbemesting levert echter ook weer problemen op. Planten die op een evenwichtige bodem groeien, zullen de kracht en weerstand hebben die nodig is om aanvallen van buitenaf af te slaan. 

Daarbij mag men niet uit het oog verliezen dat de aanwezigheid van parasieten op een plant niet de oorzaak, maar het gevolg is van een slechte gezondheid. Het is bijgevolg belangrijker om voor een plant gezonde leefomstandigheden te scheppen, dan om alleen maar de parasieten te bestrijden. 

De biodiversiteit opdrijven

Door verschillende soorten planten te voorzien, schept men een grote verscheidenheid in het milieu. Zoals hierboven gezegd, werkt dit preventief om plagen te voorkomen. Men schept als het ware een biotoop waarin de natuurlijke vijanden van ongewenste soorten kunnen gedijen en dus aangetrokken worden. 

Teelten afwisselen

Afwisseling in de teelten in de moestuin helpt het gevaar voor het overdragen van ziekten en parasieten indijken. 

Bij teeltafwisseling plant men achtereenvolgens verschillende gewassen op een bepaald perceel. De tuinindeling en wisselbouw zijn de bepalende factoren. De voordelen zijn velerlei : 

Insecten en ziektekiemen die door een bepaald gewas aangetrokken worden, kunnen zich moeilijker in stand houden. 
De voedingselementen in de bodem worden maximaal benut. Planten hebben immers uiteenlopende behoeften en de bodem heeft zo de tijd om zich te herstellen. 
Onkruid wordt afgeremd/ vermits bepaalde planten andere soorten afstoten of hun ontwikkeling beperken. (Denk maar aan de aardappelen die voor de aanleg van een gazon worden geplant). 
De bodemstructuur wordt verbeterd door gewassen met diepe wortels af te wisselen met gewassen met wortels die niet diep in de grond dringen. 

Keuze van resistente soorten

Een tuinier moet zich houden aan de fruit- en groentesoorten en sierplanten die gedijen in de beschikbare bodem, het heersende klimaat en de biologische teelt. 
De ziektegevoeligheid verschilt immers van plant tot plant. De natuurlijke weerstand tegen vijanden is niet voor alle soorten en variëteiten even groot. 

Bij de kweek combineert men verschillende verdedigingsmechanismen om resistente variëteiten te creëren. Jammer genoeg ontwikkelen de belagers ook altijd maar weer nieuwe rassen, waardoor de resistentie omzeild wordt.

De zaaidatum uitstellen of vervroegen

Het is moeilijk om via die methode in de biologische cyclus van een insect in te grijpen. Zo heeft men vastgesteld dat de beschadiging van graanoogsten door de grijze vlieg afneemt bij vervroegde zaaiing, maar dat de beschadiging van de oogst door de gele vlieg door verlate zaaiing teruggeschroefd kan worden. De zaaidatum veranderen is een mes dat aan twee kanten snijdt en een onzekere maatregel die niet altijd uitvoerbaar is (afhankelijk van weersomstandigheden, oogsttijd voor de vorige teelt enz.). 

De bodem bedekken

In de natuur is de bodem altijd bedekt. In tuinen moet dat ook zo zijn. Onbedekte aarde wordt door teveel krachten belaagd : vorst, regen, wind... Een bodembedekking stimuleert de levensvatbaarheid van de bodem en voedt de micro-organismen. 

Als bedekking kan men planten die de eigenschap hebben in de breedte over de grond te groeien aanbrengen, en onbedekte delen kan men afdekken met compost, stro of schorsschilfers. 

Voordelen van de biologische aanpak

De inzet van 'natuurlijke vijanden' laat toe soms zeer specifiek, tegen één enkele soort op te treden. Dit in tegenstelling tot de meeste chemische bestrijdingsmiddelen die voor heel wat organismen in ons leefmilieu toxisch zijn, ook voor de nuttige. 

De geviseerde organismen kunnen, ook in tegenstelling tot het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, geen immuniteit opbouwen en de biologische bestrijdingsmiddelen vermenigvuldigen zichzelf tot op het niveau van een soort evenwicht. 

Nadelen van de biologische bestrijding

De biologische methoden hebben echter ook hun nadelen: in tegenstelling tot het gebruik van chemische biociden, kan de werking trager zijn en de resultaten minder spectaculair. Bovendien zal veel meer preventief werk moeten verricht worden. 

Sommige bestrijdingsmethoden komen soms nogal duur uit of zijn praktisch gezien enkel toepasbaar voor agro-industriële toepassingen. In je tuin of bloempot kunnen ze amper ingezet worden In andere gevallen zal het net andersom zijn. 

In het geval van bestrijding met bijvoorbeeld roofinsecten, is de bewaartijd ervan uiteraard beperkt, en, in het geval van de microbiologische bestrijding, kunnen er problemen optreden met het onder controle houden van de uitgelokte epidemie.

 

COLOFON EN BESTELLINGEN
Deze brochure is een uitgave van:
Het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties
Riddersstraat 18, 1050 Brussel
Tel: 02/547.06.11, fax: 02/547.06.01
OIVO, in opdracht van de Bond van Grote en van Jonge Gezinnen, 1994
Samenstelling:
Paul Van Cappellen

De bovenstaande tekst is slechts één hoofdstuk uit een veel uitgebreidere brochure. De andere hoofdstukken zijn toegankelijk via de volledige inhoudstafel. Bovendien beschikken wij nog over een hele reeks andere interessante publicaties. Via onze site bieden wij trouwens nog een boel andere informatie en diensten aan.


 
 
vorig hoofdstuk TOP
PAGINA
INHOUD
BROCHURE
ANDERE
PUBLICATIES
HOME
ECOLIJN
volgend hoofdstuk