OIVO


STOP DE PLAAG !

BIOLOGISCHE EN ALTERNATIEVE
BESTRIJDINGSMETHODEN
VOOR IN DE TUIN EN IN HUIS

 


 

PROBLEMEN MET KAMERPLANTEN EN IN DE TUIN
Een verscheidenheid aan plantensoorten kan ervoor zorgen dat elke verwoester een plant in de buurt heeft die er tegen werkzaam is. Vele planten hebben een natuurlijk afweermiddel tegen andere vernietigende soorten en ziekten. Er zijn ook bepaalde planten die kunnen gebruikt worden om parasieten af te leiden van andere planten. Dit is het geval bij stinkertjes. Zij trekken wormen aan die veel schade berokkenen aan de wortels van de andere planten. Het zijn eigenlijk 'planten met een val'. En daarnaast zijn er nog enkele eenvoudige meer milieuvriendelijke bestrijdingsmiddeltjes. 
INHOUD:
Bladluizen
Spint en thrips
Meeldauw
Slakken
Rupsen
Bodeminsecten
Mollen
Groene aanslag op tegels
Mos en 'onkruid'
Egels, vogels en kikkers, andere nuttige dieren

Bladluizen

Preventief optreden :

De luizen op planten zijn groene of zwarte insecten die van plantensappen leven. In grote aantallen kunnen ze de groei van planten beperken. Gezonde planten zullen daar echter minder last van hebben. Geef ze daarom de geschikte hoeveelheid mest (overbemesting is ook negatief), verzorg ze goed en zet ze op een geschikte plaats, vooral uit de tocht. Regelmatig verpotten en goed insnoeien in het voorjaar versterkt de planten ook. 

Men kan de bladluizen lokken met luisgevoelige planten zoals de Oost-Indische Kers of tuinboon (een zogenaamde vangplant voor luizen). Als op deze plant luizen zitten, worden de natuurlijke vijanden zoals wantsen, oorwormen en lieveheersbeestjes naar de tuin gelokt en deze bladluizeneters zorgen er dan voor dat de luizen op andere planten geen kans krijgen. Een gewoon zevenstip lieveheersbeestje verslindt in zijn leven ruim 3.000 bladluizen. Absint, peterselie, kervel en goudsbloemen trekken staande vliegen aan, waarvan de larven zich ook voornamelijk met luizen voedt. 

Als je echt geen bladluizen wil, dan moet je geen luisgevoelige planten kiezen. 

Direct optreden :

Bladluizenplagen kan je bestrijden met zelfgemaakte brandnetelgier, een behandeling die dan wel om de paar dagen moet worden herhaald. Laat een flinke portie fijngehakte brandnetels één tot twee weken staan in een emmer water (dit gaat stinken!) en voeg een eetlepel groene zeep toe. Voor gebruik moet je dit mengsel zeker tien keer verdunnen. 

Ook een mengsel van 1 liter water, 1 lepeltje groene zeep en een lepel spiritus is een geschikt bestrijdingsmiddel. 

Een ander alternatief is een herhaalde behandeling met een aftreksel van ajuinschillen, aardappelschillen of rabarberbladeren. Een alcoholextract van ridderspoor of een aftreksel van tomaat, Oost-Indische kers, knoflook, paardenstaart, bitterhout, afrikaantjes of goudsbloemen doen het ook. Luizen kan je ook te lijf gaan met kant-en-klare oplossingen op basis van vetzuren of andere vrij onschadelijke producten. 

Kalkhoudend wier, houtasse en rotssteenpoeder op de aangetaste planten strooien helpt eveneens, en men kan de luizen ook regelmatig gewoon van de planten afsproeien met een koude waterstraal (bijvoorbeeld in de douche). 

Vergeet in elk geval niet de aangetaste stukken weg te snijden. 


Spint en thrips

Preventieve bestrijding :

Spint wordt veroorzaakt door kleine rode of groene spinnetjes die men nauwelijks met het blote oog kan zien. Ze gedijen het best op planten in oververwarmde droge kamers of serres. De thermostaat op 18°C overdag en op 12°C 's nachts is reeds een stap in de goede richting. Ook de kamerplanten zelf hebben liever deze temperaturen. 

Thripsen zijn zeer kleine, langwerpige, zwart-wit gestreepte diertjes die de bladcellen aanvreten, waardoor de bladeren aan de bovenzijde een zilverachtige glans krijgen. 

Directe bestrijding :

Spint is niet helemaal te verdrijven door koelere temperaturen, maar aangetaste planten gaan er op deze manier niet kapot van. Een regelmatige spoelbeurt in de douche, afgewisseld met een behandeling met een zeep-spiritusmengsel of een middel op basis van organische vetzuren help ook spint en thrips te beperken. 

Een bestrijding met roofmijten die te koop zijn in sommige winkels, is vrij efficiënt tegen spint. 


Meeldauw

Meeldauw en valse meeldauw gedijen het best bij vochtig weer. Meeldauw tast o.m. aubergines aan en druiven die buiten de serre worden gekweekt. Valse meeldauw kan tomaten, aardappelen en wijnstokken in de serre aantasten. Uitwendige kenmerken zijn een witte tot grijs-paarsachtige aanwas op de onderkant en geel-witachtige vlekken op de bovenkant van de bladeren. 

Preventieve bestrijding :

Veel van de gevoelige planten hebben resistente varianten, verkies dus deze soorten. 

Zorg voor een goede verluchting van de planten door ze niet te dicht bijeen te planten en het vermijden van vochtige plekken helpt uiteraard ook. 

Een afwisseling van teelten, gespreid over 3 jaar, voor de gevoelige types planten maakt de kans op het uitbreken van meeldauw ook kleiner. 

Er kunnen ook preventieve behandelingen uitgevoerd worden met behulp van aftreksels van paardestaart. 

Directe bestrijding :

De zieke plantendelen zo snel mogelijk wegsnijden en ze zorgvuldig composteren of verbranden. Een behandeling van de planten met een product op basis van koper kan een verdere uitbreiding van valse meeldauw tegengaan. Voor meeldauw kan een behandeling met zwavel soelaas brengen. 


Slakken

Preventief optreden :

Vaak is vocht de oorzaak van een slakkenplaag. Probeer zo mogelijk de vochtafvoer te verbeteren en geef niet te vaak water. Af en toe overvloedig is beter. 

Ook het aanlokken van natuurlijke vijanden zoals padden, egels, vogels (voornamelijk lijsters en spreeuwen), loopkevers en amfibieën is een goede zaak. 

Het aanplanten van hysop, salie, mosterd, peterselie, aardappelen, Oost-Indische kers en tijm wil ook wel eens helpen tegen slakken. Moestuintjes kunnen hiermee en met minder slakgevoelige planten zoals ui en bieslook afgezoomd worden. Gevoelige soorten zoals sla en kolen worden best in het midden geplant. Verwelkte en bedorven planten of plantendelen worden best verwijderd. 

Vermits slakken hun eitjes in de lente leggen kan men daarvoor jacht maken op de dieren, zodat de populatie in de hand wordt gehouden. 

Slakken kunnen ook bestreden worden door hun mobiliteit af te remmen. Kalkhoudend algenpoeder, houtzaagsel, asse en dennennaalden zullen bij vrij droog weer het slijmspoor van de slakken deshydrateren. Daardoor worden ze afgeremd. 

Direct optreden :

Slakken kan je vangen met ingegraven jampotjes, half gevuld met bier of suikerwater. Ze komen er 's avonds op af en verdrinken. Zulke vallen trekken de slakken echter aan, plaats ze dus niet te dicht bij de moestuin. 

Je kan de slakken uit zaaibedden houden (de naaktslak is dol op jonge plantjes) door er as, dennennaalden, gemalen schelp of fijngedrukte eierschalen omheen te leggen. Over deze scherpe materialen kruipen ze niet. Sommige tuincentra verkopen richels om ze tegen te houden. Verwijder wel alle planten en onkruid die over de barrières heen groeien en maak de afgebakende zones regelmatig slakvrij. 

Niet alle slakken zijn schadelijk. Huisjesslakken leven vooral van verwelkte bladeren en algen. Laat die dus leven. De wijngaardslak kan wel schade aanrichten maar verdient een tolerante houding, vermits het een zeldzame diersoort is. Enkel de strijd tegen de naaktslak is te verantwoorden. Je kan de slakken tegen de schemering verzamelen en snel doden in kokend water. 


Rupsen

Rupsen zijn de larven van vlinders. Indien ze geen last veroorzaken laatje ze dus beter leven. Vlinders zorgen in de zomer voor wat kleur in de tuin, ze bevruchten de bloemen en trekken volgens aan die dan ook schadelijker ongedierte eten.

Preventieve bestrijding :

Egels en vogels zijn verlekkerd op rupsen. De bevordering van hun aanwezigheid zal een plaag helpen voorkomen. Ook de grote loopkever die donkere en vochtige schuilplaatsen verkiest eet graag rupsen. 

Tijdens de migratieperiode kan men rupsgevoelige planten regelmatig behandelen met een aftreksel van wormkruid, absint of ijzerkruid. 

De planten bestrooien met een poeder van kalkhoudend wier kan ook helpen. 

Directe bestrijding :

Het beste, natuurlijke bestrijdingsmiddel is een vochtig te maken poeder op basis van levende sporen van een bacterie die Bacillus Thuringiensis heet. 

Ook de brandnetelgier voor de bladluizenbestrijding is geschikt voor de strijd tegen rupsen. 


Bodeminsecten

Preventieve bestrijding :

Verschillende insecten eten verschillende planten en wortels. Een elk jaar wisselende cultuur zal dus de ontwikkeling van de dieren en hun larven belemmeren of afremmen. Veel insecten hebben trouwens een hekel aan afrikaantjes, knoflook, papavers en goudsbloemen. Een aantal van die planten, gespreid over de plaatsen die je wenst te beschermen (eerder in de moestuin dan bij de sierplanten) werkt preventief. 

Directe bestrijding :

Als men last heeft van emelten (larven van de langpootmug) kan men ze uit de grond lokken met rolletjes bestaande uit één deel zaagsel en twee delen stroop. De larven die ervan gegeten hebben 's nachts kunnen de volgende ochtend niet meer in de grond en drogen uit of worden door vogels opgegeten. 


Mollen

Iedereen heeft vroeg of laat wel eens last van een mol in zijn tuin. Vooral een molshoop in je grasperkje kan zeer vervelend zijn. Mollen hebben zo echter ook hun voordelen: ze eten voornamelijk parasieten, insecten, wormen enz... en hun gangen dragen bij tot verluchting en drainage van vochtige gronden.

Ze eten echter ook een boel aardwormen die zelf ook een heel positieve bijdrage leveren tot een goede verluchting en structuur van de bodem. De molshopen kunnen bovendien inderdaad storend zijn, nochtans, het enige dat men moet doen is de hoop openharken en de kuil dichten met zand, zodat de graszode snel dichtgroeit. De aarde van de molshopen kunnen overigens gebruikt worden als vruchtbare korrelige potgrond. 

Preventief optreden :

Als je de mollen toch uit je tuin wil houden is het aanplanten van keizerskroon, knoflook, ajuin, stinkend nieskruid en wolfsmelk een oplossing. Deze planten verspreiden een voor de mollen zeer onaangename geur of zijn gewoonweg giftig. Meestal volstaan enkele strategisch geplaatste planten reeds. 

Direct optreden :

Als het aanplanten van bovengenoemde planten niet helpt, kan men ook lege flessen met de teut naar boven, schuin in de molsgaten graven. De mollen schrikken van de fluitende wind in de fles en blijven uit de buurt. Een metalen staaf in de grond gestoken, met daarover een omgekeerde plastieken fles heeft hetzelfde effect als ze heen en weer slaat in de wind. 

Als echt niets helpt zijn molsklemmen nog altijd beter dan de erg schadelijke bestrijdingsmiddelen. 


Groene aanslag op tegels

Preventief optreden :

Groene aanslag op stenen, glas of hout bestaat nagenoeg altijd uit algen, plantjes die in een vochtige omgeving groeien. 

Je kan groene aanslag voorkomen door de vochtafvoer te verbeteren. Een tuinpad met tegels legt men best iets verhoogd aan, op een ondergrond van puin met daarop scherp zand tegen het verzakken. 

Direct optreden:

Algendodende middelen bevatten schadelijke stoffen die niet alleen giftig zijn voor algen maar ook voor andere micro-organismen die een nuttige functie verrichten in de bodem. 

Een milieuvriendelijk alternatief is schuren. In geval van glas of hout met een borstel of pannenspons, in geval van stenen met bezem en zand of heet afgietsel van gekookte aardappelen. Als je dan toch geld wil besteden aan een speciaal product tegen algen, gebruik dan een middel op basis van organische vetzuren. 


Mos en 'onkruid'

Mos groeit op plaatsen waar de meeste andere planten het laten afweten: vooral vochtige en beschaduwde plaatsen. Als mos zich uitbreidt in het gazon is dat een teken dat het gras het er niet meer uithoudt. In plaats van bespuiten kan je beter zorgen dat de grond weer geschikt wordt voor grasgroei. Een gazon moet voldoende licht krijgen. Op plaatsen met weinig zon leg je beter geen grasveld aan, of je snoeit overhangende takken. 

Het grasperk moet regelmatig verlucht worden met een verticuteerhark. Een goede beluchting zorgt er ook voor dat het water weg kan. Als het grasperk overwoekerd wordt door witte klaver, dan moet er dringend gewerkt worden aan de verluchting van de grond. 

Een grasperk vraagt een bodem die niet te zuur en voldoende bemest is. Als je na elke maaibeurt het gras laat liggen is bijkomende bemesting en bekalking overbodig. Daarom is het beter om 's zomers regelmatig een klein stukje van het gras te maaien, zodat geen grote massa's maaisel op de mat achterblijven. Bovendien kan je dan gemakkelijk met een handmaaier werken. Hou de messen goed scherp. 

Enkel grasvelden op zandige grond hebben soms wat extra mest nodig. Gebruik bij voorkeur gedroogde koemest, gewone fijne compost of wormencompost. Gebruik geen snelwerkende mest (kunstmest) of meststoffen met bestrijdingsmiddelen (mosdoder). Een woekering van paardebloemen en madeliefjes betekent een overdreven bemesting. 

Als er in het gazon, op paden of tussen de tegels van terrassen ongewenste planten opduiken - sommigen noemen dat 'onkruid' - dan kan je wieden met een schoffel of aardappelmesje. In een bloemenperk streef je best naar beplanting die de bodem geheel bedekt. Ook een laag schorsschilfers helpt tegen het groeien van 'onkruid' tussen je bloemenbedjes. 


Egels, vogels, kikkers en andere nuttige dieren

Er zijn ook potentiële bondgenoten in de strijd tegen hierboven genoemde plagen. 

Egels eten slakken, wormen, rupsen, insecten en soms zelfs muizen. Als je egels naar de tuin wil lokken, dan moeten ze beschutting kunnen vinden in een hoop bladeren, bijvoorbeeld naast de composthoop of een stapel hout. Tijdens de winterslaap van de egel moet je de composthoop dan wel met rust laten. Haal een egel nooit in huis, want dan gaat hij dood. Een egel lust wel melk maar krijgt er snel diarree van. Als je het dier wil vertroetelen, dan doet je dat best met een gekneusd rauw ei. Net als egels overwinteren ook padden graag in een hoop bladeren. 

Voor het overwinteren van kikkers is een vijver met een minstens zeventig centimeter diep gedeelte nodig. Als je een vijver aanlegt mogen de kanten niet te stijl zijn, want anders is de plas levensgevaarlijk voor kinderen en kleine dieren. Maak de hellingen in trapvorm met brede treden. De vijver wordt best waterdicht gemaakt met een dikke vijverfolie. Een ondiepe trede is een aantrekkelijke plaats voor moerasplanten, dorstige vogels, kleine visjes en kikkervisjes. 

Vogels komen voor in de tuinen als zij daar voedsel, beschutting of broedgelegenheid vinden. Voor vogels die graag op de grond scharrelen en hun nest laag bij de grond maken voorziet men best een rustig hoekje in de tuin met lage struiken (een combinatie van bladverliezende struiken, coniferen en besdragende struiken) en omgeven door een voor katten ondoordringbare heg van braam of meidoorn. Alles groeit goed dicht als je flink snoeit. Om de laatste gaten te dichten gebruikt men kippengaas. Veel vogels nestelen in de betrekkelijke veiligheid van een boom. Je kan de kat ook hier weghouden door een prikkeldraad of braamtak rond de stam te winden. 

Voor elke soort vogels is er een apart type nestkast. In de stadstuin kies je best een koolmezenkast of pimpelmezenkast. Hang de nestkast bij voorkeur zo'n drie meter hoog op, met het vlieggat op het noordwesten of noordoosten (anders wordt het binnenin te warm). Ook klimop biedt een goede nestgelegenheid. Plant een paar struiken met bessen in de tuin (hulst, vuurdoorn, zuurbes, kardinaalsmuts, krentenboompje, meidoorn, lijsterbes, ...). In de winter voed je vogels met zonnebloempitten, ongezouten keukenafval, broodkruimels, (rot) fruit, vet, gehakt, ... . Leg het voer 's ochtends neer, zowel op een voedertafel als op de grond en zorg ervoor dat het droog blijft. 

Ook andere dieren zoals de spitsmuis (familie van de mol, niet te verwarren met de schadelijke veldmuis), wezels en andere kleine roofdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, spinnen en een heleboel insecten zijn nuttige in de strijd tegen allerlei plagen. 

 

COLOFON EN BESTELLINGEN
Deze brochure is een uitgave van:
Het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties
Riddersstraat 18, 1050 Brussel
Tel: 02/547.06.11, fax: 02/547.06.01
OIVO, in opdracht van de Bond van Grote en van Jonge Gezinnen, 1994
Samenstelling:
Paul Van Cappellen

De bovenstaande tekst is slechts één hoofdstuk uit een veel uitgebreidere brochure. De andere hoofdstukken zijn toegankelijk via de volledige inhoudstafel. Bovendien beschikken wij nog over een hele reeks andere interessante publicaties. Via onze site bieden wij trouwens nog een boel andere informatie en diensten aan.


vorig hoofdstuk TOP
PAGINA
INHOUD
BROCHURE
ANDERE
PUBLICATIES
HOME
ECOLIJN
volgend hoofdstuk