
| DUURZAME
CONSUMPTIE
MILIEUVRIENDELIJK
VERBRUIKEN
|
| VRIJETIJD, RECREATIE EN VAKANTIEREIZEN | ||
| Als we over veranderingen in consumptiepatronen
spreken mogen vrijetijdsbezigheden, recreatie en vakanties zeker niet ontbreken.
De relatie tussen vakantie en consumptieverandering wordt meestal niet
zo snel en vaak gelegd, zeker niet in relatie met het milieu.
Van busreisjes naar zee tot luxe-safari's naar Kenia De laatste decennia is de verdeling en besteding van tijd en geld voor vrijetijd, recreatie en reizen in onze westerse maatschappij drastisch gewijzigd. Met name de overgang van sociaal georiënteerde tijdsintensieve naar individueel georiënteerde kapitaalintensieve vormen heeft grote invloed gehad op het gebruik van milieu en energie in deze sector. Uniforme groepsreizen op non-profit basis evolueerden tot gedifferentieerd en geïndividualiseerd vermaak. Het gemeentelijk zwembad wordt een subtropisch zwemparadijs, de busreis naar zee of de ardennen een avontuurlijke luxe-safaritocht naar Kenia en de vakantiekolonie een exclusief verblijf in een multidisciplinaire mediterrane sportclub. De hoeveelheid geconsumeerde goederen en diensten voor vrijetijdsdoeleinden is na de tweede wereldoorlog (met de invoering van het betaald verlof) sterk gegroeid, evenals de intensiteit van die consumptie. Drukbezette consumenten passen allerlei strategieën toe om maximaal rendement uit hun eigen tijd te halen en technologische hulpmiddelen stellen de gehaasten tot die genots-maximalisatie in staat. Momenteel is er trouwens nog steeds een reële stijging in de uitgaven van consumenten voor recreatieve doeleinden vast te stellen en ook voor de volgende jaren wordt die verwacht. Vooral verplaatsingen voor vrijetijdsdoeleinden hebben de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Recente schattingen in Nederland wijzen erop dat de vrijetijdsmobiliteit zelfs hoger ligt dan die voor beroeps- en onderwijsdoeleinden samen (Batenberg en Knolst, Sociaal en Cultureel Planbureau). In de sector van het internationaal vliegverkeer is de groei naar aanleiding van vakantiereizen waarschijnlijk het meest opvallend. Niet alleen gaan meer mensen op vakantie naar verdere bestemmingen, maar vakantiegangers ondernemen steeds vaker verschillende korte reizen in plaats van één lange. Dit resulteert in een enorme toename van het aantal afgelegde kilometers. De groei van vrijetijdsconsumptie en in het bijzonder van de verplaatsingen daarvoor, is echter steeds moeilijker verenigbaar met de toenemende noodzaak aan een duurzame consumptie. Nadat in de jaren '80 een aanvang gemaakt werd met de aanpak van het milieuprobleem in de wereld van arbeid en productie, zal de volgende jaren ook het domein van vrijetijdsbesteding de arena worden van tegengestelde belangen en opvattingen rond het ecologische vraagstuk. Duurzame op de toekomst gerichte recreatieve ontwikkelingen binnen ecologische randvoorwaarden zullen gedragsveranderingen vergen, in de eerste plaats van de recreanten maar ook van de organisatoren van vrijetijdsdiensten en -producten. Bovendien zullen andere betrokkenen zoals de overheid ook hun rol moeten spelen. Economisch belang Vrijetijd en vrijetijdsconsumptie hebben in onze huidige maatschappij en cultuur dus een zeer belangrijke plaats verworven. Economisch is de vrijetijdsconsumptie niet meer weg te cijferen en individueel wordt vrijetijd als zeer belangrijk ervaren. We gaan alsmaar vaker op vakantie en langer en ook onze vakantie- en andere recreatie-uitgaven stijgen nog steeds. De bijdrage van de recreatieve en toeristische sector tot de economie, op het vlak van werkgelegenheid en financieel verkeer is dan ook aanzienlijk. Onze uitgaven voor vrijetijdsartikelen en -diensten zoals bijvoorbeeld film, lectuur en audio-visuele apparatuur bedraagt ongeveer 6,5 % van onze totale consumptie-uitgaven (Eurostat 1988) en ligt daarmee zelfs beduidend onder het Europese gemiddelde. Volgens het NIS werd in de Belgische horeca-sector in 1989 190 miljard BEF uitgegeven, goed voor 4,9 % van onze gezinsconsumptie, maar die bestedingen in hotels, restaurants en cafés bevatten natuurlijk veel meer dan vakantie- en recreatie-uitgaven alleen. De totale toeristische bestedingen in Vlaanderen (inclusief Brussel) voor 1990 bedroegen bijvoorbeeld bijna 140 miljard BEF (Weekberichten Kredietbank, jrg. 48, nr. 23). Het gaat om uitgaven voor transport, logies, restauratie, aankopen, ontspanning en bezoeken bij ons. Als we de omzet berekenen van de sector die van hier het uitgaand toerisme verzorgt zoals toeroperators en reisbureaus, komt daar nog eens 21 miljard BEF bij. Alles bij elkaar creëert de toeristische sector bovendien meer dan 84.000 werkplaatsen (cijfers 1990: Prof. Dr. N. Vanhove). Men mag dus gerust spreken een van de belangrijkste sectoren van de Vlaamse economie, hoewel de reisverkeersbalans sterk negatief is. Onze toeristische uitgaven in het buitenland liggen immers beduidend hoger dan wat buitenlanders voor hun toeristische activiteiten bij ons uitgeven. Alle Belgen samen zouden volgens een aantal ramingen jaarlijks zo'n 160 miljard BEF uitgeven aan vakantiereizen in binnen en buitenland. Volgens Europese cijfers is het toerisme goed voor 5,5 % van het BNP van de EU en een directe tewerkstelling van 7 miljoen mensen. Persoonlijke appreciatie en levenssfeer Recreatie en vakantiereizen hebben bovendien ontegensprekelijk een belangrijke plaats verworven in onze levensstijl en onze vrijetijdsbeleving in het bijzonder. Wat echte vakanties bijvoorbeeld betreft trekt ruim de helft van de Vlamingen er voor één op meerdere keren per jaar tussenuit (waarvan ongeveer een derde binnenlandse vakanties). Voor activiteiten van recreatieve aard geeft de consument trouwens graag geld uit. Bij het keuzeproces spelen echter allerlei irrationele en emotionele elementen een onderschatte rol. Voor veel Vlamingen is vakantie uitgegroeid tot een heilige koe. Het is niet langer een recht, maar zelfs een 'must' geworden. Sommigen leven bij wijze van spreken een heel jaar naar hun vakantie(s) toe. De luxe is een behoefte geworden. De relatie tussen vakantie en duurzame consumptiepatronen wordt niet vlug gesteld. Vakantie en recreatie zijn immers doen waar je zin in hebt, uitbreken uit de dagelijkse gang van zaken, dus ook weg van de milieuproblematiek. Vrijetijd wordt door de consument of de burger bij uitstek tot het domein van de persoonlijke levenssfeer gerekend en daar wordt geen inmenging van overheidswege, van milieu-organisaties of van wie dan ook geduld. Milieubelasting De belasting van het milieu door bijvoorbeeld onze massale vrijetijds-, recreatie- en vakantieverplaatsingen is nochtans aanzienlijk. Daarbij spelen de keuze van de bestemming en de wijze van vervoer een belangrijke rol en ook ter plaatse zorgen de vrijetijdsbestedingen voor milieuproblemen : infrastructuur, activiteiten, overnachtingen, lokale verplaatsingen,... Recreatie en toerisme zijn een miljardenindustrie
die veel negatieve milieu-effecten hebben. Mensen die erop uit willen kiezen
nog het liefst voor de laatste stukjes ongerepte natuur en de meeste reispromotoren
spelen daarop in.
De verovering van bijvoorbeeld onze eigen kust en de zonovergoten stranden van de Middellandse Zee door horden vakantiegangers heeft ontegensprekelijk desastreuze gevolgen voor het milieu ter plaatse. Kortstondig overbevolkte vakantiecentra die voor de rest van het jaar nagenoeg leeg staan, vervuilde stranden, bosbranden, smogproblemen,... Bovendien schept deze vorm van massatoerisme enorme kansen voor op winst beluste projectontwikkelaars die gewetenloos waardevolle natuurgebieden ontbossen en volpoten met gigantische betonnen hotelcomplexen, restaurants en andere vermaakcentra. Denken we maar aan onze eigen kust, de bedreiging voor het Zwin of de al even zielige toestand aan de Spaanse Costa's en steeds meer, nieuwere en verder afgelegen vakantiebestemmingen. Heel wat derdewereldlanden zijn nu reeds uitgegroeid tot voor toeristen aantrekkelijke levensgrote exotische pretparken. De zogenaamde valutatoestroom en daarmee gepaard gaande stijgende welvaart voor de bevolking heeft ook zijn negatieve kanten. Niet alleen worden de beste middelen voor het toerisme aangewend en blijft de eigen bevolking ervan verstoken, ook de natuur leidt onder de consumptiedrang van de westerse invasie. Schaarse goederen en diensten zoals zuiver water en lokaal transport worden er volgens de lokale maatstaven schandelijk verbrast en de belasting van ongerepte natuurgebieden neemt enorme proporties aan. Ski-infrastructuur slaat diepe wonden
in de hellingen van de Alpen en andere bergketens. Ook zomerse wandelingen
buiten de paden en vernieling van de vegetatie leiden in bergachtige gebieden
tot bijvoorbeeld erosie en andere natuurproblemen gezien de kwetsbaarheid
van de omgeving.
Het ecologisch nuttige aan het aangename koppelen Door bijvoorbeeld milieubelastende vakantie- en recreatievormen te ontmoedigen en duurzame alternatieven te stimuleren kan men duurzame consumptie bevorderen. Meer duurzaamheid hoeft echter niet uit te lopen op stappen terug, op meer soberheid, een verbod op plezier, het einde van de aangename dingen des levens zoals recreatie en reizen. Het ecologische vraagstuk mag niet verward worden met een ouderwetse moralistische kritiek op de huidige consumptiecultuur. Toch zijn de vragen hier op hun plaats of bijvoorbeeld wie het verst geweest is dan wel wie het bruinst terugkomst ook de beste vakantie had? Kan het kweken van eigen groenten of het uitrusten van een eigen woning geen meer gewaardeerde vrijetijdsbesteding zijn in onze maatschappij ? Ook de overheid kan hier door een
gericht beleid te voeren haar steentje bijdragen. Het meest voor de hand
liggend voorbeeld is de vervoersmethode. Het wordt voor de consument gemakkelijker
een minder milieubelastende wijze van vervoer te kiezen als het aanbod
voldoende is. Door middel van bijvoorbeeld regulerende heffingen kunnen
reizigers dan gestimuleerd worden deze duurzamere transportwijzen te gebruiken.
Dit alles dient echter gepaard te gaan met serieuze studies, vermits slecht
gekozen maatregelen ook tegenovergestelde effecten of kwalijke bijeffecten
kunnen veroorzaken. Maatregelen dienen bovendien gepaard te gaan met informatieverstrekking
en tips naar de consument toe.
|
||
| COLOFON EN BESTELLINGEN | ||
|
Het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties Riddersstraat 18, 1050 Brussel Tel: 02/547.06.11, fax: 02/547.06.01 |
||
|
|
||
|
Magda De Meyer Ingrid Vanhaevre Paul Van Cappellen |
De bovenstaande tekst is slechts één hoofdstuk uit een veel uitgebreidere brochure. De andere hoofdstukken zijn toegankelijk via de volledige inhoudstafel. Bovendien beschikken wij nog over een hele reeks andere interessante publicaties. Via onze site bieden wij trouwens nog een boel andere informatie en diensten aan.
| TOP
PAGINA |
INHOUD
BROCHURE |
ANDERE
PUBLICATIES |
HOME
ECOLIJN |